S.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER
In den laatsten tijd is de naam van Freud in veler
mond en wordt zijne schepping, de psycho-analyse, te
pas en te onpas besproken en aangebaald, gelijk nu meer
dan dertig jaren geleden met de hypnose en suggestie het
geval wasFenerzijds gewaardeerd en met voordeel toegepast
door den deskundigen gencesheer, wordt zij anderzijds
versmaad en gewantrouwd door hoog- en zeergeleerde
medici, die slechts oppervlakkig met haar hebben ken-
nis gemaakt en onvoldoende, vaak zelfs geen de min-
ste ervaring hebben van hare toepassing in de prak-
tük.Waar ik, in de drie laatste decennia werkdadig de ge-
leidelijke ontwikkeling der psycho-therapie heb mede-
gemaakt en mij thans mag verheugen in de steeds toe-
memende waardeering die zij ondervindt zoowel van
medische zijde als van den kant van het groote publick,
ben ik getroffen geworden door den weerstand die de
jongst geborene der methodes, om langs psychischen wegmuwlijders te behandelen, moest ondervinden. Ook
hier herhaalt zich weder cene zelfde geschiedenis van
tegenweer en bekamping van de zijde der orthodoxe ge-
neeskunde, die zich verzet tegen de Freudsche
innovate, zooals zij dat deed in het Ве en ge decennium
van de vorige ceuw tegen de leeringen van Charcot
en Liebeault, die de genceskunde poogden te ver-
rijken met de waarheden en de voordeelen van het thera-
peutisch hypnotisme.Ik ben overtuigd dat het met de Fr e u d'sche leer-
stellingen gaan zal zooals het met de suggestie-leer is
gegaan. Zij zullen hare plats onder de zon weten te
veroveren in weerwil van den tegenstand dien ⑳ moe-
ten ondervinden van de nog zeer groote meerderheid der
geneeskundige wereld. Na ernstige theoretische studieS.
vm VOORWOORD VAN DEN VERTALER
en voorzichtige toetsing van de theorie aan de genees-
kundige praktük ben ik tot de erkenning gekomen, dat
de zenuwarts met de F re u d'sche analyse een machtig
en alleszins vertrouwbaar wapen riker is geworden in
den strijd tegen de neurosen.Het boek van Freud, waarvan ik mijne landgenoo-
ten hier de vertaling aanbied, bedoelt cenvoudig eene
inleiding te zijn in de analyse, cene inwijding in hare
beginselen voor den gencesheer.Ik meende geen onnut werk te doen door den lezer,
alvorens hij tor de studie er van overgaat, een overzicht
te geven van het leven van den schrijver, van de ont-
wikkeling zijner nieuwe leerstellingen en den strijd dien
bij gevoerd heeft en nog voert om die ingang te doen
vinden.Sigmund Freud werd 6 Mei 1856, uit Joodsche
ouders, geboren in het stadje Freiberg in Mähren. Ну
is de oudste van zeven kinderen, die uit zijn vaders
tweeden echt zijn voortgesproten. Deze, een gegoed koop-
man, had nog twee zonen uit zijn eerste huwelijk, die
in Manchester woonden en bij wie Sigmund, toen hij
op zijn 196 jaar zijn eerste reis naar het buitenland
maakte, langen tijd doorbracht,Toen vader's zaken minder voorspoedig werden, voel-
de deze zich genoopt (1860) om zich metterwoon in
Weenen te vestigen. Hier bezocht de jonge Freud
cene bijzondere lagere school, liep vervolgens het gym-
nasium af om in den herfst van 1873, op zijn 19e jaar,
zich aan de universitet van zijn vaderstad te laten in-
schrijven als student in de geneeskunde.Een tijd lang had hij plan gehad om in de rechten te
studeeren, maar de kennismaking met Darwin's werken
en de bekoring die hij van de hiermede samenhangende
natuurwetenschappelijke beweging onderging, brachten
bem tot andere inzichten. Aanvankelijk voelde hij zich
sterk aangetrokken door de collegies in dierkunde van
Claus, door die in philosophie van Frans Bren-
tano en voelde hij ook veel voor chemie, totdat spe-
ciaal physiologie zijn aandacht trok en hij zich een laneS.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER IX
gen tijd verbond aan het physiologisch instituut van
prof. E. Brücke.Tijdens zijn praktisch werken aan dit laboratorium
schreef bij cenige artikelen over biologische onderwer-
pen. Daarop verrichtte bij wetenschappelijken arbeid op
verschillend gebied en was zoo een tijd lang ontrouw
aan de geneeskunde, zoodat hij cerst in Maart 1881, dus
op zijn 256 jaar, gepromoveerd is in de genceskunde.
Als demonstrator aan het psysiologisch instituut streefde
hij naar het assistentschap bij prof. Brücke, maar
deze ontried hem die richting in te slaan, daar er voor
hem — die weinig bemiddeld was — geen uitzicht be-
stond om binnen afzienbaren tijd het tot eene geschikte
— ook finantičel gunstige — positie te kunnen brengen.Hi dong toen maar en verkreeg cen assistentsplaats
in het Algemeen Zickenhuis te Weenen. Als zoodanig
heeft hij daar op verschillende afdeelingen dienst gedaan.
Vervolgens kreeg hij eene aanstelling als „Secundair-arts”
(interne) op de klinische afdecling van prof. No t h-
паке! en ging eerst later zich toeleggen op de studie
van zenuwziekten en van hersen-anatomie. Bij dezen tak
van studie oefende het onderricht van prof. Th.
Meijnert grooten invloed op hem uit. Hier ont-
wikkelde bij bizonder veel ijver en publiceerde verschei-
dene artikelen op casuistisch- en hersen-anatomisch ge-
Died. In 1885 werd hij toegelaten als privaat-docent
voor nenro-pathologie aan de Weener universiteit. Dank
⑳ Brückes bemiddeling werd hem toen cen studie-
beurs verleend, die hem de gelegenheid gaf om een half
jaar te Paris de lesen van Charcot te volgen.Het was tijdens zijn assistentschap aan het algemeen
ziekenhuis, dat bij Joseph Breuer lærde kennen,
den man die later zoo'n grooten invloed op zijn leven
en handelen zou uitoefenen, en dat hij een artikel publi-
ceerde over de coca-bladeren, de physiologische werking
van haar alcaloied, de locaal-anaesthetische werking der
cocaine en hare toepassing in de geneeskunde,Hij bracht het winter-semester 1885-86 in Parijs door
als trouw bezoeker van de Salpétritre en ernstig leer-S.
x VOORWOORD VAN DEN VERTALER
ling, zoomede vurig bewonderaar van Charcot.
Onder meer maakte hij zich verdienstelijk door diens
„Nouvelles Leçons”, en later ook de „Legons du
Mardi”, van den wereldberoemden grootmeester der neu-
rologie, in het Duitsch te vertalen.Op zijn thuisreis van Parijs bracht hij een kort be-
zoek aan Berlin, om zich tegen den zomer van 1886
als zenuwarts in Weenen te vestigen en kort daarop in
het huwelijk te treden.Kassowitz stelde hem weldra aan als assistent in
zijne polikliniek, waar bij cen afdeling voor zenuwzie-
ken voor zijne rekening nam. Deze betrekking heeft hij
met den grootsten ijver tot 1895 toe vervuld. Hj schreef
gedurende die jaren eenige artikelen over organische ze-
nuwziekten, die de aandacht van No th n a g el op den
schrijver vestigden en dezen geleerde aanleiding gaven
om Freud te verzoeken het hoofdstuk , Infantiele
hersenverlamming” te schrijven, dat dienen moest als
onderdeel van zijn groot „Handboek der genceskunde".Het jaar 1889 zag Freud op bezoek in Nancy bij
Liébeault en Bernheim, waar bij zich prak-
tisch op de hoogte kwam stellen van hypnose en sug-
gestie, zooals deze wetenschap door genoemde geleerden
werd onderwezen.In Weenen teruggekeerd bezorgde hij eene Duitsche
bewerking van Bern he i m's boek „De la Suggestion”,
tn nam nog datzelfde jaar deel aan het eerste Inter
nationaal Congres voor experimenteel- en therapeutisch
hypnotisme, dat in Parijs plaats had in het Hotel-
Dieu. onder het voorzitterschap van Dumontpal-ier.
In 1902 had zijne benoeming plaats tot buitengewoon
hoogleeraar in de neuropathologie aan de Weener-
universiteit; terwijl hij zeven jaren later het eere-
doctoraat in de Rechten verwierf, hem verleend door
den Senaat van de Clark-University te Worcester
Mass. in Noord-Amerika, na het houden van eenige
voorlezingen over Psycho-analyse, waartoe hij door
voornoemd geleerd college was aangezocht geworden bijS.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER XI
gelegenheid der feestelijke viering van het 20-jarig be-
staan van genoemde universiteit.Een kort overzicht te geven van de levenstaak die
Freud zich heeft gekozen staat vrijwel gelijk met in
groote trekken den gang der psycho-analytische bewe-
ging te schetsen. De psycho-analyse toch is zijne schep-
ping, die hem in staat heeft gesteld cen nieuw licht te
werpen op het omtstaan van zenuwziekten en de be-
wijzen bij te brengen voor het feit, dat niet alleen in de
wereld der stoffelijke verschijnselen, maar ook in die van
het gecstelijk gebeuren, de zelfde wetten gelden van oor-
zaak en gevolg. Meer speciaal heeft bij ontdekt hoe
een hysterisch system in het zieleleven zijn oorsprong
indt. Dit toch wisten we niet, al was het ook in de
jden van Charcot en Liébeault geen geheim
meer dat de verschijnselen der neurose hun oorsprong
vinden in het zieleleven en geen verband behoeven te
houden met anatomische stoornissen van de hersenen.En het is nu deze ontdekking die blijken zal de verst-
strekkende gevolgen te hebben zoo voor de wetenschap
der psychiatrie als voor de behandeling van zenuw-
ziekten.De cerste aanstoot tot de wording der psychoanalyse
werd gegeven door cene toevallige ervaring, opgedaan
door Dr. Joseph B re u er, waarvan deze Freud wel-
willend declgenoot maakte in 1881. F r e u d stond toen
op het punt van te promoveeren en luisterde met de
grootste belangstelling naar een ziekteverhaal, dat de
veel oudere practicus hem deed. Dit goldt de eigen-
aardige genezing van eene aan hysterische symptomen
lijdende jonge dame, welke verkregen was door haar,
als zij in auto-hypnose verkeerde of door Breuer
in hypnose was gebracht, te laten vertellen wat zich
van herinneringen of fantaslečn aan haar opdrong,
waarna dan vaak cenige uren aaneen verlicht
gevoelde, te zelf gaf aan deze behandeling den
naam van talking-cure, of schertsenderwijze ookS.
XII VOORWOORD VAN DEN VERTALER
wel van chimney-sweeping. Deze ontdekking
beeft geleid tot het ontwerpen eener nieuwe theorie van
het wezen der bysterie en in aansluiting bieraan tot de
rationeele behandeling der ziekte, de cathartische genees-
wijze. Naar Breuer's meening zouden de hysterische
verschijnselen bunne oorzaak vinden in met sterke ge-
voelstoon beladen voorvallen uit het leven der patién-
ten, uit in vergetelheid geraakte scėnes, die psychische
traumata hadden veroorzaakt. De therapie moest dan be-
staan in het doen terugroepen in 's lijders memorie en
het doen reproduceeren van die doorleefde scėnes (door
hem catharsis = purgatie genoemd). Als theorie voegde
hij, met instemming van Freud, bieraan toe, dat bet
niet tot uiting (normale ontlading) gekomen affect
zich zou omgezet (geconverteerd) hebben in
bet hysterisch symptoom.Breuer liet na 1882 voorloopig de kwestie rusten
en nam ze eerst weder op toen Freud, in 1886 uit
Parijs teruggekeerd, er zijn aandacht andermaal op ves-
tigde. Laatstgenoemde, doordrongen van het feit. dat
de electro-therapie zoo bitter weinig goede
resultaten bij de behandeling van zenuwzieken opleverde,
had zich aanvankelijk gewonnen gevoeld door de zoo-
veel grooter succes belovende hypnotische su g-
gestie maar vond ten slotte meer bevrediging voor
zijn wetenschappelijken geest toen hij deze inwisselde
voor de cathartische methode.In den aanvang hunner samenwerking op dat ge-
bied leiden beide onderzoekers de aandacht hunner
patičnten in de allereerste plaats op de traumatische
scène die het verschijnsel had doen ontstaan; zij zochten
naar het psychisch conflict en trachtten bet onderdrukte
affect vrij te maken.Al doende kwamen zij tot de ontdekking van een
merkwaardig gebeuren dat kenmerkend is voor de zich
bij de neurosen voordoende psychische processen, waar-
aan Freud later den naam regressie heeft ge-
geven. Als men de traumatische scene tot opheldering
trachtte te brengen, associcerde patient daaraan vroegerS.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER XIII
doorgemaakte ervaringen en bracht er den analyticus
toe om dat verleden te doorvorschen en met de hierdoor
verkregen kennis de actueele scène toegelicht te krijgen.
De regressie deed den onderzoeker steeds verder in dat
verleden doordringen, voerde cerst naar de puberteits-
jaren, dan naar die der prille jeugd. Het bleek dat de
psycho-analyse niet tot de oplossing van het actucele
vraagstuk kon geraken zonder zich tevens met het ver-
leden vertromwd te hebben gemaakt, ja zelfs dat elke
pathogene gebeurtenis eene voorgangster moet gehad
hebben, die ~~~ 24] moge Zelve niet pathogeen zijn ~~~
toch de later doorleefde hare ziekte-vormende eigenschap-
pen verleent.Tusschen beide onderzoekers ontstond een eerste ver-
schil van opvatting bij de beoordeeling van het intieme
mechanisme der hysterie. Br eu er huldigde eene theo-
rie die om zoo te zeggen nog op physiologischen grond-
slag berustte en wilde de splijting, die de psyche bij
hysterischen vertoont, verklaren door het niet commu-
niceeren van verschillende psychische toestanden (be-
wustzijns-toestanden) ; bij schiep de theorie der „hyp-
noide toestanden”, wier producten als niet geassimi-
leerde vreemde lichamen indringen zouden in het
„wakend bewustzijn". Freud stelde zich de zaak
minder wetenschappelijk voor: bij vermoedde overal
het spel van tendensen en neigingen, zooals dat ook
in het dagelijksch leven zich voordoet.Het splitsings-proces van de psyche stelde hij zich
voor als cen afstooting, door hem aanvankelijk „afweer”,
later „werdringing” genoemd.Dit verschil in opvatting heeft niet geleid tot de schel-
ding dezer beide vorschers. Toch vond deze weldra
plaats maar had een dieperen grond.Breuer had verklaard dat bij zijne vermaarde cerste
patičnte, die hem tot de ontdekking der kathartische
methode bad gebracht, het sexueele element geen aan-
deel in de vorming van haar zoo rijk ziektebeeld had
gebad. De ervaring der latere jaren, intusschen, die de
symbolische beteekenis van slangen leerde kennen,S.
XIV VOORWOORD VAN DEN VERTALER
in verband gebracht met het stijf worden, met het para-
lyseeren van den arm en met de situatie van dit meisje
aan vader's ziekbed, brengt tot eene andere, tot de ware
verklaring der symptoomvorming. Zij wijst op eene be-
duidende rol, die de sexualiteit in het zieleleven van deze
patičnte heeft vervuld. De sterke suggestieve invloed
door Breuer op zine patičnte uitgeoefend, waardoor
hij hare genezing vermocht te bewerken, is het beste
voorbeeld van wat later door Freud „overdracht” is
genoemd.Freud is overtuigd dat Breuer, toen alle ziekte-
verschijnselen geweken waren, aan nieuwe aanduidin-
gen moet ontdekt hebben, dat die overdraging sexucel
gemotiveerd was, doch dat hem de algemeene natuur
van dit onverwacht verschijnsel kan ontgaan zijn, waar-
door hij nooît dieper op de feiten is ingegaan en het als
cen „hinderlijk toeval" heeft beschouwd. Breuer
heeft dat niet rechtstreeks aan Freud gezegd, maar
deze kon aan allerlei merken, dat de zaak zich als ge-
zegd verhield.Toen nu Freud met meerder klem en groote over-
tuiging wees op de beteekenis der sexualiteit in de oor-
zakenleer der neurosen, was Breuer de cerste die
zijn onwil toonde om deze opvatting te aanvaarden.„Het feit van de grof sexueel-getinte vriendschappe-
like of vijandige overdracht, die zich vertoont bij elkeneurose-behandeling — niettegenstaande zij noch door
de eene noch door de andere partij gewenscht of be-
doeld wordt — is, zegt Freud, voor mij steedshet onomstootbaar bewijs gebleken, dat de drijfkrachten
der neurose in het geslachtsleven haar corsprong vin-
eHij meent, dat dat argument nog bij lange na niet
genoeg tot zijn recht is gekomen. Volgens zijne over-
tuiging houdt het naast en boven de bizondere ui
komsten van den arbeid der analyse zijne beslissende
kracht,De sexueele aetiologie der neurosen, door Freud
opgesteld, vond een kwalijk gehoor; men meed hem enS.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER XV
negeerde zijn leer. Alleen de overtuiging, dat hij als
kampvechter van een nieuw oorspronkelijk idee optrad,
staalde zijn moed en steunde hem in zijn isolement.Daarbij was het eigenaardige van de situatie, waarin
onze groote ontdekker verkeerde — zooals hij zelf aan-— dat het denkbeeld, waarvoor hij verantwoor-
delijk werd gesteld, niet eens in hem zelf ontstaan was.
Hij ontleende het aan persoonlijke inzichten van drie
gelcerden, aan wie hij wetenschappelijk veel verschul-
digd was en voor wie hij het grootste respect had, aan
Breuer zelf, aan Charcot en aan den Weener
gynäkoloog Chrobak. De zaak is deze. Toen
Freud pas geneesheer aan het Algemeen Ziekenhuis
was, wandelde hij eens een eindweegs samen op met
Breuer, die zine zickenbezocken in de stad aflegde,
als jemand laatstgenoemde maderde en dringend
wenschte te spreken. Wellevendheidsbalve verwijderde
zich Freud, om zich na afloop van het gesprek weer
bij zijn ouderen vriend en leermeester te voegen. Deze
deelde hem mede, dat de persoon, die hem zoo juist
had aangesproken, hem verzocht had zijne vrouw onder
behandeling te willen nemen, en wel omdat deze zich in
gezelschap zoo opvallend gedrocg, dat men hare manier
van optreden alleen vergeven kon door ze dan nerveus-
heid toe te schrijven. „Dat zijn, liet hij er op volgen,
steeds geheimen van het huwelijksbed.”Eenige jaren later was F r eu d ongewild toehoorder
van cen fragment samenspraak tusschen Charcot en
Brouardel Laatstgenoemde vroeg Charcots
raad in cen geval betreffende cen jong echtpaar, waar-
van de vrouw erg zick en de man impotent was.
Charcot wees zin collega op de ware oorzaak van
het ziekworden der vrouw: „dans des cas pareils c'est
toujours la chose génitale, toujours!… .”Тога Freud pas als privaat-docent in de neuro-
logie in Weenen debuteerde, (1885) vertrouwde
Chrobak hem cene zijner patiénten toe. Deze leed
aan angst-aanvallen, die alleen bezworen konden worden
als de zieke zorgvuldig op de hoogte werd gehouden vanS.
XVI VOORWOORD VAN DEN VERTALER
de plaats waar zij op elk oogenblik van den dag haar
arts — indien zij hem noodig mocht hebben — zou kun-
nen vinden. Hem ter zijde nemende, deelde C h ro b a k
zijn collega mede, dat patiénte's angst zijn oorzaak vond
in het feit, dat zij ~~~ alhoewel reeds 18 jaren ge-
trouwd — nog cen ongerepte maagd was. De man was
namelÿk impotent. Het eenige recept voor dergelijk
lijden, voegde hij er aan toe, is een welbekend, maar
moeielik voor te schrijven middel.Het is eene verdienste van Freud, dat hij het niet
bij het cenvoudig aanhooren dier denkbeelden heeft ge-
laten, maar ze ernstig opgevat en in alle hunne con-
sequenties doorvorscht en doorgevoerd heeft.Andere momenten, die als uitkomsten van F re u d's
verdere nasporingen zich toevoegden aan de katharti-
sche genceswijze, waren de leer der verdringing
en van den weérstand, het vaststellen van de i n-
fantieele sexualiteit en het nuttig partÿ-
trekken van de droomen om tot de kennis te geraken van
het onbewuste. De leer der verdringing is cen zelf-
standige vinding van Freud en vormt bet fundament
waarop de psychoanalyse rust. Zij drukt theoretisch uit
wat men telkens waarneemt, als men een zenuwlijder —
zonder zich daarbij van hypnose te bedienen — analy-
sert. Men neemt dan namelijk een weerstand waar, die
zich verzet tegen de pogingen om te analyseeren en een
defect in de herinnering bezorgt met het doel, dien
arbeid te verijdelen. Toen aanvankelijk bij den analyse-
arbeid de hypnose nog een rol speelde, bleef die weer-
stand verborgen. Daarom doet de eigenlijke analyse pas
haar intrede van af het oogenblik dat haar techniek ge-
wijzigd werd door het opgeven der hypnose.Het samenvallen van dezen weerstand met eene
amnósie voert onvermijdelijk tot de psychoanalytische
opvatting der onbewuste zielwerkdadigheid, die zich
zoo opvallend onderscheidt van de philosophische be-
spiegelingen over het onbewuste.De psychoanalytische theorie is eene poging om twee
feiten, ons door de ervaring aangetoond, dat der over-S.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER XVII
dracht en dat van den weerstand, begrijpelijk te maken.
Zij vertoonen zich op treffende wijze en onverwacht,
als men de symptomen van den zenuwlijder terug tracht
te voeren tot hunne oorzaken, die in het verleden der
geschiedenis van patiént's leven schuilen.Elk onderzosk, dat deze beide ervaringsfeiten erkent
en als punt van uitgang gebruikt, mag psychoanalyse
worden genoemd, zegt Freud, al zouden zijne uit-
komsten andere zijn dan die door hem verkregen,De vaststelling der infantiele sexualiteit is eveneens
een door de ervaring verworven goed, maar dagteekent
wit veel lateren tijd. Aanvankelijk wist men slechts dat
de inwerking van indrukken van het tegenwoordige
moest terugvoeren tot verleden zaken. Men vond dat die
sporen veel verder leidden dan tot de puberteit en zelfs
terug gingen tot de heele prille jeugd. Deze bleken zich
niet te bepalen tot passieve sexueele feiten, waarvan het
kind door verleiding het slachtoffer zou geweest
want meestal bleken deze onwaar te zijn. Het kwam uit
dat de hysterischen, die hunne symptomen terugvoeren
tot ondergane sexucele beleedigingen, zulke tooneelen
fantaseeren en dat deze fantasiečn tot dekmantel dienen
om de auto-erotische handelingen door het zeer jonge
kind bedreven te verbloemen. Aldus kwam het geslachts-
leven van het kind van achter deze fantasieén in vollen
omvang te voorschijn en werd ook licht geworpen op de
aangeboren constitutie. De aanleg en het doorleefde
knoopten zich hier tot eene onschcidbare aetiologische
cenheid samen. Indrukken toch, die anders zonder in-
werking zouden gebleven zijn, grociden, als de aanleg
bestond, tot prikkelende en blijvende traumata aan, en
doorleefde voorvallen maakten in de aangeboren consti-
tutie factoren wakker, die anders voortgesluimerd zou-
den hebben en niet tot ontwikkeling zijn gekomen.Toen Freud de hypnose opzij gezet had en in hare
plaats van de methode der vrije associatie gebruik was
gaan maken, viel hem door deze wijziging in de tech-nick der analyse de droomduiding als eerste vrucht in
den schoot.Psychoanalyse 2
S.
XVIII VOORWOORD VAN DEN VERTALER
Eerst vele jaren later werd hij gewaar, hoe eng zich
de psychoanalytische droomduiding aan het droomuitleg-
gen der Ouden aansloot, Door eigen onderzoek leerde
hij de symbolen kennen en vaststellen; cerst later vond hij
bevestiging daarvan in het werk van Schermer.Om de proef op de som te krijgen in zake zijner
veronderstelling, dat cene neurose door analyse van
den patiént begrijpelik kan worden gemaakt, had
Freud vaak eindeloos geduld noodig; bij de duiding
van droomen, die men als de analoga der nerveuse ver-
schijnselen kon opvatten, vond hij zijne veronderstelling
vrijwel geregeld bevestigd.Met behulp van eene serie van eigen droomen heeft
bij zichzelf geanalyseerd. Hij deed dat uit innige over-
tuiging der noodzakelijkheid van dezen arbeiAldus heeft hij zijn weg weten te vinden in alle de
voorvallen en herinneringen uit zijne kinderjaren.De stelselmatige doorvoering van het onderzock naar
de sexueele aetiologie der neurosen leidde Freud tot
uitkomsten, die zijne overtuiging van de practische be-
teekenis van het sexueele moment rotsvast vestigden.Herbaaldelijk hield hij voordrachten in de „Wiener
Fach-Vereinigung”, onder presidium van prof. К r a f t-
Eb 1 ng. Men nam echter zoo goed als geen лоше van
zijn arbeid. Zijn persoon en de door hem verkondigde
nieuwe leer werden geboycot. Hij liet zich echter niet
afschrikken, maar ging in zijn splendid isolation voort
zijn onderzoek te vervolgen, gesterkt door zine over-
tuiging, dat bij een stuk wetenschappelijke waarheid
had veroverd, die de groote meerderheid der medische
wereld weigerde te leeren kennen, eenerzijds wegens cene
misplaatste pruderie, anderzijds wegens een hardnekkig
vasthouden aan verouderde begrippen.In 1895 verscheen zijn eerste werk „Studien ueber
Hysterie”, uitgegeven in samenwerking met Breuer.
Dit vond weinig lezers. Men wilde niet weten van zijne
révolutionaire idecén op het gebied der Hysterie; men
liet de zaak bij het oude.Zijne volgende publicatie „Sammlung kleiner Ge-
S.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER XIX
Schrifte zur Neurosenlehre" (1893—1906), waarin
waarnemingen zijn geboekt die van verstrekkende betee-
kenis zijn voor de Psychiatrie, zweeg men dood.Om zijne „Traumdeutung” (1900), Фе eene eerste
werkelijke psychologie van den droom levert, werd hij
vitgelachen, terwijl een storm van verontwaardiging over
zijn hoofd losbrak toen zijne „Drei Abhandlungen zur
Sexualtheorie" een nieuw licht wierpen op de psycholo-
gie van het geslachtsleven. In plaats van den schrijver
met grondige tegenwerpingen te bestrijden, wist de medi-
sche pers mies beter te doen dan hem met schimpen en
smalen te lif te gaan, eene wijze van striden die min-
der wetenschappelijken zin verraadt, dan wel armoede
aan tegen-argumenten.Ondanks alle tegenwerking gelukte het Freud,
dank ⑳ zijn onverdroten ijver, zijn algeheele toewijding
aan de verdediging en de toepassing van de gevonden
waarheid, dank zij ook zijne niet te loochenen goede ui
komsten op therapeutisch gebied, eene kleine schaar van
leerlingen en aanhangers te winnen en om zich te ver-
venigen. Toen hem in 1902 het buitengewoon hoog-
leeraarschap in de neurologie aan de Weener Hooge-
school ten deel viel, breidde zich deze kring spoedig
aanmerkelijk uit en omvatte weldra ook kunstenaars en
andere lieden van ontwikkeling, die, aangespoord door
den inhoud van Freud's werken: „Der Witz und
seine Bedeutung zum Unbewussten” (1905), „Zur
Psychopathologie des Alltagsebens' (1901), „Zur
Traumdeutung” (1900), zich aangetrokken gevoelden
de leerstellingen der Psychoanalyse ook op verschillende
andere geesteswetenschappen uit te breiden en toe te
passen.In 1907 ontving de jonge Weener School een groo-
ten steun van eenige Zwitsersche geleerden, die als met
ćen slag de situatie veranderde.Prof. Bleuler, hoogleeraar in de psychiatrie aan
de universiteit te Zürich en geneesheer-directeur van het
Kantonnale Gesticht voor Krankzinnigen , Burghölzli",
nam deel aan de beweging ten gunste der Psychoanalyse,S.
XX VOORWOORD VAN DEN VERTALER
Op zijne aansporing werden F r e u d's werken door de
gestichtsartsen bestudeerd en de analyse in geschikte ge-
vallen toegepast. Het was vooral Dr. G С. Jun g, die
zich in dat opzicht speciaal verdienstelijk heeft gemaakt.
Terecht mag hij beschouwd worden als het hoofd van
de Züricher School, die jaren lang zijde aan zijde met
de Weener School er naar gestreefd heeft om Freud's
idecën aan de praktijk te toetsen, om te trachten leem-
ten aan te vullen en nieuwe bouwstoffen aan te dragen
tot voltooïing van diens schepping. Jung was van
1902—'11 aan het Gesticht Burghólzli als geneesheer
verbonden. Hij doceerde sedert 1906 als privaat-docent
der psychiatrie aan de Zúricher universiteit capita selecta
der psychoanalyse.In navolging van de Weener Psychoanalytische Ver-
veniging werd in den zomer van 1907 in Zúrich eene
Vrije Vereeniging gesticht, met het doel om in geregelde
bijeenkomsten de vraagstukken der psychoanalyse te be-
spreken. Eenige maanden tevoren had zich tusschen beide
scholen de unie voltrokken en in het voorjaar van 1908
had te Salzburg het cerste congres plaats dat de
aanhangers der Freu d'sche leerstellingen vereenigde.Daar werd toen tot de uitgave besloten van een tijd-
schrift, onder leiding van Freud en Bleuler,
waarvan Jung de redactie op zich zou nemen, en dat
als naam voeren zou: „Jahrbuch für Psychoanalytische
und Psychopathologische Forschungen". Het cerste deel
van dit Jahrbuch zag in 1909 het licht.Onafhankelijk van Freud heeft de Züricher School
(Bleuler Jung) het door Wundt aangegeven
associatie-experiment aangepast aan de psychoanalyse
en eene associatie-methode ontworpen, die ten doel heeft
door te dringen tot het onbewuste van den patiént. ⑳
heeft hoofdzakelijk eene theoretisch-experimenteele waar-
de en leidt tot eene omvangrüke maar oppervlakkige
tering ten aanzien van het onbewuste conflict
(complex). Freud vergelijkt hare beteekenis voor den
psychoanalyticus, met die der qualitatieve analyse voor
den chemicus. Met de Züricher associatie-methode wasS.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER XXI
een eerste brug geslagen tusschen de experimenteele psy-
chologie en de psychoanalyse.Bleu ler toonde voorts aan, dat een zeer groot aan-
tal zuiver psychiatrische gevallen door dezelfde mecha-
mismen konden verklaard worden welke door Freud
waren bevonden dienstig te zijn om den droom en de
neurose te verklaren, terwijl Jung?) met succes de
psychoanalyse wist toe te passen op de meest vreemde
en duistere verschijnselen der Dementia praecox en den
oorsprong dezer ziekte vermocht op te sporen in den
levensloop van de lijders en de omstandigheden waarin
zij verkeerd hadden. 1)Van toen af aan was het den psychiaters niet meer
mogelijk om de psycho-analyse te ignoreeren. In 1911
zete Bleuer de kroon op het werk, door in zijn
groot werk , Ueber die Schizophrenie” aan de psycho-
analytische idecén een zelfde recht toe te kennen als aan
de klinisch systematische beschouwingswijze.Sinds de samensmelting der Weener en Züricher scho-
len, die in 1907 heeft plaats gegrepen, nam de belang-
stelling voor de Psycho-analyse steeds meer en meer toe.
Het aantal artsen die haar wilden leeren kennen, met
het doel haar in de praktik toe te passen, werd belang-
rijk grooter en het getal van publicaties en tijdschriften,
aan haar gewijd, groeide steeds meer aan in weerwil
van de aanvallen en de vijandige houding van medische
zijde, die de nieuwere leerstellingen op congressen en in
geleerde gezelschappen moest doorstaan. Zij bande zich
cen weg in alle landen, schrikte de psychiaters op en
deed de geleerden op andere gebieden der wetenschap
versteld stan.In 1909 hielden Freud en Jung beide, daartoe
aangezocht door het college van professoren der „Clark-
University" te Worcester (Mass) bij Boston, ter
legenheid van de viering van het 20-jarig bestaan dier
hoogeschool, voordrachten over psycho-analyse, welke
groote waardeering vonden en haar veel nieuwe aanban-1) „Ueber die Psychologie der Dementia pricox" (1907).
S.
XXII VOORWOORD VAN DEN VERTALER
gers bezorgden. Onder dezen schaarde zich James P u t-
nam, hoogleeraar in de neuro-pathologie aan de H à r-
vard-University, die van aanvankelijk tegenstander, cen
overtuigd bekeerling werd.Wat de Europeesche landen aangaat, heeft Frankrijk
tot heden het minst belangstelling getoond in de
Freud'sche leer. Daar is de meening gangbaar, dat
wat er goed mocht zijn in de Psycho-analyse, reeds
vroeger door Janet was verkondigd, ja slechts cene
herhaling met onbeduidende veranderingen zou zijn van
diens opvattingen en dat, wat van deze ideeón afwijkt,
uit den booze is. Het was J a net zelf die op het con-
gres te Londen in 1913 zich in dien zin uitliet, doch
toen duchtig is terecht gezet door Dr. E. Jones, die
hem zijn gebrek aan kennis van zaken, zijn onwetend-
heid in de bestaande litteratuur over het onderwerp
onder het oog bracht.In Holland heeft al vroegtijdig Freud's leer ern-
. stige aanhangers gewonnen en sedert April 1917 con-
stitueerde zich te Amsterdam cene Afdeeling van het
„International Verein für Psycho-analyse”, dat onder
hare Jeden twee hoogleeraren in de psychiatrie, К. B o u-
man van de Amsterdamsche- en G. Jelgersma van
de Leidsche Universiteit, telt. De eerste officičele erken-
ning, die de droomduiding en de psycho-analyse in
Europa deelachtig is geworden, werd haar gebracht door
laatstgenoemden hoogleeraar in zijn inaugureele rede als
Rector magnificus van de Leidsche Universiteit, den gen
Februari 1915 gehouden.In Zweden heeft Paul Bjerre, die den bekenden
psycho-therapeut Otto W etter s t r a п d opvolgde, de
analytische behandeling in zijne praktijk ingevoerd. In
Noorwegen werd door R. Vogt te Christiania met
waardecring gewaagd over de psycho-analyse, in zijn
leerboek der Psychiatrie , Psykiatriens grundtrack”.Wat Rusland betreft, hier werden bina alle werken
van Freud in de landstaal overgezet. K. Wulff te
Odessa _vertegenwoordigt daar op waardige wijze
Freuds school.S.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER XXIII
In Hongarije vond de analyse tot dusverre weinig
aanhangers, maar daar te lande vergoedt de welbekende
Dr. Ferenczi, een van Freud's trouwste discipe-
len, door hoedanigheid ruimschoots het gemis aan hoe-
veelheid.In Duitschland wordt sedert jaren de psycho-analyse
veel besproken, maar ondervindt zij veel tegenwerking
van officieele zijde; slechts enkele leiders van sanatoria
voor zenuwlijders hebben zich openlijk voorstanders ver-
klaard van de F reu d'sche leer, oa. Binswanger
in Kreuzlingen, Marcinowsk y in Holstein, terwijl
Dr. Abraham, vroeger assistent van prof. B r e u ler,
sedert jaren in Berlin psycho-analyse toepast en een
waardig vertegenwoordiger van den meester is.In den loop der jaren is de analyse röker van inhoud
geworden en heeft toepassing gevonden op andere
domeinen der neurosenleer en der psychiatrie. Ook heb-
ben eenige geleerden — niet geneeskundigen 一 haar
toegepast op andere geestes-wetenschappen. Aldus bracht
de analyse ons niet alleen de duiding van pathologisch
gebeuren, maar toonde zij ook verband te hebben met
het zieleleven van den normalen mensch en wees op het
bestaan van tot dusverre niet vermoede betrekkingen
tusschen de psychiatrie en zeer uiteenloopende andere
wetenschappen die met psychologie in verband staan.
Zoo konden vele mythen en sprookjes, dank zij hunne
analogie met droomen, als deze geduid worden. Op dat
gebied hebben Riklin, Abraham en vooral ook
Rank zich verdienstelijk gemaakt. Jones en Sto r
fer pasten de droom-symboliek met vrucht toe op vraag-
stukken der mythologie en der folklore. Een zeer belang-
rijke arbeid, die cen compromis beoogde te zijn tusschen
godsdienstige en mythologische fantasieën en de neurose,
werd door Jung gepubliceerd. Freud zelf wees den
weg die van de droomduiding leidde tot de analyse van
dichterlijke scheppingen.In zijn „Gradiva” toonde hij aan, hoe de door dich-
ters gevonden droomen zich vaak ten overstaan van de
analyse als echte droomen verhouden. De theorie van hetS.
XXIV VOORWOORD VAN DEN VERTALER
onbewuste zieleleven maakte het mogelijk, zich eene
eerste voorstelling van het wezen van den dichterlijken
scheppingsarbeid te vormen; de waardeschatting van het
spel der instinkten, waartoe het onderzoek der neurosen
ons bracht, deed de bronnen ontdekken der scheppin-
gen van den kunstenaar en bracht vraagstukken aan de
orde, als op welke wijze de artisten op deze prikkels
reageeren en hoe ⑳ die reacties inkleeden (Rank, Der
Künstler; Sad ger, Reik, Dichter-analysen; Freud,
Kindbeitserinnerungen des Leonardo da Vinci; Abra-
ham, Analyse von Segantini).Op het gebied der wetenschappelijke letterkunde, in
verband beschouwd met de psycho-analyse, verscheen het
degelijk werk van R a nk „Ueber das Inzest-motiv”.Freud schreef in 1910 cen arbeid, waarin hij de
analogie aantoont die er bestaat tusschen het ceremo-
nieel van den godsdienst met dat van den neurose-
lijder.In zijn arbeid „Die Frömmigkeit des Grafen von
Zinzendorf heeft de predikant Dr. P f i s t e te Zürich
op het verband gewezen dat bestaat tusschen dweperij
Op godsdienstig gebied en perverse erotiek. De vraag-
stukken der ethnologische psychologie werden door
Freud aan de analyse getoetst in zijn vier opstellen
„Ueber Totem und Tabu". In zijn boek „Der Witz und
Seine Beziehung zum Unbewussten" gaf hij een cerste
voorbeeld hoe men onderwerpen van aesthetischen aard
langs analytischen weg bchandelen en belichten kan.
Hitchmann en Von Winterstein maakten
een begin met door middel der analyse licht te werpen
op philosophische persoonljkheden en hunne stelstels.
Het tijdschrift ,, Imago”, in 1912 opgericht door Hans
Sachsen Rank, opende zijne kolommen voor arti-
kelen en studies van de verschillende vakwetenschappen
in verband met de analyse, In zijn boek ,,Die psycho-
analytische methode” (1913), Wijst pastor Pfister
op de groote waarde der analyse in hare toepassing op
de paedagogie. Talloos zijn de relaties, die bestaan tus-
schen de verschillende wetenschappelijke gebieden enS.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER XXV
de medische psycho-analyse, en zoodra de wederstanden
tegen laatst genoemde wetenschap van medische zijde
zullen overwonnen zijn, bieden die betrekkingen een
vruchtbaar veld van onderzoek aan, aan een generatie
van vorschers. Even zoomin als welke revolutionaire be-
weging ook op wetenschappelik gebied, heeft de
F r e u d'sche analyse zich haar weg weten te banen zon-
der heftigen wederstand.De poging om haar dood te zwijgen in het isolement
van haar ontdekker heeft niet te min korter geduurd
dan „la guerre du silence”, gericht tegen het werk „Du
sommeil et des états analogues” en de boycotting van
medische zijde, door zin maker Liébeault on-
dervonden, toen deze pionier der wetenschappelijke
psycho-therapie de leer der hypnose en suggestie open-
baarde.Zeer opmerkelijk was het, dat men destijds de goede
uitkomsten door de toepassing der hypnotische sugges-
tie van Duitsche zijde poogde verdacht te maken door
deze toe te schrijven aan het veelvuldig voorkomen van
hysterie bij de Franschen en special bij de Parijzenaars.
Men kon er vit afleiden dat volkeren-baat en afgunst
meer dan wetenschappelijke overweging bij die veroor-
decling voorzat. Dat die vijandige instelling niet speci-
fiek Duitsch maar algemeen menschelijk schijnt te zijn,
leert ons de in 1913 op het internationaal genceskundig
congres in Londen door den Franschen neuroloog P.
Janet gevite bewering, dat het ontstaan eener leer
als die der psycho-analyse, alleen mogelijk was in een
stad als Weenen. Alleen in een atmosfeer van zinne-
lijkheid en onzedelijkheid, gelijk in die stad heerscht
en in geen enkele andere plaats haar weérga vindt,
meende hij, kon de leer geboren worden dat de neurosen
haar ontstaan vinden in stoornissen van het geslachts-
leven; de psycho-analyse zou een afbeeldsel, anders ве
zegd, cene projectie zijn van deze speciale Weener ver-
boudingen. Dat niet alleen nationale wangunst en nid.
maar bepaald ook onkunde bij bovengenoemde hoonen-
de, den man van wetenschap, die ze uitsprak, onwaardigeS.
XXVI VOORWOORD VAN DEN VERTALER
en déclineerende uitlating, voorzaten, bewijst het al zeer
naief votum door dienzelfden Parijzer geleerde op het
hier in Amsterdam gehouden Internationaal Congres
voor Psychiatrie in 1907 uitgebracht: „Je n'ai pas lu,
il est vrai, les oeuvres de M. Freud mais, pour ce qui
regarde ses théories, il ne s'agit que de mauvaise plaisan-
terie!”Maar ook in het Duitsche land zijn de beoefenaars
der wetenschap niet al te kieskeurig in hunne uitlatin-
gen tegen andersdenkende collega's. Het was toch de
hoogleeraar Hoche van de Universiteit Freiburg
i/B., die in 1911 op het congres der Z.-W. Duitsche
psychiaters de Freu d'sche beweging „eine epidemi-
sche Geistesstôrung unter Aerzte” поете.Deze banvloek zal even weinig afbreuk doen aan
Freud's leer als destijds de hooghartige veroordeeling
in 1889 van het therapeutisch hypnotisme bij monde
van Prof. Ewald in eene vergadering van de Berliner
medizinische Gesellschaft uitgebracht, aan de leer der
hypnose en suggestie, schade heeft kunnen te weeg bren-
gen.Een waardig verdediger van de leerstellingen van
Freud heeft Bleuler zich getoond in zijn arbeid
Die Psycho-analyse Freud's” (1911). In ons land was
et de bekende psychiater Aug. S tà £ k e, die in 1912
in de Neurologische en Psychiatrische bladen een dvi-
delijk overzicht publiceerde van den toenmaligen stand
van het vraagstuk der psycho-analyse, dat getuigde van
schrijver's groote waardeering voor het werk van den
grondlegger der nieuwe leer.Toen Bleuler in zijn twee jaren later verschenen
boek over Schizophrénie hare tockomende plaats
aan de psycho-analyse inruimde, werd hij deswege scherp
over den hekel gehaald, maar in zijn jongste geschrift
(1914), Die Kritiken der Schizophrenie), dat een ver-
weer tegen die kritieken inhoudt, schrijft hij onder
meer;„Ich meine, dass die verschiedene bisherigen Psycho-
logieën zür Erklärung der Zusammenhänge psycho-S.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER XXVI
genetischer Symptome und Krankbeiten arg wenig ge-
leistet haben, dass aber die Tiefen-psychologie (lees de
Psycho-analyse) ein Stück derjenigen erst noch zu
schaffende Psychologie gibt, welcher der Arzt bedarf
um seine Kranken zu verstehen und rationell zu
heilen.” §Hier boven gewaagden wij reeds van cen cerste samen-
komst van beoefenaren der psycho-analyse, die, na de
unie tusschen de Züricher en Weener scholen, plats
"heeft gehad te Salzburg in het voorjaar 1908. Deze werd
in Maart 1910 door een tweede congres gevolgd, dit-
maal te Neurenberg. Bij die gelegenheid werd op initia-
tief van Freud cene officeele Internationale Psycho-
analytische Vereeniging gesticht, onder presidium van
Dr. G C Jung. Deze vereeniging zou ten doel heb-
ben de bevordering der psycho-analytische wetenschap,
zoowel uit het oogpunt der zuivere psychologie, als uit
dat van hare toepassing in de genceskunde en op de
psychische wetenschappen, mitsgaders moeten dienen tot
onderlingen steun der leden in al hunne strevingén naar
bet verwerven en verbreiden van de kennis der nieuwe
wetenschap.Er vormden zich vier locale afdeclingen: Berlin,
Zürich, Weenen en Buda-Pesth, respectievelijk voorge-
zeten door de doctoren Abraham, Jung, Adler
en Ferenczy, Een eigen orgaan Correspondenz-
Blatt zou het Centraal-bestuur in staat stellen voeling te
houden met de plaatselijke groepen. Bovendien werd be-
sloten tot de uitgave van het Zentrall-Blatt für Psycho-
analyse, waarvan F r e u d de hoofdleiding op zich nam,
terwijl aan Adler en Stekel de redactie werd toe-
vertrouwd. De eerste aflevering van dit blad verscheen
in September 1910.Andermaal kwamen Freud's getrouwen bijeen in
September 1911, ditmaal in Weimar. Dat congres over-
trof nog zijne voorgangers door wetenschappelijk belang
en welgezinde stemming. Maar de twee jaren later gehou-
den samenkomst, September 1913, in München, werd
tot een onverkwikkelijk tooneel van tweedracht en liepS.
XXVIII VOORWOORD VAN DEN VERTALER
uit op eene scheuring in twee partijen toen Jung zich
vene herkiezing tot president liet welgevallen, niettegen-
staande het twee vijfde deel der aanwezige leden hem
hun vertrouwen onthielden.Intusschen bad zich, onder voorzitterschap van Dr.
L. Seif, in München cene nieuwe locale groep van het
Internat. Verein får Psycho-analyse in Mei 1911 ge-
constitueerd. Dat zelíde jaar volgde de stichting der
eerste Amerikaansche afdeeling „The New-York Psycho-
analytic Society”, voorgezeten door Dr. A. Brill en
weldra eene tweede „The American Psycho-analytic
Association”, onder presidium van Prof. Dr. Putnam.
Engeland bleef niet achter, waar Dr. E. Jones de
leiding op zich nam van eene in Londen zich gevormd
hebbende groep. De laatst aangekomene onder hare
zusteren was de Nederlandsche afdeeling, van welker
samenstelling in April 1917 wij reeds hierboven ge-
waagden,Met enkele woorden willen wij nog wijzen op de
reeds zeer omvangrijke literatuur, die de psycho-analyse
bezit, en op een reeks tijdschriften, die uitsluitend aan
hare verspreiding gewijd zijn. Als eerste periodische
publicatie melden wij de „Schriften zur ang
wandten Seelenkunde”, die een vijftiental belangrijke bij-
dragen leveren van Freud (1—7), Riklin Jung,
Abraham (4—11), Rank (5—13), Sadger,
Pfister, M. Graf, Jones (10—14), Stor
feren Von Hug-Helmuth.Van af 1908 verscheen onder J u n g's redactie het
Jahrbuch für Psycho-analytische und Psycho-pathologi-
sche Forschungen en beleefde vijf jaargangen. Onder per-
soonlijke leiding van Freud en de redactie van
Abraham en Hitchmann, met cenigszins ver-
anderden titel: Jahrbuch der Psycho-analyse, verschijnt
het opnieuw. Het Zentralblatt für Psycho-analyse be-
leefde drie jaargangen. Wetenschappelijke geschillen en
veranderde inzichten noopten eerst À d le r uit de redac-
tie te treden, terwijl Freud wegens persoonlijke ge-
schillen met den anderen redacteur Stekel in 1912S.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER XXIX
zich onttrok aan de leiding van dit blad. Inplaats hier-
van verscheen in 1913 als nieuw orgaan der Vereeni-
ging, het , Internationale Zeitschrift får aerztliche Psy-
cho-analyse”. Aanvang 1912 zag een ander tijdschrift
het licht: „Imago“, geredigeerd door Dr. Hans Sachs
en Dr. Otto Rank, uitsluitend gewijd aan de toe-
passingen der analyse op geestes-wetenschappen.Eindelijk verdienen nog bizondere vermelding het in
Boston (Noord-Amerika) uitgegeven Journal of abnor-
mal psychology, dat vele goede bijdragen op 't gebied
van psycho-amalyse inhoudt en The Psycho-analytic
Review, dat sedert 1913 in New-York verschijnt onder
redactie van White en Jelliffe.Dat zich onder de aanbangers eener nieuwe leer straks
afvalligen vertoonen, die denkbeelden voorstaan welke
indruischen tegen de aanvankclijk gelegde grondsla-
gen dier nieuwe begrippen, is eene gebeurtenis die ons
stellig niet behoeft te verbazen. Herhaaldelijk toch wordt
daarvan gewag gemaakt in de annalen van de geschie-
denis der geneeskunde.Wij behoeven ons slechts een oogenblik terug te den-
ken in het је en Be decennium van de vorige eeuw, om
te zien hoe de aanhangers van het Grand-hypnotisme
van Charcot te уши en te zwaard te keer gingen
tegen de school van Liébeault en hoe laatstge-
moemde Nancy'er geleerde de treurige ondervinding
moest opdoen, dat zijn beroemde leerling Bernheim,
hem in zijn leer in zeker opzicht aan de kaak stelde toen
deze samen met Delboeuf de paradoxe verdedig-
den: „comme quoi il n'y a pas d'hypnotisme"! En moes-
ten wij het in 1903 op het congres te Brussel niet aan-
hooren, dat de Berner hoogleeraar Dubois met voor-
name geringschatting over hypnose en suggestie sprak,
deze „uit den booze" verklaarde, zijn collega's die zich
van de therapeutische suggestie bedienen, voor T ha u-
maturges schold, de pose aannam van een hervor-
mer te zijn op het gebied der psychische therapie en
er zich op verhief slechts door (eerlijke) overtuigingS.
XXX VOORWOORD VAN DEN VERTALER
Zijne zenuwpatiónten te genezen en dit, terwijl men in
zijn boek „Les psycho-névroses et leur traitement moral”
geen bladzijde kan lezen zonder te stooten op de meest
overtuigende bewijzen, dat zijne beste successen te dan-
ken zijn aan directe en verkapte suggestie.Het bevreemdt ons dan ook niet dat er onder de leer-
lingen en aanvankelijke aanhangers van Freud en
zijne leer dissidenten voorkomen. Zij vormen twee on-
derscheiden groepen, wier voormannen Alfred Adler
en C. G Jung zijn. De cerste heeft zich vrijwel ge-
heel en al afgescheiden en verkondigt eene leer, door hem
Individual-psychologie genoemd, die eene der psycho-
analyse volstrekt vijandige richting heeft ingeslagen.De wijziging, door Jung in de Freu d'sche leer
aangebracht, veronachtzaamt de leer der verdringing,
vestigt de aandacht tijdens de behandeling hoofdzakelij
tot de recente gebeurtenis, met verwaarloozing van bet
in het verleden voorgevallene, verwart de droomfagade
met de aan haar te gronde liggende latente droom-
gedachte, kent aan het incest-complex slechts symboli
sche beteckenis toe, doet haar verworden tot cene op-
pervlakkige analyse, die veel gelijkenis heeft met de
Zoogenaamde rationeele psycho-therapie van Dubois.
Beide methodes streven er naar om neurosen te gene-
leering. De daarbij door Dubois
jnt van milderen zin en meer mede-
doogen voor den patiént te getuigen dan die door
Jung wordt voorgeslagen. De nieuw-Ziirichsche
School, ment Freud, had niet den langen omweg
over Weenen behoeven te maken om ten leste te land
te komen in het zoo nabij gelegen Bern. Naar zijn
oordeel levert de z.g.n. wijziging, door Jung in zine
analyse aangebracht, een pendant van het beroemde
Lichtenberg'sche mes. Hij heeft het heft veran-
derd en een nieuw lemmet ingezet; en omdat dit nu het-
zelfde fabrieksmerk draagt, zouden wij het instrument
voor het vorige in de plaats moeten aannemen.De psycho-analyse, zooals de Weener hoogleeraar die
ontdek en voortgebouwd heeft, is de jongste der vierS.
VOORWOORD VAN DEN VERTALER XXXI
onderscheidene vormen der psycho-therapie. Theoretisch
verleent zij ons het beste inzicht in de ziekte-wording
van de neurose. Zij graaft door tot aan de wortels van
het kwaad, beschikt over eene meer volledige techniek
dan hare zusters, Hare middelen tot diagnostick dienen
gelijktijdig hare therapie. Terecht gaf Bleuler haar
den naam Tiefen-psychologie.Zij kan niet toegepast worden op alle gevallen van
psychogene zickten en onder alle omstandigheden. Eene
nauwkeurige selectie dient verricht te worden. In vele
gevallen verdient het aanbeveling om vermoedelijk voor
de kuur geschikte gevallen aan cene provisoire behan-
deling van eenige dagen te onderwerpen en van den
uitslag dezer af te laten hangen of deze zal voortgezet
worden.Feitelijk komt slechts de groote minderheid der ge-
vallen van zenuwlijden in aanmerking om analytisch be-
handeld te worden. Eene dusdanige behandeling ver-
cischt van den kant der patiénten veel zelfverloochening
en oprecht verlangen om te genezen; van dien van den
geneesheer geduld, groote toewijding en diep psycho-
logisch inzicht.Zoo maakt ⑳ dus in geenendeele de andere vormen
der psychische genceswijze overbodig.In verreweg de meeste gevallen zal men bij de be-
handeling van zenuwlijders tot zijn doel geraken door de
aanwending van palliatieve hulp, die ons de moreele
Psychotherapie biedt, меке tot het gem ס
spreekt van den patient, hem sust, troost, moed in-
spreckt, lichamelijk en zedelijk verzorgt; daar nevens
kan men parti trekken van de suggestiethera-
pie, die cen wissel trekt op patiént's geloof en ver-
trouwen in de genezing; of eindelijk zal men, zich tot
de intelligentie van den lider richtende, dezen door
leering, overtuiging, réeducatie pogen te genezen.
Door aldus te handelen brengt men im vele gevallen
groote verbetering aan en niet zelden bereikt men uit-
komsten, als tijd en omstandigheden mede dienen,
welke duurzame genezing vrijwel nabij komen.S.
D
XXXII VOORWOORD VAN DEN VERTALERAan den geschoolden arts, die in elk zich aanbiedend
ziektegeval zoowel de psychologische zijde als den ana-
tomisch-psychologischen kant van het hem voorgelegd
vraagstuk weet te belichten, blijve de beslissing welken
weg men te bewandelen heeft om genezing, zoo deze
mogelijk is, te verkrijgen.December 1917.
Amsterdam, Februari 1933.Dr. A. W. VAN RENTERGHEM
You are here
Inleiding tot de studie der Psychoanalyse1917-001/1933.nl
1917-001/1933.nl/V2