S.
57
nog op, dat de aandoening in den droom niet overeenkomt
met den voorgewenden, maar met den werkelijken doch
teruggehouden droominhoud. De droomsituatie doet het lang
begeerde wederzien plaats vinden; zij geeft geen aanleiding
tot een gevoel van smart.X.
De wijsgeeren hebben totnutoe geen aanleiding gevonden,
zich bezig te houden met de psychologie der verdringing.
Het is dus geoorloofd dat wij, bij de eerste nadering tot
den nog onbekenden stand van zaken, ons een aanschouwe-
lijke voorstelling vormen van het proces der droomvorming.
Het schema, waartoe wij niet alleen vanuit de droomstudie
geraken, is weliswaar reeds tamelijk gecompliceerd; wij
kunnen echter met een eenvoudiger schema niet toekomen.
Wij nemen aan, dat er in ons ziele-
toestel twee gedachten-
vormende machten, stroomingen of systemen zijn, waarvan
het tweede het voorrecht heeft, dat zijn voortbrengselen
den toegang tot het bewustzijn open vinden, terwijl de
werkzaamheid van het eerste systeem onbewust is en slechts
langs het tweede tot bewustzijn kan geraken. Aan de grens
van deze beide, bij den overgang van het eerste naar het
tweede, bevindt zich een censuur, die slechts doorlaat wat
haar aangenaam is, doch al het andere tegenhoudt. Dan
verkeert datgene dat door de censuur is afgewezen, volgens
onze definitie, in een toestand van verdringing. Wij kunnen
ons voorstellen, dat onder zekere voorwaarden, waarvan
de slaaptoestand er één is, de verhouding tusschen deze
beide systemen zoodanig verandert, dat het verdrongene
niet meer geheel kan worden teruggehouden. In den slaap-
S.
58
toestand zou dit b.v. kunnen gebeuren door het verslappen
van de censuur; dan zal het aan het totnutoe verdrongene
gelukken, zich een weg te banen naar het bewustzijn. Daar
de censuur echter nooit wordt opgeheven, doch slechts
wordt verminderd, zal het verdrongene zich daarbij ver-
anderingen moeten laten welgevallen, waardoor het aanstoot-
gevende ervan wordt verzacht. Hetgeen in zulk een geval
bewust wordt, is een compromis tusschen datgene, wat
door het eene systeem wordt bedoeld en datgene wat door
het andere systeem wordt geëischt. Verdringing – vermin-
dering der censuur – ontstaan van een compro-
mis, dit is behalve een schema voor den droom ook het
schema voor het ontstaan van zeer vele andere psycho-
pathische scheppingen, en bij het ontstaan van het com-
promis zien wij zoowel hier als daar de processen der
verdichting en verschuiving en het in gebruik nemen van
oppervlakkige associaties, zooals wij die bij den droom-
arbeid hebben leeren kennen.Wij hebben geen reden, ons zelf te verhelen, dat er bij
het opstellen van onze verklaring van den droomarbeid een
element van demonisme heeft meegespeeld 1). Wij hebben den
indruk gekregen, dat de vorming van de duistere droomen
zóó geschiedt, alsof iemand, die van iemand anders
afhankelijk is, iets wilde zeggen, wat deze laatste onaan-
genaam in de ooren moet klinken, en van deze gelijkenis
uitgaande zijn wij tot het begrip droommisvorming en censuur
gekomen, en hebben wij gepoogd onzen indruk om te zetten
in een psychologische theorie, die ongetwijfeld wat ruw is,
maar tenminste het voordeel heeft aanschouwelijk te zijn.
1)Met andere woorden: dat deze twee stroomingen in de ziel eenigszins
zijn voorgesteld als personen of persoonlijke machten. (Vert.).S.
59
Van welken aard het eerste en tweede systeem ook zullen
blijken te zijn, wanneer wij een beter inzicht hieromtrent
hebben verkregen, wij verwachten in elk geval, dat in
hoofdzaak onze veronderstelling zal worden bevestigd, dat
het tweede systeem den toegang tot het bewustzijn beheerscht
en dat het het eerste systeem van het bewustzijn kan afsluiten.Wanneer de slaaptoestand is overwonnen, wordt de
censuur spoedig weder met volle kracht uitgeoefend, en
deze kan nu weder vernietigen, hetgeen haar tijdens haar
zwakte is ontworsteld. Dat althans een deel van het ver-
geten der droomen op deze wijze moet worden verklaard,
blijkt daaruit, dat men tallooze malen het volgende heeft
opgemerkt. Tijdens het vertellen van een droom of tijdens
de analyse ervan, gebeurt het niet zelden, dat plotseling
een brokstuk van den droominhoud, dat men vergeten
waande, weder opduikt. Dit stuk, dat aan de vergetelheid
wordt ontrukt, bevat in den regel den besten en kortsten
toegang naar de beteekenis van den droom. Waarschijnlijk
is dat juist de reden, dat het moest worden vergeten,
d.w.z. dat het opnieuw moest worden onderdrukt.XI.
Wanneer wij den droominhoud opvatten als een uit-
beelding van een vervulden wensch, en zijn onbegrijpe-
lijkheid toeschrijven aan de veranderingen die de censuur
aan het verdrongen materiaal uitvoert, valt het ons ook
niet moeielijk meer, te begrijpen welke functie den droom
toekomt. In zonderlinge tegenstelling met het spraakgebruik,
volgens hetwelk de slaap door droomen wordt gestoord,
moeten wij den droom op prijs stellen als beschermer
You are here
De droom als uiting van het onbewuste zieleleven1901-001/1917.nl