• S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    In den laatsten tijd is de naam van Freud in veler
    mond en wordt zijne schepping, de psycho-analyse, te
    pas en te onpas besproken en aangebaald, gelijk nu meer
    dan dertig jaren geleden met de hypnose en suggestie het
    geval was

    Fenerzijds gewaardeerd en met voordeel toegepast
    door den deskundigen gencesheer, wordt zij anderzijds
    versmaad en gewantrouwd door hoog- en zeergeleerde
    medici, die slechts oppervlakkig met haar hebben ken-
    nis gemaakt en onvoldoende, vaak zelfs geen de min-
    ste ervaring hebben van hare toepassing in de prak-
    tük.

    Waar ik, in de drie laatste decennia werkdadig de ge-
    leidelijke ontwikkeling der psycho-therapie heb mede-
    gemaakt en mij thans mag verheugen in de steeds toe-
    memende waardeering die zij ondervindt zoowel van
    medische zijde als van den kant van het groote publick,
    ben ik getroffen geworden door den weerstand die de
    jongst geborene der methodes, om langs psychischen weg

    muwlijders te behandelen, moest ondervinden. Ook
    hier herhaalt zich weder cene zelfde geschiedenis van
    tegenweer en bekamping van de zijde der orthodoxe ge-
    neeskunde, die zich verzet tegen de Freudsche
    innovate, zooals zij dat deed in het Ве en ge decennium
    van de vorige ceuw tegen de leeringen van Charcot
    en Liebeault, die de genceskunde poogden te ver-
    rijken met de waarheden en de voordeelen van het thera-
    peutisch hypnotisme.

    Ik ben overtuigd dat het met de Fr e u d'sche leer-
    stellingen gaan zal zooals het met de suggestie-leer is
    gegaan. Zij zullen hare plats onder de zon weten te
    veroveren in weerwil van den tegenstand dien ⑳ moe-
    ten ondervinden van de nog zeer groote meerderheid der
    geneeskundige wereld. Na ernstige theoretische studie

  • S.

    vm VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    en voorzichtige toetsing van de theorie aan de genees-
    kundige praktük ben ik tot de erkenning gekomen, dat
    de zenuwarts met de F re u d'sche analyse een machtig
    en alleszins vertrouwbaar wapen riker is geworden in
    den strijd tegen de neurosen.

    Het boek van Freud, waarvan ik mijne landgenoo-
    ten hier de vertaling aanbied, bedoelt cenvoudig eene
    inleiding te zijn in de analyse, cene inwijding in hare
    beginselen voor den gencesheer.

    Ik meende geen onnut werk te doen door den lezer,
    alvorens hij tor de studie er van overgaat, een overzicht
    te geven van het leven van den schrijver, van de ont-
    wikkeling zijner nieuwe leerstellingen en den strijd dien
    bij gevoerd heeft en nog voert om die ingang te doen
    vinden.

    Sigmund Freud werd 6 Mei 1856, uit Joodsche
    ouders, geboren in het stadje Freiberg in Mähren. Ну
    is de oudste van zeven kinderen, die uit zijn vaders
    tweeden echt zijn voortgesproten. Deze, een gegoed koop-
    man, had nog twee zonen uit zijn eerste huwelijk, die
    in Manchester woonden en bij wie Sigmund, toen hij
    op zijn 196 jaar zijn eerste reis naar het buitenland
    maakte, langen tijd doorbracht,

    Toen vader's zaken minder voorspoedig werden, voel-
    de deze zich genoopt (1860) om zich metterwoon in
    Weenen te vestigen. Hier bezocht de jonge Freud
    cene bijzondere lagere school, liep vervolgens het gym-
    nasium af om in den herfst van 1873, op zijn 19e jaar,
    zich aan de universitet van zijn vaderstad te laten in-
    schrijven als student in de geneeskunde.

    Een tijd lang had hij plan gehad om in de rechten te
    studeeren, maar de kennismaking met Darwin's werken
    en de bekoring die hij van de hiermede samenhangende
    natuurwetenschappelijke beweging onderging, brachten
    bem tot andere inzichten. Aanvankelijk voelde hij zich
    sterk aangetrokken door de collegies in dierkunde van
    Claus, door die in philosophie van Frans Bren-
    tano en voelde hij ook veel voor chemie, totdat spe-
    ciaal physiologie zijn aandacht trok en hij zich een lane

  • S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER IX

    gen tijd verbond aan het physiologisch instituut van
    prof. E. Brücke.

    Tijdens zijn praktisch werken aan dit laboratorium
    schreef bij cenige artikelen over biologische onderwer-
    pen. Daarop verrichtte bij wetenschappelijken arbeid op
    verschillend gebied en was zoo een tijd lang ontrouw
    aan de geneeskunde, zoodat hij cerst in Maart 1881, dus
    op zijn 256 jaar, gepromoveerd is in de genceskunde.
    Als demonstrator aan het psysiologisch instituut streefde
    hij naar het assistentschap bij prof. Brücke, maar
    deze ontried hem die richting in te slaan, daar er voor
    hem — die weinig bemiddeld was — geen uitzicht be-
    stond om binnen afzienbaren tijd het tot eene geschikte
    — ook finantičel gunstige — positie te kunnen brengen.

    Hi dong toen maar en verkreeg cen assistentsplaats
    in het Algemeen Zickenhuis te Weenen. Als zoodanig
    heeft hij daar op verschillende afdeelingen dienst gedaan.
    Vervolgens kreeg hij eene aanstelling als „Secundair-arts”
    (interne) op de klinische afdecling van prof. No t h-
    паке! en ging eerst later zich toeleggen op de studie
    van zenuwziekten en van hersen-anatomie. Bij dezen tak
    van studie oefende het onderricht van prof. Th.
    Meijnert grooten invloed op hem uit. Hier ont-
    wikkelde bij bizonder veel ijver en publiceerde verschei-
    dene artikelen op casuistisch- en hersen-anatomisch ge-
    Died. In 1885 werd hij toegelaten als privaat-docent
    voor nenro-pathologie aan de Weener universiteit. Dank
    ⑳ Brückes bemiddeling werd hem toen cen studie-
    beurs verleend, die hem de gelegenheid gaf om een half
    jaar te Paris de lesen van Charcot te volgen.

    Het was tijdens zijn assistentschap aan het algemeen
    ziekenhuis, dat bij Joseph Breuer lærde kennen,
    den man die later zoo'n grooten invloed op zijn leven
    en handelen zou uitoefenen, en dat hij een artikel publi-
    ceerde over de coca-bladeren, de physiologische werking
    van haar alcaloied, de locaal-anaesthetische werking der
    cocaine en hare toepassing in de geneeskunde,

    Hij bracht het winter-semester 1885-86 in Parijs door
    als trouw bezoeker van de Salpétritre en ernstig leer-

  • S.

    x VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    ling, zoomede vurig bewonderaar van Charcot.
    Onder meer maakte hij zich verdienstelijk door diens
    „Nouvelles Leçons”, en later ook de „Legons du
    Mardi”, van den wereldberoemden grootmeester der neu-
    rologie, in het Duitsch te vertalen.

    Op zijn thuisreis van Parijs bracht hij een kort be-
    zoek aan Berlin, om zich tegen den zomer van 1886
    als zenuwarts in Weenen te vestigen en kort daarop in
    het huwelijk te treden.

    Kassowitz stelde hem weldra aan als assistent in
    zijne polikliniek, waar bij cen afdeling voor zenuwzie-
    ken voor zijne rekening nam. Deze betrekking heeft hij
    met den grootsten ijver tot 1895 toe vervuld. Hj schreef
    gedurende die jaren eenige artikelen over organische ze-
    nuwziekten, die de aandacht van No th n a g el op den
    schrijver vestigden en dezen geleerde aanleiding gaven
    om Freud te verzoeken het hoofdstuk , Infantiele
    hersenverlamming” te schrijven, dat dienen moest als
    onderdeel van zijn groot „Handboek der genceskunde".

    Het jaar 1889 zag Freud op bezoek in Nancy bij
    Liébeault en Bernheim, waar bij zich prak-
    tisch op de hoogte kwam stellen van hypnose en sug-
    gestie, zooals deze wetenschap door genoemde geleerden
    werd onderwezen.

    In Weenen teruggekeerd bezorgde hij eene Duitsche
    bewerking van Bern he i m's boek „De la Suggestion”,
    tn nam nog datzelfde jaar deel aan het eerste Inter
    nationaal Congres voor experimenteel- en therapeutisch
    hypnotisme, dat in Parijs plaats had in het Hotel-
    Dieu. onder het voorzitterschap van Dumontpal-

    ier.

    In 1902 had zijne benoeming plaats tot buitengewoon
    hoogleeraar in de neuropathologie aan de Weener-
    universiteit; terwijl hij zeven jaren later het eere-
    doctoraat in de Rechten verwierf, hem verleend door
    den Senaat van de Clark-University te Worcester
    Mass. in Noord-Amerika, na het houden van eenige
    voorlezingen over Psycho-analyse, waartoe hij door
    voornoemd geleerd college was aangezocht geworden bij

  • S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER XI

    gelegenheid der feestelijke viering van het 20-jarig be-
    staan van genoemde universiteit.

    Een kort overzicht te geven van de levenstaak die
    Freud zich heeft gekozen staat vrijwel gelijk met in
    groote trekken den gang der psycho-analytische bewe-
    ging te schetsen. De psycho-analyse toch is zijne schep-
    ping, die hem in staat heeft gesteld cen nieuw licht te
    werpen op het omtstaan van zenuwziekten en de be-
    wijzen bij te brengen voor het feit, dat niet alleen in de
    wereld der stoffelijke verschijnselen, maar ook in die van
    het gecstelijk gebeuren, de zelfde wetten gelden van oor-
    zaak en gevolg. Meer speciaal heeft bij ontdekt hoe
    een hysterisch system in het zieleleven zijn oorsprong
    indt. Dit toch wisten we niet, al was het ook in de
    jden van Charcot en Liébeault geen geheim
    meer dat de verschijnselen der neurose hun oorsprong
    vinden in het zieleleven en geen verband behoeven te
    houden met anatomische stoornissen van de hersenen.

    En het is nu deze ontdekking die blijken zal de verst-
    strekkende gevolgen te hebben zoo voor de wetenschap
    der psychiatrie als voor de behandeling van zenuw-
    ziekten.

    De cerste aanstoot tot de wording der psychoanalyse
    werd gegeven door cene toevallige ervaring, opgedaan
    door Dr. Joseph B re u er, waarvan deze Freud wel-
    willend declgenoot maakte in 1881. F r e u d stond toen
    op het punt van te promoveeren en luisterde met de
    grootste belangstelling naar een ziekteverhaal, dat de
    veel oudere practicus hem deed. Dit goldt de eigen-
    aardige genezing van eene aan hysterische symptomen
    lijdende jonge dame, welke verkregen was door haar,
    als zij in auto-hypnose verkeerde of door Breuer
    in hypnose was gebracht, te laten vertellen wat zich
    van herinneringen of fantaslečn aan haar opdrong,
    waarna dan vaak cenige uren aaneen verlicht
    gevoelde, te zelf gaf aan deze behandeling den
    naam van talking-cure, of schertsenderwijze ook

  • S.

    XII VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    wel van chimney-sweeping. Deze ontdekking
    beeft geleid tot het ontwerpen eener nieuwe theorie van
    het wezen der bysterie en in aansluiting bieraan tot de
    rationeele behandeling der ziekte, de cathartische genees-
    wijze. Naar Breuer's meening zouden de hysterische
    verschijnselen bunne oorzaak vinden in met sterke ge-
    voelstoon beladen voorvallen uit het leven der patién-
    ten, uit in vergetelheid geraakte scėnes, die psychische
    traumata hadden veroorzaakt. De therapie moest dan be-
    staan in het doen terugroepen in 's lijders memorie en
    het doen reproduceeren van die doorleefde scėnes (door
    hem catharsis = purgatie genoemd). Als theorie voegde
    hij, met instemming van Freud, bieraan toe, dat bet
    niet tot uiting (normale ontlading) gekomen affect
    zich zou omgezet (geconverteerd) hebben in
    bet hysterisch symptoom.

    Breuer liet na 1882 voorloopig de kwestie rusten
    en nam ze eerst weder op toen Freud, in 1886 uit
    Parijs teruggekeerd, er zijn aandacht andermaal op ves-
    tigde. Laatstgenoemde, doordrongen van het feit. dat
    de electro-therapie zoo bitter weinig goede
    resultaten bij de behandeling van zenuwzieken opleverde,
    had zich aanvankelijk gewonnen gevoeld door de zoo-
    veel grooter succes belovende hypnotische su g-
    gestie maar vond ten slotte meer bevrediging voor
    zijn wetenschappelijken geest toen hij deze inwisselde
    voor de cathartische methode.

    In den aanvang hunner samenwerking op dat ge-
    bied leiden beide onderzoekers de aandacht hunner
    patičnten in de allereerste plaats op de traumatische
    scène die het verschijnsel had doen ontstaan; zij zochten
    naar het psychisch conflict en trachtten bet onderdrukte
    affect vrij te maken.

    Al doende kwamen zij tot de ontdekking van een
    merkwaardig gebeuren dat kenmerkend is voor de zich
    bij de neurosen voordoende psychische processen, waar-
    aan Freud later den naam regressie heeft ge-
    geven. Als men de traumatische scene tot opheldering
    trachtte te brengen, associcerde patient daaraan vroeger

  • S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER XIII

    doorgemaakte ervaringen en bracht er den analyticus
    toe om dat verleden te doorvorschen en met de hierdoor
    verkregen kennis de actueele scène toegelicht te krijgen.
    De regressie deed den onderzoeker steeds verder in dat
    verleden doordringen, voerde cerst naar de puberteits-
    jaren, dan naar die der prille jeugd. Het bleek dat de
    psycho-analyse niet tot de oplossing van het actucele
    vraagstuk kon geraken zonder zich tevens met het ver-
    leden vertromwd te hebben gemaakt, ja zelfs dat elke
    pathogene gebeurtenis eene voorgangster moet gehad
    hebben, die ~~~ 24] moge Zelve niet pathogeen zijn ~~~
    toch de later doorleefde hare ziekte-vormende eigenschap-
    pen verleent.

    Tusschen beide onderzoekers ontstond een eerste ver-
    schil van opvatting bij de beoordeeling van het intieme
    mechanisme der hysterie. Br eu er huldigde eene theo-
    rie die om zoo te zeggen nog op physiologischen grond-
    slag berustte en wilde de splijting, die de psyche bij
    hysterischen vertoont, verklaren door het niet commu-
    niceeren van verschillende psychische toestanden (be-
    wustzijns-toestanden) ; bij schiep de theorie der „hyp-
    noide toestanden”, wier producten als niet geassimi-
    leerde vreemde lichamen indringen zouden in het
    „wakend bewustzijn". Freud stelde zich de zaak
    minder wetenschappelijk voor: bij vermoedde overal
    het spel van tendensen en neigingen, zooals dat ook
    in het dagelijksch leven zich voordoet.

    Het splitsings-proces van de psyche stelde hij zich
    voor als cen afstooting, door hem aanvankelijk „afweer”,
    later „werdringing” genoemd.

    Dit verschil in opvatting heeft niet geleid tot de schel-
    ding dezer beide vorschers. Toch vond deze weldra
    plaats maar had een dieperen grond.

    Breuer had verklaard dat bij zijne vermaarde cerste
    patičnte, die hem tot de ontdekking der kathartische
    methode bad gebracht, het sexueele element geen aan-
    deel in de vorming van haar zoo rijk ziektebeeld had
    gebad. De ervaring der latere jaren, intusschen, die de
    symbolische beteekenis van slangen leerde kennen,

  • S.

    XIV VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    in verband gebracht met het stijf worden, met het para-
    lyseeren van den arm en met de situatie van dit meisje
    aan vader's ziekbed, brengt tot eene andere, tot de ware
    verklaring der symptoomvorming. Zij wijst op eene be-
    duidende rol, die de sexualiteit in het zieleleven van deze
    patičnte heeft vervuld. De sterke suggestieve invloed
    door Breuer op zine patičnte uitgeoefend, waardoor
    hij hare genezing vermocht te bewerken, is het beste
    voorbeeld van wat later door Freud „overdracht” is
    genoemd.

    Freud is overtuigd dat Breuer, toen alle ziekte-
    verschijnselen geweken waren, aan nieuwe aanduidin-
    gen moet ontdekt hebben, dat die overdraging sexucel
    gemotiveerd was, doch dat hem de algemeene natuur
    van dit onverwacht verschijnsel kan ontgaan zijn, waar-
    door hij nooît dieper op de feiten is ingegaan en het als
    cen „hinderlijk toeval" heeft beschouwd. Breuer
    heeft dat niet rechtstreeks aan Freud gezegd, maar
    deze kon aan allerlei merken, dat de zaak zich als ge-
    zegd verhield.

    Toen nu Freud met meerder klem en groote over-
    tuiging wees op de beteekenis der sexualiteit in de oor-
    zakenleer der neurosen, was Breuer de cerste die
    zijn onwil toonde om deze opvatting te aanvaarden.

    „Het feit van de grof sexueel-getinte vriendschappe-
    like of vijandige overdracht, die zich vertoont bij elke

    neurose-behandeling — niettegenstaande zij noch door
    de eene noch door de andere partij gewenscht of be-
    doeld wordt — is, zegt Freud, voor mij steeds

    het onomstootbaar bewijs gebleken, dat de drijfkrachten
    der neurose in het geslachtsleven haar corsprong vin-
    e

    Hij meent, dat dat argument nog bij lange na niet
    genoeg tot zijn recht is gekomen. Volgens zijne over-
    tuiging houdt het naast en boven de bizondere ui
    komsten van den arbeid der analyse zijne beslissende
    kracht,

    De sexueele aetiologie der neurosen, door Freud
    opgesteld, vond een kwalijk gehoor; men meed hem en

  • S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER XV

    negeerde zijn leer. Alleen de overtuiging, dat hij als
    kampvechter van een nieuw oorspronkelijk idee optrad,
    staalde zijn moed en steunde hem in zijn isolement.

    Daarbij was het eigenaardige van de situatie, waarin
    onze groote ontdekker verkeerde — zooals hij zelf aan-

    — dat het denkbeeld, waarvoor hij verantwoor-
    delijk werd gesteld, niet eens in hem zelf ontstaan was.
    Hij ontleende het aan persoonlijke inzichten van drie
    gelcerden, aan wie hij wetenschappelijk veel verschul-
    digd was en voor wie hij het grootste respect had, aan
    Breuer zelf, aan Charcot en aan den Weener
    gynäkoloog Chrobak. De zaak is deze. Toen
    Freud pas geneesheer aan het Algemeen Ziekenhuis
    was, wandelde hij eens een eindweegs samen op met
    Breuer, die zine zickenbezocken in de stad aflegde,
    als jemand laatstgenoemde maderde en dringend
    wenschte te spreken. Wellevendheidsbalve verwijderde
    zich Freud, om zich na afloop van het gesprek weer
    bij zijn ouderen vriend en leermeester te voegen. Deze
    deelde hem mede, dat de persoon, die hem zoo juist
    had aangesproken, hem verzocht had zijne vrouw onder
    behandeling te willen nemen, en wel omdat deze zich in
    gezelschap zoo opvallend gedrocg, dat men hare manier
    van optreden alleen vergeven kon door ze dan nerveus-
    heid toe te schrijven. „Dat zijn, liet hij er op volgen,
    steeds geheimen van het huwelijksbed.”

    Eenige jaren later was F r eu d ongewild toehoorder
    van cen fragment samenspraak tusschen Charcot en
    Brouardel Laatstgenoemde vroeg Charcots
    raad in cen geval betreffende cen jong echtpaar, waar-
    van de vrouw erg zick en de man impotent was.
    Charcot wees zin collega op de ware oorzaak van
    het ziekworden der vrouw: „dans des cas pareils c'est
    toujours la chose génitale, toujours!… .”

    Тога Freud pas als privaat-docent in de neuro-
    logie in Weenen debuteerde, (1885) vertrouwde
    Chrobak hem cene zijner patiénten toe. Deze leed
    aan angst-aanvallen, die alleen bezworen konden worden
    als de zieke zorgvuldig op de hoogte werd gehouden van

  • S.

    XVI VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    de plaats waar zij op elk oogenblik van den dag haar
    arts — indien zij hem noodig mocht hebben — zou kun-
    nen vinden. Hem ter zijde nemende, deelde C h ro b a k
    zijn collega mede, dat patiénte's angst zijn oorzaak vond
    in het feit, dat zij ~~~ alhoewel reeds 18 jaren ge-
    trouwd — nog cen ongerepte maagd was. De man was
    namelÿk impotent. Het eenige recept voor dergelijk
    lijden, voegde hij er aan toe, is een welbekend, maar
    moeielik voor te schrijven middel.

    Het is eene verdienste van Freud, dat hij het niet
    bij het cenvoudig aanhooren dier denkbeelden heeft ge-
    laten, maar ze ernstig opgevat en in alle hunne con-
    sequenties doorvorscht en doorgevoerd heeft.

    Andere momenten, die als uitkomsten van F re u d's
    verdere nasporingen zich toevoegden aan de katharti-
    sche genceswijze, waren de leer der verdringing
    en van den weérstand, het vaststellen van de i n-
    fantieele sexualiteit en het nuttig partÿ-
    trekken van de droomen om tot de kennis te geraken van
    het onbewuste. De leer der verdringing is cen zelf-
    standige vinding van Freud en vormt bet fundament
    waarop de psychoanalyse rust. Zij drukt theoretisch uit
    wat men telkens waarneemt, als men een zenuwlijder —
    zonder zich daarbij van hypnose te bedienen — analy-
    sert. Men neemt dan namelijk een weerstand waar, die
    zich verzet tegen de pogingen om te analyseeren en een
    defect in de herinnering bezorgt met het doel, dien
    arbeid te verijdelen. Toen aanvankelijk bij den analyse-
    arbeid de hypnose nog een rol speelde, bleef die weer-
    stand verborgen. Daarom doet de eigenlijke analyse pas
    haar intrede van af het oogenblik dat haar techniek ge-
    wijzigd werd door het opgeven der hypnose.

    Het samenvallen van dezen weerstand met eene
    amnósie voert onvermijdelijk tot de psychoanalytische
    opvatting der onbewuste zielwerkdadigheid, die zich
    zoo opvallend onderscheidt van de philosophische be-
    spiegelingen over het onbewuste.

    De psychoanalytische theorie is eene poging om twee
    feiten, ons door de ervaring aangetoond, dat der over-

  • S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER XVII

    dracht en dat van den weerstand, begrijpelijk te maken.
    Zij vertoonen zich op treffende wijze en onverwacht,
    als men de symptomen van den zenuwlijder terug tracht
    te voeren tot hunne oorzaken, die in het verleden der
    geschiedenis van patiént's leven schuilen.

    Elk onderzosk, dat deze beide ervaringsfeiten erkent
    en als punt van uitgang gebruikt, mag psychoanalyse
    worden genoemd, zegt Freud, al zouden zijne uit-
    komsten andere zijn dan die door hem verkregen,

    De vaststelling der infantiele sexualiteit is eveneens
    een door de ervaring verworven goed, maar dagteekent
    wit veel lateren tijd. Aanvankelijk wist men slechts dat
    de inwerking van indrukken van het tegenwoordige
    moest terugvoeren tot verleden zaken. Men vond dat die
    sporen veel verder leidden dan tot de puberteit en zelfs
    terug gingen tot de heele prille jeugd. Deze bleken zich
    niet te bepalen tot passieve sexueele feiten, waarvan het
    kind door verleiding het slachtoffer zou geweest
    want meestal bleken deze onwaar te zijn. Het kwam uit
    dat de hysterischen, die hunne symptomen terugvoeren
    tot ondergane sexucele beleedigingen, zulke tooneelen
    fantaseeren en dat deze fantasiečn tot dekmantel dienen
    om de auto-erotische handelingen door het zeer jonge
    kind bedreven te verbloemen. Aldus kwam het geslachts-
    leven van het kind van achter deze fantasieén in vollen
    omvang te voorschijn en werd ook licht geworpen op de
    aangeboren constitutie. De aanleg en het doorleefde
    knoopten zich hier tot eene onschcidbare aetiologische
    cenheid samen. Indrukken toch, die anders zonder in-
    werking zouden gebleven zijn, grociden, als de aanleg
    bestond, tot prikkelende en blijvende traumata aan, en
    doorleefde voorvallen maakten in de aangeboren consti-
    tutie factoren wakker, die anders voortgesluimerd zou-
    den hebben en niet tot ontwikkeling zijn gekomen.

    Toen Freud de hypnose opzij gezet had en in hare
    plaats van de methode der vrije associatie gebruik was
    gaan maken, viel hem door deze wijziging in de tech-

    nick der analyse de droomduiding als eerste vrucht in
    den schoot.

    Psychoanalyse 2

  • S.

    XVIII VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    Eerst vele jaren later werd hij gewaar, hoe eng zich
    de psychoanalytische droomduiding aan het droomuitleg-
    gen der Ouden aansloot, Door eigen onderzoek leerde
    hij de symbolen kennen en vaststellen; cerst later vond hij
    bevestiging daarvan in het werk van Schermer.

    Om de proef op de som te krijgen in zake zijner
    veronderstelling, dat cene neurose door analyse van
    den patiént begrijpelik kan worden gemaakt, had
    Freud vaak eindeloos geduld noodig; bij de duiding
    van droomen, die men als de analoga der nerveuse ver-
    schijnselen kon opvatten, vond hij zijne veronderstelling
    vrijwel geregeld bevestigd.

    Met behulp van eene serie van eigen droomen heeft
    bij zichzelf geanalyseerd. Hij deed dat uit innige over-
    tuiging der noodzakelijkheid van dezen arbei

    Aldus heeft hij zijn weg weten te vinden in alle de
    voorvallen en herinneringen uit zijne kinderjaren.

    De stelselmatige doorvoering van het onderzock naar
    de sexueele aetiologie der neurosen leidde Freud tot
    uitkomsten, die zijne overtuiging van de practische be-
    teekenis van het sexueele moment rotsvast vestigden.

    Herbaaldelijk hield hij voordrachten in de „Wiener
    Fach-Vereinigung”, onder presidium van prof. К r a f t-
    Eb 1 ng. Men nam echter zoo goed als geen лоше van
    zijn arbeid. Zijn persoon en de door hem verkondigde
    nieuwe leer werden geboycot. Hij liet zich echter niet
    afschrikken, maar ging in zijn splendid isolation voort
    zijn onderzoek te vervolgen, gesterkt door zine over-
    tuiging, dat bij een stuk wetenschappelijke waarheid
    had veroverd, die de groote meerderheid der medische
    wereld weigerde te leeren kennen, eenerzijds wegens cene
    misplaatste pruderie, anderzijds wegens een hardnekkig
    vasthouden aan verouderde begrippen.

    In 1895 verscheen zijn eerste werk „Studien ueber
    Hysterie”, uitgegeven in samenwerking met Breuer.
    Dit vond weinig lezers. Men wilde niet weten van zijne
    révolutionaire idecén op het gebied der Hysterie; men
    liet de zaak bij het oude.

    Zijne volgende publicatie „Sammlung kleiner Ge-

  • S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER XIX

    Schrifte zur Neurosenlehre" (1893—1906), waarin
    waarnemingen zijn geboekt die van verstrekkende betee-
    kenis zijn voor de Psychiatrie, zweeg men dood.

    Om zijne „Traumdeutung” (1900), Фе eene eerste
    werkelijke psychologie van den droom levert, werd hij
    vitgelachen, terwijl een storm van verontwaardiging over
    zijn hoofd losbrak toen zijne „Drei Abhandlungen zur
    Sexualtheorie" een nieuw licht wierpen op de psycholo-
    gie van het geslachtsleven. In plaats van den schrijver
    met grondige tegenwerpingen te bestrijden, wist de medi-
    sche pers mies beter te doen dan hem met schimpen en
    smalen te lif te gaan, eene wijze van striden die min-
    der wetenschappelijken zin verraadt, dan wel armoede
    aan tegen-argumenten.

    Ondanks alle tegenwerking gelukte het Freud,
    dank ⑳ zijn onverdroten ijver, zijn algeheele toewijding
    aan de verdediging en de toepassing van de gevonden
    waarheid, dank zij ook zijne niet te loochenen goede ui
    komsten op therapeutisch gebied, eene kleine schaar van
    leerlingen en aanhangers te winnen en om zich te ver-
    venigen. Toen hem in 1902 het buitengewoon hoog-
    leeraarschap in de neurologie aan de Weener Hooge-
    school ten deel viel, breidde zich deze kring spoedig
    aanmerkelijk uit en omvatte weldra ook kunstenaars en
    andere lieden van ontwikkeling, die, aangespoord door
    den inhoud van Freud's werken: „Der Witz und
    seine Bedeutung zum Unbewussten” (1905), „Zur
    Psychopathologie des Alltagsebens' (1901), „Zur
    Traumdeutung” (1900), zich aangetrokken gevoelden
    de leerstellingen der Psychoanalyse ook op verschillende
    andere geesteswetenschappen uit te breiden en toe te
    passen.

    In 1907 ontving de jonge Weener School een groo-
    ten steun van eenige Zwitsersche geleerden, die als met
    ćen slag de situatie veranderde.

    Prof. Bleuler, hoogleeraar in de psychiatrie aan
    de universiteit te Zürich en geneesheer-directeur van het
    Kantonnale Gesticht voor Krankzinnigen , Burghölzli",
    nam deel aan de beweging ten gunste der Psychoanalyse,

  • S.

    XX VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    Op zijne aansporing werden F r e u d's werken door de
    gestichtsartsen bestudeerd en de analyse in geschikte ge-
    vallen toegepast. Het was vooral Dr. G С. Jun g, die
    zich in dat opzicht speciaal verdienstelijk heeft gemaakt.
    Terecht mag hij beschouwd worden als het hoofd van
    de Züricher School, die jaren lang zijde aan zijde met
    de Weener School er naar gestreefd heeft om Freud's
    idecën aan de praktijk te toetsen, om te trachten leem-
    ten aan te vullen en nieuwe bouwstoffen aan te dragen
    tot voltooïing van diens schepping. Jung was van
    1902—'11 aan het Gesticht Burghólzli als geneesheer
    verbonden. Hij doceerde sedert 1906 als privaat-docent
    der psychiatrie aan de Zúricher universiteit capita selecta
    der psychoanalyse.

    In navolging van de Weener Psychoanalytische Ver-
    veniging werd in den zomer van 1907 in Zúrich eene
    Vrije Vereeniging gesticht, met het doel om in geregelde
    bijeenkomsten de vraagstukken der psychoanalyse te be-
    spreken. Eenige maanden tevoren had zich tusschen beide
    scholen de unie voltrokken en in het voorjaar van 1908
    had te Salzburg het cerste congres plaats dat de
    aanhangers der Freu d'sche leerstellingen vereenigde.

    Daar werd toen tot de uitgave besloten van een tijd-
    schrift, onder leiding van Freud en Bleuler,
    waarvan Jung de redactie op zich zou nemen, en dat
    als naam voeren zou: „Jahrbuch für Psychoanalytische
    und Psychopathologische Forschungen". Het cerste deel
    van dit Jahrbuch zag in 1909 het licht.

    Onafhankelijk van Freud heeft de Züricher School
    (Bleuler Jung) het door Wundt aangegeven
    associatie-experiment aangepast aan de psychoanalyse
    en eene associatie-methode ontworpen, die ten doel heeft
    door te dringen tot het onbewuste van den patiént. ⑳
    heeft hoofdzakelijk eene theoretisch-experimenteele waar-
    de en leidt tot eene omvangrüke maar oppervlakkige
    tering ten aanzien van het onbewuste conflict
    (complex). Freud vergelijkt hare beteekenis voor den
    psychoanalyticus, met die der qualitatieve analyse voor
    den chemicus. Met de Züricher associatie-methode was

  • S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER XXI

    een eerste brug geslagen tusschen de experimenteele psy-
    chologie en de psychoanalyse.

    Bleu ler toonde voorts aan, dat een zeer groot aan-
    tal zuiver psychiatrische gevallen door dezelfde mecha-
    mismen konden verklaard worden welke door Freud
    waren bevonden dienstig te zijn om den droom en de
    neurose te verklaren, terwijl Jung?) met succes de
    psychoanalyse wist toe te passen op de meest vreemde
    en duistere verschijnselen der Dementia praecox en den
    oorsprong dezer ziekte vermocht op te sporen in den
    levensloop van de lijders en de omstandigheden waarin
    zij verkeerd hadden. 1)

    Van toen af aan was het den psychiaters niet meer
    mogelijk om de psycho-analyse te ignoreeren. In 1911
    zete Bleuer de kroon op het werk, door in zijn
    groot werk , Ueber die Schizophrenie” aan de psycho-
    analytische idecén een zelfde recht toe te kennen als aan
    de klinisch systematische beschouwingswijze.

    Sinds de samensmelting der Weener en Züricher scho-
    len, die in 1907 heeft plaats gegrepen, nam de belang-
    stelling voor de Psycho-analyse steeds meer en meer toe.
    Het aantal artsen die haar wilden leeren kennen, met
    het doel haar in de praktik toe te passen, werd belang-
    rijk grooter en het getal van publicaties en tijdschriften,
    aan haar gewijd, groeide steeds meer aan in weerwil
    van de aanvallen en de vijandige houding van medische
    zijde, die de nieuwere leerstellingen op congressen en in
    geleerde gezelschappen moest doorstaan. Zij bande zich
    cen weg in alle landen, schrikte de psychiaters op en
    deed de geleerden op andere gebieden der wetenschap
    versteld stan.

    In 1909 hielden Freud en Jung beide, daartoe
    aangezocht door het college van professoren der „Clark-
    University" te Worcester (Mass) bij Boston, ter
    legenheid van de viering van het 20-jarig bestaan dier
    hoogeschool, voordrachten over psycho-analyse, welke
    groote waardeering vonden en haar veel nieuwe aanban-

    1) „Ueber die Psychologie der Dementia pricox" (1907).

  • S.

    XXII VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    gers bezorgden. Onder dezen schaarde zich James P u t-
    nam, hoogleeraar in de neuro-pathologie aan de H à r-
    vard-University, die van aanvankelijk tegenstander, cen
    overtuigd bekeerling werd.

    Wat de Europeesche landen aangaat, heeft Frankrijk
    tot heden het minst belangstelling getoond in de
    Freud'sche leer. Daar is de meening gangbaar, dat
    wat er goed mocht zijn in de Psycho-analyse, reeds
    vroeger door Janet was verkondigd, ja slechts cene
    herhaling met onbeduidende veranderingen zou zijn van
    diens opvattingen en dat, wat van deze ideeón afwijkt,
    uit den booze is. Het was J a net zelf die op het con-
    gres te Londen in 1913 zich in dien zin uitliet, doch
    toen duchtig is terecht gezet door Dr. E. Jones, die
    hem zijn gebrek aan kennis van zaken, zijn onwetend-
    heid in de bestaande litteratuur over het onderwerp
    onder het oog bracht.

    In Holland heeft al vroegtijdig Freud's leer ern-

    . stige aanhangers gewonnen en sedert April 1917 con-
    stitueerde zich te Amsterdam cene Afdeeling van het
    „International Verein für Psycho-analyse”, dat onder
    hare Jeden twee hoogleeraren in de psychiatrie, К. B o u-
    man van de Amsterdamsche- en G. Jelgersma van
    de Leidsche Universiteit, telt. De eerste officičele erken-
    ning, die de droomduiding en de psycho-analyse in
    Europa deelachtig is geworden, werd haar gebracht door
    laatstgenoemden hoogleeraar in zijn inaugureele rede als
    Rector magnificus van de Leidsche Universiteit, den gen
    Februari 1915 gehouden.

    In Zweden heeft Paul Bjerre, die den bekenden
    psycho-therapeut Otto W etter s t r a п d opvolgde, de
    analytische behandeling in zijne praktijk ingevoerd. In
    Noorwegen werd door R. Vogt te Christiania met
    waardecring gewaagd over de psycho-analyse, in zijn
    leerboek der Psychiatrie , Psykiatriens grundtrack”.

    Wat Rusland betreft, hier werden bina alle werken
    van Freud in de landstaal overgezet. K. Wulff te
    Odessa _vertegenwoordigt daar op waardige wijze
    Freuds school.

  • S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER XXIII

    In Hongarije vond de analyse tot dusverre weinig
    aanhangers, maar daar te lande vergoedt de welbekende
    Dr. Ferenczi, een van Freud's trouwste discipe-
    len, door hoedanigheid ruimschoots het gemis aan hoe-
    veelheid.

    In Duitschland wordt sedert jaren de psycho-analyse
    veel besproken, maar ondervindt zij veel tegenwerking
    van officieele zijde; slechts enkele leiders van sanatoria
    voor zenuwlijders hebben zich openlijk voorstanders ver-
    klaard van de F reu d'sche leer, oa. Binswanger
    in Kreuzlingen, Marcinowsk y in Holstein, terwijl
    Dr. Abraham, vroeger assistent van prof. B r e u ler,
    sedert jaren in Berlin psycho-analyse toepast en een
    waardig vertegenwoordiger van den meester is.

    In den loop der jaren is de analyse röker van inhoud
    geworden en heeft toepassing gevonden op andere
    domeinen der neurosenleer en der psychiatrie. Ook heb-
    ben eenige geleerden — niet geneeskundigen 一 haar
    toegepast op andere geestes-wetenschappen. Aldus bracht
    de analyse ons niet alleen de duiding van pathologisch
    gebeuren, maar toonde zij ook verband te hebben met
    het zieleleven van den normalen mensch en wees op het
    bestaan van tot dusverre niet vermoede betrekkingen
    tusschen de psychiatrie en zeer uiteenloopende andere
    wetenschappen die met psychologie in verband staan.
    Zoo konden vele mythen en sprookjes, dank zij hunne
    analogie met droomen, als deze geduid worden. Op dat
    gebied hebben Riklin, Abraham en vooral ook
    Rank zich verdienstelijk gemaakt. Jones en Sto r
    fer pasten de droom-symboliek met vrucht toe op vraag-
    stukken der mythologie en der folklore. Een zeer belang-
    rijke arbeid, die cen compromis beoogde te zijn tusschen
    godsdienstige en mythologische fantasieën en de neurose,
    werd door Jung gepubliceerd. Freud zelf wees den
    weg die van de droomduiding leidde tot de analyse van
    dichterlijke scheppingen.

    In zijn „Gradiva” toonde hij aan, hoe de door dich-
    ters gevonden droomen zich vaak ten overstaan van de
    analyse als echte droomen verhouden. De theorie van het

  • S.

    XXIV VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    onbewuste zieleleven maakte het mogelijk, zich eene
    eerste voorstelling van het wezen van den dichterlijken
    scheppingsarbeid te vormen; de waardeschatting van het
    spel der instinkten, waartoe het onderzoek der neurosen
    ons bracht, deed de bronnen ontdekken der scheppin-
    gen van den kunstenaar en bracht vraagstukken aan de
    orde, als op welke wijze de artisten op deze prikkels
    reageeren en hoe ⑳ die reacties inkleeden (Rank, Der
    Künstler; Sad ger, Reik, Dichter-analysen; Freud,
    Kindbeitserinnerungen des Leonardo da Vinci; Abra-
    ham, Analyse von Segantini).

    Op het gebied der wetenschappelijke letterkunde, in
    verband beschouwd met de psycho-analyse, verscheen het
    degelijk werk van R a nk „Ueber das Inzest-motiv”.

    Freud schreef in 1910 cen arbeid, waarin hij de
    analogie aantoont die er bestaat tusschen het ceremo-
    nieel van den godsdienst met dat van den neurose-
    lijder.

    In zijn arbeid „Die Frömmigkeit des Grafen von
    Zinzendorf heeft de predikant Dr. P f i s t e te Zürich
    op het verband gewezen dat bestaat tusschen dweperij
    Op godsdienstig gebied en perverse erotiek. De vraag-
    stukken der ethnologische psychologie werden door
    Freud aan de analyse getoetst in zijn vier opstellen
    „Ueber Totem und Tabu". In zijn boek „Der Witz und
    Seine Beziehung zum Unbewussten" gaf hij een cerste
    voorbeeld hoe men onderwerpen van aesthetischen aard
    langs analytischen weg bchandelen en belichten kan.
    Hitchmann en Von Winterstein maakten
    een begin met door middel der analyse licht te werpen
    op philosophische persoonljkheden en hunne stelstels.
    Het tijdschrift ,, Imago”, in 1912 opgericht door Hans
    Sachsen Rank, opende zijne kolommen voor arti-
    kelen en studies van de verschillende vakwetenschappen
    in verband met de analyse, In zijn boek ,,Die psycho-
    analytische methode” (1913), Wijst pastor Pfister
    op de groote waarde der analyse in hare toepassing op
    de paedagogie. Talloos zijn de relaties, die bestaan tus-
    schen de verschillende wetenschappelijke gebieden en

  • S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER XXV

    de medische psycho-analyse, en zoodra de wederstanden
    tegen laatst genoemde wetenschap van medische zijde
    zullen overwonnen zijn, bieden die betrekkingen een
    vruchtbaar veld van onderzoek aan, aan een generatie
    van vorschers. Even zoomin als welke revolutionaire be-
    weging ook op wetenschappelik gebied, heeft de
    F r e u d'sche analyse zich haar weg weten te banen zon-
    der heftigen wederstand.

    De poging om haar dood te zwijgen in het isolement
    van haar ontdekker heeft niet te min korter geduurd
    dan „la guerre du silence”, gericht tegen het werk „Du
    sommeil et des états analogues” en de boycotting van
    medische zijde, door zin maker Liébeault on-
    dervonden, toen deze pionier der wetenschappelijke
    psycho-therapie de leer der hypnose en suggestie open-
    baarde.

    Zeer opmerkelijk was het, dat men destijds de goede
    uitkomsten door de toepassing der hypnotische sugges-
    tie van Duitsche zijde poogde verdacht te maken door
    deze toe te schrijven aan het veelvuldig voorkomen van
    hysterie bij de Franschen en special bij de Parijzenaars.
    Men kon er vit afleiden dat volkeren-baat en afgunst
    meer dan wetenschappelijke overweging bij die veroor-
    decling voorzat. Dat die vijandige instelling niet speci-
    fiek Duitsch maar algemeen menschelijk schijnt te zijn,
    leert ons de in 1913 op het internationaal genceskundig
    congres in Londen door den Franschen neuroloog P.
    Janet gevite bewering, dat het ontstaan eener leer
    als die der psycho-analyse, alleen mogelijk was in een
    stad als Weenen. Alleen in een atmosfeer van zinne-
    lijkheid en onzedelijkheid, gelijk in die stad heerscht
    en in geen enkele andere plaats haar weérga vindt,
    meende hij, kon de leer geboren worden dat de neurosen
    haar ontstaan vinden in stoornissen van het geslachts-
    leven; de psycho-analyse zou een afbeeldsel, anders ве
    zegd, cene projectie zijn van deze speciale Weener ver-
    boudingen. Dat niet alleen nationale wangunst en nid.
    maar bepaald ook onkunde bij bovengenoemde hoonen-
    de, den man van wetenschap, die ze uitsprak, onwaardige

  • S.

    XXVI VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    en déclineerende uitlating, voorzaten, bewijst het al zeer
    naief votum door dienzelfden Parijzer geleerde op het
    hier in Amsterdam gehouden Internationaal Congres
    voor Psychiatrie in 1907 uitgebracht: „Je n'ai pas lu,
    il est vrai, les oeuvres de M. Freud mais, pour ce qui
    regarde ses théories, il ne s'agit que de mauvaise plaisan-
    terie!”

    Maar ook in het Duitsche land zijn de beoefenaars
    der wetenschap niet al te kieskeurig in hunne uitlatin-
    gen tegen andersdenkende collega's. Het was toch de
    hoogleeraar Hoche van de Universiteit Freiburg
    i/B., die in 1911 op het congres der Z.-W. Duitsche
    psychiaters de Freu d'sche beweging „eine epidemi-
    sche Geistesstôrung unter Aerzte” поете.

    Deze banvloek zal even weinig afbreuk doen aan
    Freud's leer als destijds de hooghartige veroordeeling
    in 1889 van het therapeutisch hypnotisme bij monde
    van Prof. Ewald in eene vergadering van de Berliner
    medizinische Gesellschaft uitgebracht, aan de leer der
    hypnose en suggestie, schade heeft kunnen te weeg bren-
    gen.

    Een waardig verdediger van de leerstellingen van
    Freud heeft Bleuler zich getoond in zijn arbeid
    Die Psycho-analyse Freud's” (1911). In ons land was
    et de bekende psychiater Aug. S tà £ k e, die in 1912
    in de Neurologische en Psychiatrische bladen een dvi-
    delijk overzicht publiceerde van den toenmaligen stand
    van het vraagstuk der psycho-analyse, dat getuigde van
    schrijver's groote waardeering voor het werk van den
    grondlegger der nieuwe leer.

    Toen Bleuler in zijn twee jaren later verschenen
    boek over Schizophrénie hare tockomende plaats
    aan de psycho-analyse inruimde, werd hij deswege scherp
    over den hekel gehaald, maar in zijn jongste geschrift
    (1914), Die Kritiken der Schizophrenie), dat een ver-
    weer tegen die kritieken inhoudt, schrijft hij onder
    meer;

    „Ich meine, dass die verschiedene bisherigen Psycho-
    logieën zür Erklärung der Zusammenhänge psycho-

  • S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER XXVI

    genetischer Symptome und Krankbeiten arg wenig ge-
    leistet haben, dass aber die Tiefen-psychologie (lees de
    Psycho-analyse) ein Stück derjenigen erst noch zu
    schaffende Psychologie gibt, welcher der Arzt bedarf
    um seine Kranken zu verstehen und rationell zu
    heilen.” §

    Hier boven gewaagden wij reeds van cen cerste samen-
    komst van beoefenaren der psycho-analyse, die, na de
    unie tusschen de Züricher en Weener scholen, plats
    "heeft gehad te Salzburg in het voorjaar 1908. Deze werd
    in Maart 1910 door een tweede congres gevolgd, dit-
    maal te Neurenberg. Bij die gelegenheid werd op initia-
    tief van Freud cene officeele Internationale Psycho-
    analytische Vereeniging gesticht, onder presidium van
    Dr. G C Jung. Deze vereeniging zou ten doel heb-
    ben de bevordering der psycho-analytische wetenschap,
    zoowel uit het oogpunt der zuivere psychologie, als uit
    dat van hare toepassing in de genceskunde en op de
    psychische wetenschappen, mitsgaders moeten dienen tot
    onderlingen steun der leden in al hunne strevingén naar
    bet verwerven en verbreiden van de kennis der nieuwe
    wetenschap.

    Er vormden zich vier locale afdeclingen: Berlin,
    Zürich, Weenen en Buda-Pesth, respectievelijk voorge-
    zeten door de doctoren Abraham, Jung, Adler
    en Ferenczy, Een eigen orgaan Correspondenz-
    Blatt zou het Centraal-bestuur in staat stellen voeling te
    houden met de plaatselijke groepen. Bovendien werd be-
    sloten tot de uitgave van het Zentrall-Blatt für Psycho-
    analyse, waarvan F r e u d de hoofdleiding op zich nam,
    terwijl aan Adler en Stekel de redactie werd toe-
    vertrouwd. De eerste aflevering van dit blad verscheen
    in September 1910.

    Andermaal kwamen Freud's getrouwen bijeen in
    September 1911, ditmaal in Weimar. Dat congres over-
    trof nog zijne voorgangers door wetenschappelijk belang
    en welgezinde stemming. Maar de twee jaren later gehou-
    den samenkomst, September 1913, in München, werd
    tot een onverkwikkelijk tooneel van tweedracht en liep

  • S.

    XXVIII VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    uit op eene scheuring in twee partijen toen Jung zich
    vene herkiezing tot president liet welgevallen, niettegen-
    staande het twee vijfde deel der aanwezige leden hem
    hun vertrouwen onthielden.

    Intusschen bad zich, onder voorzitterschap van Dr.
    L. Seif, in München cene nieuwe locale groep van het
    Internat. Verein får Psycho-analyse in Mei 1911 ge-
    constitueerd. Dat zelíde jaar volgde de stichting der
    eerste Amerikaansche afdeeling „The New-York Psycho-
    analytic Society”, voorgezeten door Dr. A. Brill en
    weldra eene tweede „The American Psycho-analytic
    Association”, onder presidium van Prof. Dr. Putnam.
    Engeland bleef niet achter, waar Dr. E. Jones de
    leiding op zich nam van eene in Londen zich gevormd
    hebbende groep. De laatst aangekomene onder hare
    zusteren was de Nederlandsche afdeeling, van welker
    samenstelling in April 1917 wij reeds hierboven ge-
    waagden,

    Met enkele woorden willen wij nog wijzen op de
    reeds zeer omvangrijke literatuur, die de psycho-analyse
    bezit, en op een reeks tijdschriften, die uitsluitend aan
    hare verspreiding gewijd zijn. Als eerste periodische
    publicatie melden wij de „Schriften zur ang
    wandten Seelenkunde”, die een vijftiental belangrijke bij-
    dragen leveren van Freud (1—7), Riklin Jung,
    Abraham (4—11), Rank (5—13), Sadger,
    Pfister, M. Graf, Jones (10—14), Stor
    feren Von Hug-Helmuth.

    Van af 1908 verscheen onder J u n g's redactie het
    Jahrbuch für Psycho-analytische und Psycho-pathologi-
    sche Forschungen en beleefde vijf jaargangen. Onder per-
    soonlijke leiding van Freud en de redactie van
    Abraham en Hitchmann, met cenigszins ver-
    anderden titel: Jahrbuch der Psycho-analyse, verschijnt
    het opnieuw. Het Zentralblatt für Psycho-analyse be-
    leefde drie jaargangen. Wetenschappelijke geschillen en
    veranderde inzichten noopten eerst À d le r uit de redac-
    tie te treden, terwijl Freud wegens persoonlijke ge-
    schillen met den anderen redacteur Stekel in 1912

  • S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER XXIX

    zich onttrok aan de leiding van dit blad. Inplaats hier-
    van verscheen in 1913 als nieuw orgaan der Vereeni-
    ging, het , Internationale Zeitschrift får aerztliche Psy-
    cho-analyse”. Aanvang 1912 zag een ander tijdschrift
    het licht: „Imago“, geredigeerd door Dr. Hans Sachs
    en Dr. Otto Rank, uitsluitend gewijd aan de toe-
    passingen der analyse op geestes-wetenschappen.

    Eindelijk verdienen nog bizondere vermelding het in
    Boston (Noord-Amerika) uitgegeven Journal of abnor-
    mal psychology, dat vele goede bijdragen op 't gebied
    van psycho-amalyse inhoudt en The Psycho-analytic
    Review, dat sedert 1913 in New-York verschijnt onder
    redactie van White en Jelliffe.

    Dat zich onder de aanbangers eener nieuwe leer straks
    afvalligen vertoonen, die denkbeelden voorstaan welke
    indruischen tegen de aanvankclijk gelegde grondsla-
    gen dier nieuwe begrippen, is eene gebeurtenis die ons
    stellig niet behoeft te verbazen. Herhaaldelijk toch wordt
    daarvan gewag gemaakt in de annalen van de geschie-
    denis der geneeskunde.

    Wij behoeven ons slechts een oogenblik terug te den-
    ken in het је en Be decennium van de vorige eeuw, om
    te zien hoe de aanhangers van het Grand-hypnotisme
    van Charcot te уши en te zwaard te keer gingen
    tegen de school van Liébeault en hoe laatstge-
    moemde Nancy'er geleerde de treurige ondervinding
    moest opdoen, dat zijn beroemde leerling Bernheim,
    hem in zijn leer in zeker opzicht aan de kaak stelde toen
    deze samen met Delboeuf de paradoxe verdedig-
    den: „comme quoi il n'y a pas d'hypnotisme"! En moes-
    ten wij het in 1903 op het congres te Brussel niet aan-
    hooren, dat de Berner hoogleeraar Dubois met voor-
    name geringschatting over hypnose en suggestie sprak,
    deze „uit den booze" verklaarde, zijn collega's die zich
    van de therapeutische suggestie bedienen, voor T ha u-
    maturges schold, de pose aannam van een hervor-
    mer te zijn op het gebied der psychische therapie en
    er zich op verhief slechts door (eerlijke) overtuiging

  • S.

    XXX VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    Zijne zenuwpatiónten te genezen en dit, terwijl men in
    zijn boek „Les psycho-névroses et leur traitement moral”
    geen bladzijde kan lezen zonder te stooten op de meest
    overtuigende bewijzen, dat zijne beste successen te dan-
    ken zijn aan directe en verkapte suggestie.

    Het bevreemdt ons dan ook niet dat er onder de leer-
    lingen en aanvankelijke aanhangers van Freud en
    zijne leer dissidenten voorkomen. Zij vormen twee on-
    derscheiden groepen, wier voormannen Alfred Adler
    en C. G Jung zijn. De cerste heeft zich vrijwel ge-
    heel en al afgescheiden en verkondigt eene leer, door hem
    Individual-psychologie genoemd, die eene der psycho-
    analyse volstrekt vijandige richting heeft ingeslagen.

    De wijziging, door Jung in de Freu d'sche leer
    aangebracht, veronachtzaamt de leer der verdringing,
    vestigt de aandacht tijdens de behandeling hoofdzakelij
    tot de recente gebeurtenis, met verwaarloozing van bet
    in het verleden voorgevallene, verwart de droomfagade
    met de aan haar te gronde liggende latente droom-
    gedachte, kent aan het incest-complex slechts symboli
    sche beteckenis toe, doet haar verworden tot cene op-
    pervlakkige analyse, die veel gelijkenis heeft met de
    Zoogenaamde rationeele psycho-therapie van Dubois.
    Beide methodes streven er naar om neurosen te gene-
    leering. De daarbij door Dubois
    jnt van milderen zin en meer mede-
    doogen voor den patiént te getuigen dan die door
    Jung wordt voorgeslagen. De nieuw-Ziirichsche
    School, ment Freud, had niet den langen omweg
    over Weenen behoeven te maken om ten leste te land
    te komen in het zoo nabij gelegen Bern. Naar zijn
    oordeel levert de z.g.n. wijziging, door Jung in zine
    analyse aangebracht, een pendant van het beroemde
    Lichtenberg'sche mes. Hij heeft het heft veran-
    derd en een nieuw lemmet ingezet; en omdat dit nu het-
    zelfde fabrieksmerk draagt, zouden wij het instrument
    voor het vorige in de plaats moeten aannemen.

    De psycho-analyse, zooals de Weener hoogleeraar die
    ontdek en voortgebouwd heeft, is de jongste der vier

  • S.

    VOORWOORD VAN DEN VERTALER XXXI

    onderscheidene vormen der psycho-therapie. Theoretisch
    verleent zij ons het beste inzicht in de ziekte-wording
    van de neurose. Zij graaft door tot aan de wortels van
    het kwaad, beschikt over eene meer volledige techniek
    dan hare zusters, Hare middelen tot diagnostick dienen
    gelijktijdig hare therapie. Terecht gaf Bleuler haar
    den naam Tiefen-psychologie.

    Zij kan niet toegepast worden op alle gevallen van
    psychogene zickten en onder alle omstandigheden. Eene
    nauwkeurige selectie dient verricht te worden. In vele
    gevallen verdient het aanbeveling om vermoedelijk voor
    de kuur geschikte gevallen aan cene provisoire behan-
    deling van eenige dagen te onderwerpen en van den
    uitslag dezer af te laten hangen of deze zal voortgezet
    worden.

    Feitelijk komt slechts de groote minderheid der ge-
    vallen van zenuwlijden in aanmerking om analytisch be-
    handeld te worden. Eene dusdanige behandeling ver-
    cischt van den kant der patiénten veel zelfverloochening
    en oprecht verlangen om te genezen; van dien van den
    geneesheer geduld, groote toewijding en diep psycho-
    logisch inzicht.

    Zoo maakt ⑳ dus in geenendeele de andere vormen
    der psychische genceswijze overbodig.

    In verreweg de meeste gevallen zal men bij de be-
    handeling van zenuwlijders tot zijn doel geraken door de
    aanwending van palliatieve hulp, die ons de moreele
    Psychotherapie biedt, меке tot het gem ‏ס‎
    ‎spreekt van den patient, hem sust, troost, moed in-
    spreckt, lichamelijk en zedelijk verzorgt; daar nevens
    kan men parti trekken van de suggestiethera-
    pie, die cen wissel trekt op patiént's geloof en ver-
    trouwen in de genezing; of eindelijk zal men, zich tot
    de intelligentie van den lider richtende, dezen door
    leering, overtuiging, réeducatie pogen te genezen.
    Door aldus te handelen brengt men im vele gevallen
    groote verbetering aan en niet zelden bereikt men uit-
    komsten, als tijd en omstandigheden mede dienen,
    welke duurzame genezing vrijwel nabij komen.

  • S.

    D
    XXXII VOORWOORD VAN DEN VERTALER

    Aan den geschoolden arts, die in elk zich aanbiedend
    ziektegeval zoowel de psychologische zijde als den ana-
    tomisch-psychologischen kant van het hem voorgelegd
    vraagstuk weet te belichten, blijve de beslissing welken
    weg men te bewandelen heeft om genezing, zoo deze
    mogelijk is, te verkrijgen.

    December 1917.
    Amsterdam, Februari 1933.

    Dr. A. W. VAN RENTERGHEM