S.
S.
S.
9
Waarde Heer Freud !
IK ben zeer verheugd, dat mij, door de
opwekking van den Volkenbond en zijn
Internationaal Instituut voor Intellectueele
Samenwerking te Parijs, om in openhartige
gedachtenwisseling met een door mij aan
te wijzen persoonlijkheid een vraagstuk te
mijner keuze te behandelen, de unieke ge-
legenheid is geboden, met U een kwestie
te bespreken, die mij bij den huidigen stand
van zaken voor onze beschaving de belang-
S.
10
WAAROM OORLOG?
rijkste lijkt: bestaat er een weg waarlangs
de menschen bevrijd kunnen worden van
het noodlot van den oorlog? Het besef, dat
dit probleem door den vooruitgang der
techniek voor de beschaafde menschheid
een kwestie van leven en dood is geworden,
is vrij algemeen doorgedrongen; desondanks
hebben de hartstochtelijke pogingen een
oplossing te vinden, tot nu toe in schrik-
barenden omvang schipbreuk geleden.Ik geloof, dat ook onder de menschen,
die zich practisch en uit hoofde van hun
beroep met dit vraagstuk bezig houden,
tengevolge van een zeker gevoel van on-
macht de wensch leeft, zoodanige personen
naar hùn opvatting van het probleem te
vragen, welke door hun dagelijkschen weten-
schappelijken arbeid ten opzichte van alle
problemen des levens een groote mate van— 10 —
S.
ALBERT EINSTEIN
innerlijke vrijheid hebben verworven. Wat
mij zelf aangaat, verschaft de richting waarin
mijn denken zich gewoonlijk beweegt, mij
geen blik in de diepten van menschelijk
willen en voelen, zoodat ik bij de hier be-
proefde gedachtenwisseling niet veel meer
kan doen dan te trachten de probleem-
stelling uit te werken en, door vooruit te
loopen op de meer uiterlijke oplossingspo-
gingen, U gelegenheid te geven de kwestie
te verhelderen in het licht Uwer verdiepte
kennis van ’s menschen aandriften. Ik ver-
trouw, dat Gij methoden van opvoeding
zult kunnen aanwijzen, welke in staat zijn
langs een om zoo te zeggen niet-politieken
weg psychologische hindernissen uit den
weg te ruimen, van welke de psychologische
ongeschoolde wel eenige voorstelling heeft,
doch welker verband en vatbaarheid voor– II –
S.
12
WAAROM OORLOG?
verandering hij niet vermag te beoordeelen.
Daar ik zelf een mensch ben die vrij is
van aandoeningen van nationalen aard, komt
mij de buitenkant van het probleem, de
kwestie der organisatie, eenvoudig voor:
de staten scheppen een wetgevende en recht-
sprekende „overheid” voor de beslechting
van alle tusschen hen ontstaande conflicten.
Zij binden zich, zich te onderwerpen aan de
door het wetgevende orgaan uitgevaardigde
wetten; zij verplichten zich alle geschillen
voor te leggen aan een gerechtshof, zich
onvoorwaardelijk te buigen voor zijn beslis-
singen, alsmede alle maatregelen uit te voeren,
welke dit gerecht voor de verwerkelijking
van zijn beslissingen noodzakelijk acht.Reeds hier stuit ik op de eerste moeilijk-
heid: een gerechtshof is een menschelijke
instelling, die te eerder geneigd kan zijnS.
13
ALBERT EINSTEIN
haar beslissingen aan buitengerechtelijke
invloeden bloot te stellen, naarmate haar
minder macht ter beschikking staat om ze
te verwezenlijken. Het is een feit, waarmede
men rekening moet houden: recht en macht
zijn onafscheidelijk verbonden en de uit-
spraken van een rechtsprekend orgaan be-
naderen te dichter het rechtvaardigheids-
ideaal der gemeenschap in welker naam en
belang recht wordt gesproken, naarmate
deze gemeenschap over grooter machtsmid-
delen beschikt om de eerbiediging van haar
ideaal van rechtvaardigheid af te dwingen.Wij zijn echter heden ten dage nog verre
verwijderd van een boven de staten staande
organisatie, die haar gerechtshof met onbe-
twistbaar gezag kan bekleeden en voor de
ten uitvoerlegging van zijn beslissingen tot
volstrekte gehoorzaamheid kan dwingen.S.
14
WAAROM OORLOG?
Daarom voel ik mij gedrongen als eerste
feit vast te stellen, dat de weg naar inter-
nationale veiligheid leidt langs het onvoor-
waardelijke afstand-doen door de staten van
een deel van hun vrijheid van handelen,
van hun souvereiniteit: en het is wel aan
geen twijfel onderhevig dat een andere weg
naar die veiligheid niet bestaat.Een blik op de vruchteloosheid der onge-
twijfeld ernstig gemeende pogingen der
laatste decennia om dit doel te bereiken,
laat ieder duidelijk voelen, dat er sterke
psychologische krachten aan het werk zijn,
die deze pogingen verlammen. Enkele dezer
krachten zijn gemakkelijk aan te wijzen.
De machtsbehoefte van de op een gegeven
oogenblik in een staat heerschende laag
verzet zich tegen beperking der souvereine
rechten van dien staat. Deze „politiekeS.
15
ALBERT EINSTEIN
machtsbehoefte” wordt dikwijls gevoed door
een streven-naar-macht van een andere laag,
dat zich stoffelijk-economisch uit.Ik denk hierbij voornamelijk aan de in
elk volk aanwezige groep menschen – klein,
maar vastberaden en ontoegankelijk voor
maatschappelijke overwegingen en scrupules
– voor welke oorlog en de vervaardiging
van en handel in wapens niets dan een middel
zijn om persoonlijke voordeelen te verwerven
en het persoonlijke machtsbereik uit te
breiden.Deze eenvoudige vaststelling beteekent
echter slechts een eerste stap naar een juist
begrip van het verband. Onmiddellijk rijst
de vraag: Hoe is het mogelijk dat de zooeven
genoemde minderheid de massa van het
volk die bij een oorlog slechts kan verliezen,
dienstbaar kan maken aan haar begeerten?S.
WAAROM OORLOG?
(Als ik van de massa des volks spreek, sluit ik
ook hen niet uit, die als soldaten van alle
rangen den oorlog als beroep hebben gekozen,
in de overtuiging dat zij de verdediging
van de hoogste goederen van hun volk dienen,
en dat menigmaal aanval de beste verdedi-
ging is).Hier schijnt het meest voor de hand lig-
gende antwoord het volgende: de minderheid
die op een gegeven oogenblik de macht
heeft, beheerscht allereerst de school, de
pers en meestal ook de godsdienstige orga-
nisaties. Met deze middelen beheerscht en
leidt zij de gevoelens der groote massa en
maakt deze tot haar willoos werktuig.Doch ook dit antwoord put niet den
geheelen samenhang uit, want de vraag
rijst, hoe het mogelijk is, dat de massa zich
door de genoemde middelen tot razernij— 16 —
S.
17
ALBERT EINSTEIN
en zelf-opoffering toe laat opzweepen. Het
antwoord kan slechts luiden: in den mensch
leeft een behoefte om te haten en te ver-
nietigen. Deze neiging is in normale tijden
latent aanwezig en openbaart zich dan alleen
bij abnormalen; zij kan echter betrekkelijk
gemakkelijk worden opgewekt en tot massa-
psychose verhevigd. Hier schuilt het diepste
probleem van het geheele in zijn werking
zoo noodlottige complex. Hier is de plek,
die slechts de groote kenner der menschelijke
aandriften kan ophelderen.Dit leidt tot een laatste vraag. Bestaat
er een mogelijkheid, de geestelijke ontwikke-
ling der menschen zoo te leiden, dat zij ster-
ker weerstand kunnen bieden aan de psy-
chosen van haat en vernietiging? Ik denk
daarbij geenszins uitsluitend aan de zooge-
naamd onontwikkelden. Volgens mijn levens-S.
18
WAAROM OORLOG?
ervaring bezwijkt integendeel juist het
zoogenaamde „intellect” het snelst voor de
noodlottige massa-suggesties, doordat het
niet direct pleegt te scheppen uit hetgeen
het beleeft, maar via het bedrukte papier
het snelst en volledigst is te vangen.Ten slotte nog dit: ik heb tot nu toe
alleen van oorlog tusschen staten, dus van
zoogenaamde internationale conflicten ge-
sproken. Ik ben mij bewust, dat het agres-
sieve in den mensch ook in andere vormen
en onder andere voorwaarden werkzaam is
(b.v. burgeroorlogen, vroeger door gods-
dienstige, tegenwoordig door maatschap-
pelijke oorzaken; vervolging van nationale
minderheden). Ik heb echter met opzet den
kenmerkendsten en verderfelijksten, immers
ongebreidelsten vorm van den strijd tus-
schen menschelijke gemeenschappen op denS.
19
ALBERT EINSTEIN
voorgrond geplaatst, omdat juist uitgaande
van den oorlog misschien nog het gemak-
kelijkst kan worden aangetoond, hoe ge-
welddadige conflicten te vermijden zouden
zijn.Ik weet, dat Gij in Uw geschriften op
alle vragen, welke in verband staan met het
dringende probleem dat ons bezig houdt,
ten deele direct, ten deele indirect hebt
geantwoord. Doch het zal uitermate nuttig
zijn, indien Gij het probleem van de paci-
ficatie der wereld afzonderlijk behandelt
in het licht van uw nieuwe inzichten, daar
immers een dergelijke uiteenzetting de
grondslag kan worden van een nieuwe en
vruchtbare inspanning.Met hartelijke groeten,
UwA. EINSTEIN
S.
You are here
Waarom oorlog?1933-071/1933.nl