S.
IV.
Dames en Heeren! Gij zult nu wel gaarne willen vernemen,
wat wij met behulp van de beschreven technische hulpmiddelen
omtrent de pathogene complexen en verdrongen wenschopwel-
lingen der neurotici zijn te weten gekomen.
Voor alles dit: De psychoanalytische navorschingen brengen
met eene werkelijk verrassende regelmatigheid de ziektever-
schijnselen van de patiënten terug op indrukken uit hun liefde-
leven, toonen ons, dat de pathogene wenschopwellingen de
natuur hebben van verschillende componenten van de geslachts-
drift en dwingen ons aan te nemen, dat onder de ziekte-
veroorzakende invloeden aan stoornissen der erotiek de grootste
beteckenis moet toegekend worden; en dit geldt voor de beide
geslachten.
Ik weet, dat ten opzichte van deze bewering men niet
gaarne met mij meegaat. Zelfs die onderzoekers, die mijn
psychologischen arbeid met bereidwilligheid volgen, zijn ge-
neigd te meenen, dat ik het aetiologische aandeel der sexueele
momenten overschat en wenden zich tot mij met de vraag,
waarom dan niet ook andere gemoedsbewegingen tot de be-
schreven phaenomenen der verdringing en surrogaatvorming
aanleiding zouden kunnen geven. Mijn antwoord is: Ik weet
niet, waarom zij het niet zouden kunnen, ik heb er ook niets
tegen, maar de ondervinding leert, dat zij zulk eene beteekenis
niet hebben, dat zij hoogstens de werking der sexueele mo-
menten ondersteunen, nooit echter ze vervangen kunnen.
S.
IV. De sexualiteit als aetiologisch moment.
44
Deze stand van zaken werd door mij niet zoo maar theo-
retisch opgesteld. In de in 1895 met Dr. J. BREUER gepubli-
ceerde,,Studien over Hysterie" stond ik nog niet op dit stand-
punt; ik moest er toe overgaan, toen mijne ervaringen talrijker
werden en dieper in het onderwerp doordrongen. Mijne Heeren!
Hier onder U bevinden zich ook eenige van mijne naaste
vrienden en aanhangers, die samen met mij naar Worcester
reisden. Vraagt hun er eens naar en gij zult hooren, dat zij
allen in den aanvang de bewering van de overwegende be-
teekenis der sexueele aetiologie volmaakt ongeloovig aanhoor-
den, tot zij eindelijk door hun eigen analytischen arbeid genoopt
werden, die opvatting te aanvaarden. De houding der patiënten
maakt het niet bepaald gemakkelijk, zich van de juistheid
der stelling die we nu bespreken, te overtuigen. In plaats van
ons bereidwillig uitsluitscl te geven aangaande hun sexueel
leven, zoeken zij dit met alle macht voor ons verborgen te
houden. De menschen zijn in 't algemeen niet oprecht, waar
het sexueele zaken betreft. Zij toonen hunne sexualiteit niet
vrij, maar dragen een dikke overjas van leugenweefsel, om
haar te verbergen, als ware er slecht weer in de wereld der
sexualiteit. En zij hebben geen ongelijk, want zon en wind
zijn in onze beschaafde wereld werkelijk niet gunstig voor de
uiting der sexualiteit; eigenlijk kan niemand van ons openlijk
met zijne erotiek voor anderen voor den dag komen. Doch als
uwe patiënten eerst maar gemerkt hebben, dat zij het zich onder
uwe behandeling behaaglijk mogen maken, leggen zij dat leugen-
kleed af en dan pas zijt gij in de gelegenheid U een oordeel
over onze strijdvraag te vormen. Helaas zijn ook de artsen,
wat betreft hunne persoonlijke verhouding tot de vragen van
't sexueele leven, niet boven de andere menschenkinderen be-
voorrecht, en vele van hen staan onder den ban van die com-
binatie van preutschheid en wulpschheid, die de houding der
S.
De infantiele sexualiteit.
45
meeste,,kultuurmenschen" op 't gebied der sexualiteit beheerscht.
Gaan wij nu verder met de mededeeling van onze resultaten.
Weliswaar voert in eene andere reeks gevallen het psycho-
analytische onderzoek de symptomen niet terug op sexueele,
maar op banale traumatische gebeurtenissen. Maar dit onder-
scheid verliest zijne beteekenis door eene andere omstandig-
heid. De analyseeringsarbeid, die vereischt is voor de afdoende
verklaring en de definitieve genezing van een ziektegeval,
kan n.l. niet beperkt blijven tot de gebeurtenissen van den tijd
waarin de ziekte optrad, maar zij dringt in al die gevallen
door tot in de puberteit en in de vroege kindsheid van den
zieke, om eerst daar op de voor de latere ziekte beslissende
indrukken en gebeurtenissen te stuiten. Eerst de in de kinds-
heid beleefde voorvallen geven de verklaring van de gevoelig-
heid voor latere schokkende gebeurtenissen en slechts door
het blootleggen en bewustmaken van deze bijna regelmatig
vergeten herinneringssporen, krijgen wij de macht om de sym-
ptomen te doen verdwijnen. Wij komen hier tot dezelfde slot-
som als bij de studie der droomen, n.1. dat het de onver-
gankelijke, verdrongen wenschopwellingen der kindsheid zijn,
die met hun macht de symptoomvorming mogelijk maakten:
zonder deze zou de reactie op latere schokkende gebeurtenissen
normaal zijn verloopen. Deze machtige wenschopwellingen der
kindsheid nu, mogen wij algemeen als van sexueele natuur
beschouwen.
Maar nu ben ik eerst recht zeker van uwe verwondering.
Bestaat er dan eene infantiele sexualiteit? zult gij vragen. Is
de kindsheid niet juist de levensperiode, die gekenmerkt wordt
door het ontbreken van de geslachtsdrift?
Neen, mijne Heeren, de voorstelling, dat met de puberteit
de geslachtsdrift in de kinderen vaart, als in het evangelie de
duivel in de zwijnen, is beslist onjuist.
S.
46 IV. Een Amerikaansch onderzoeker over liefde bij het kind.
Het kind heeft van het begin af zijne sexueele driften en
uitingen, het brengt ze mee ter wereld en daaruit ontstaat
langs een rij van talrijke, hoogst belangrijke ontwikkelings-
stadiën, de zoogenaamde normale sexualiteit der volwassenen.
Het is heelemaal niet moeilijk, de uitingen van deze sexueele
activiteit van het kind waar te nemen; integendeel, er behoort
bepaald eene zekere kunst toe, om ze over het hoofd te zien,
of weg te redeneeren. Ik ben zoo gelukkig in de gelegenheid
te zijn uit uw midden een getuige te kunnen oproepen ter
bevestiging van mijne beweringen. Ik toon U hier een stuk van
Dr. SANFORD BELL., dat in 1902 in het ,,American Journal of
Psychology" is verschenen. De schrijver is een Fellow van de
Clark University, het instituut binnen welks muren wij
ons bevinden. In dit stuk getiteld: „A preliminary study of the
emotion of love between the sexes", dat drie jaren voor mijne
,,Drei Abhandlungen zur Sexualtheorie" verscheen, zegt de
schrijver, juist zooals ik 't U zooeven zeide: The emotion
of sex love... does not make its appearance for the first
time at the period of adolescence, as has been thought. 1) Hij
heeft, zooals wij in Europa zouden zeggen, in Amerikaanschen
stijl werkende niet minder dan 2500 positieve waarnemingen,
waaronder 800 eigene, in den loop van 15 jaren verzameld.
Over de teekenen, waardoor zich deze verliefdheden uiten,
zegt hij The unprejudiced mind in observing these manifes-
tations in hundreds of couples of children cannot escape referring
them to sex origin. The most exacting mind is satisfied when
to these observations are added the confessions of those who
have as children, experienced the emotion to a marked degree
of intensity, and whose memories of childhood are relatively
1) Het gevoel der sexueele liefde .... treedt niet zooals men gemeend heeft,
voor het eerst op in de periode van het volwassen worden.
S.
Psychoanalysen bij kinderen.
47
distinct. 1) Het meest echter zullen diegenen onder U, die aan
de infantiele sexualiteit niet wilden gelooven, verrast zijn door
de mededeeling, dat onder deze vroeg verliefde kinderen een
niet gering aantal pas den teederen leeftijd van drie, vier en
vijf jaar bereikt hadden.
Het zou mij niet verwonderen, wanneer gij aan deze waar-
nemingen van uwen landsman eerder geloof wildet schenken,
dan aan de mijne. Mij zelven is het kort geleden gelukt, uit
de analyse van een vijfjarigen, aan angst lijdenden jongen,
die door zijn eigen vader volgens de regels van de kunst
werd geanalyseerd 2) een tamelijk volledig beeld te krijgen van
de somatische geslachtsdriftsuitingen en de psychische produc-
ties op een vroegen ontwikkelingstrap van het liefdeleven in
de kindsheid. En ik mag er even aan herinneren, dat mijn
vriend Dr. C. G. JUNG in deze zaal eenige uren geleden U de
waarneming betreffende een nog jonger meisje voorlas, dat
tengevolge van dezelfde aanleiding als mijn patiëntje, - bij de
geboorte van een nieuw kind bijna dezelfde zinnelijke op-
wellingen, wenschen en complexvormingen met zekerheid liet
raden. Ik twijfel dus niet, of gij zult U met het aanvankelijk
bevreemdende idee van de infantiele sexualiteit leeren ver-
zoenen en ik wil U alleen nog maar het prijzenswaardige
voorbeeld van den Züricher psychiater E. BLEULER voorhouden,
die nog voor een paar jaar openlijk verklaarde, dat hij van
mijne sexueele theoriën absoluut niets begreep," en die sedert
1) Waar men onbevooroordeeld deze manifestaties bij honderden kinderparen
waarneemt, kan men er niet aan ontkomen, ze terug te brengen tot een
sexueelen oorsprong. De meest sceptische geest is voldaan, wanneer aan deze.
waarnemingen worden toegevoegd de bekentenissen van hen, die als kind dit
gevoel met groote intensiteit ondervonden, en wier herinneringen uit de kindsheid
betrekkelijk scherp zijn.
Analyse der Phobie eines fünfjährigen Knaben. Jahrbuch für psychoanalytische
und psychopathologische Forschungen. Bd. I, 1 Hälfte 1909.
S.
IV. De phase van het autoerotisme.
48
door eigen waarnemingen het bestaan der infantiele sexualiteit
in haar vollen omvang kon bevestigen. 1)
Wanneer de meeste menschen, zoowel geneeskundige onder-
zoekers als andere, van het sexueele leven van het kind niets
willen weten, zoo is dit maar al te licht begrijpelijk. Zij hebben
hunne eigene infantiele sexueele uitingen onder den druk der
de beschaving brengende opvoeding vergeten en willen nu aan
het verdrongene niet herinnerd worden. Zij zouden tot andere
inzichten geraken, wanneer zij het onderzoek wilden beginnen
met eene zelfanalyse, met eene herziening en uitlegging van de
herinneringen uit hunne kindsheid.
Zet gij nu eens uw twijfel op zijde en tracht dan onder mijne
leiding de beteekenis der infantiele sexualiteit van de eerste
levensjaren af te begrijpen. 2) De geslachtsdrift van het kind blijkt
zeer samengesteld te zijn en laat zich in vele componenten van
verschillenden oorsprong splitsen. Vooropgesteld zij, dat zij nog
onafhankelijk is van de functie der voortplanting, in wier dienst
zij zich eerst later zal stellen. Zij dient tot het zich verschaf-
fen van verschillende soorten van lustgevoelens, die wij wegens
analogie en onderlingen samenhang, als sexueele lusten samen-
vatten. De hoofdbron voor de infantiele sexueele lust is de
meest geschikte prikkeling van bepaalde, bijzonder gevoelige
lichaamsdeelen; hiertoe behooren behalve de genitalien, de
mond-, de aars-, de pisbuisopening, ook nog de huid en andere
oppervlakken met zintuigelijke functie. Daar gedurende deze
eerste phase van het sexueele leven het kind de bevrediging
aan zijn eigen lichaam vindt en een vreemd object niet noodig
heeft, noemen wij met eene uitdrukking van HAVELOCK ELLIS,
deze phase die van het autoerotisme. De lichaamsdeelen, die
1) BLEULER, Sexuelle Abnormitäten der Kinder. Jahrbuch der schweiz. Gesell-
schaft für Schulgesundheitspflege, IX 1909.
2) Drei Abhandlungen zur Sexualtheorie, Wien, FR. DEUTICKE, 1906, 2 Auflage 1910.
S.
De objectkeuze.
49
voor het verkrijgen van sexueelen lust van beteekenis zijn, noemen
wij erogene zonen. Het duimzuigen of 't zabbelen der klein-
ste kinderen is een goed voorbeeld ervan, hoe van eene erogene
zone uit zulk een autoerotische bevrediging plaats vindt. De
ecrste, die dit phenomeen wetenschappelijk heeft bestudeerd,
is de kinderarts LINDNER in Buda-Pest; deze heeft het al te-
recht als een soort sexueele bevrediging opgevat en de overgang
ervan tot andere hoogere vormen der sexueele uitingen volledig
beschreven. Eene andere wijze van sexueele bevrediging op
dezen leeftijd is de masturbatorische prikkeling der genitalien,
welke zulk eene groote beteekenis voor het latere leven houdt en
die vele individuën zelfs nooit geheel te boven komen. Naast
deze en andere autoerotische handelingen vertoonen zich zeer
vroegtijdig bij het kind die componenten der geslachtsdrift, of
zooals wij gaarne zeggen, der libido, die een andere per-
soon als object veronderstellen. Deze begeerten treden op in
aan elkaar gepaarde tegenstellingen, als actieve en passieve; ik
noem U als de voornaamste vertegenwoordigers van deze groep,
de lust pijn te doen (sadismus) met zijn passieve pendant (ma-
sochismus) en de actieve en passieve kijklust; van eerstgenoemde
van deze splitst later de weetgierigheid zich af, van laatst
genoemde de drang om in de kunst of wel in 't tooneelspel
zich te laten bewonderen.
1
Andere sexueele uitingen van het kind vallen reeds onder het
gezichtspunt der objectkeuze: de hoofdrol hierbij wordt gespeeld
door een ander persoon, die zijne beteekenis oorspronkelijk te
danken heeft aan den invloed van de zucht tot zelfbehoud.
Het geslachtsonderscheid echter speelt in deze kinderlijke
periode nog geen overwegende rol. Gij kunt dus gerust bij elk
kind, zonder het daarmede verkeerd te beoordeelen, een stuk
homosexueelen aanleg veronderstellen.
Dit wilde, aan vormen rijke, maar gedissocieerde sexueele
S.
IV. Definitieve wording van 't normale geslachtsleven.
50
leven van het kind, waarin elke afzonderlijke drift onafhankelijk
van alle andere naar bevrediging streeft, ondergaat nu een
samenvoeging en organisatie zijner onderdeelen naar twee hoofd-
richtingen, zoodat met het einde van de puberteit de ontwik-
keling van het definitieve sexueele karakter van het individu
meestal geheel voltooid is. Eenerzijds rangschikken zich de
afzonderlijke driften onder de opperheerschappij der genitaal-
zone, waardoor het geheele sexueele leven in den dienst der
voortplanting treedt en hunne bevrediging slechts in zooverre
van beteekenis blijft, als zij de eigenlijke sexueele acte voor-
bereidt en begunstigt. Anderzijds dringt de objectkeuze het
autoerotisme op den achtergrond, zoodat nu in 't liefdeleven de
drang ontstaat, alle componenten van de geslachtsdrift aan de
geliefde persoon te bevredigen. Maar niet al de verschillende
oorspronkelijke drangbegeerten krijgen de gelegenheid om deel
te nemen aan deze definitieve formeering van het geslachts-
leven. Nog voor het aanbreken van de puberteitsperiode zijn
onder den invloed van de opvoeding zeer energieke verdringin-
gen van bepaalde driften verkregen en hebben psychische
machten de schaamte, de walging en de moraal zich ontwik-
keld, om als wachters deze verdringingen te handhaven. Wanneer
dan in de puberteit de behoefte aan sexueele bevrediging als
een springvloed opkomt, dan wordt deze door de weerstanden
der genoemde psychische dammen binnen het z. g. normale
stroombed gehouden en in de onmogelijkheid gebracht om de
verdrongen driften opnieuw te doen opleven. Het zijn vooral
de koprophile d. w. z. de met de excrementen samenhan
gende lustgevoelens der kindsheid en verder de fixeering aan
de personen van de primitieve objectkeuze, die het sterkst
verdrongen worden.
Mijne Heeren! Volgens een regel der algemeene ziektekunde
draagt ieder ontwikkelingsproces de kiemen eener pathologische
S.
Samenhang van perversiteit en neurose.
51
dispositie in zich, daar het proces tegengehouden of vertraagd
kan worden, of wel onvolkomen kan verloopen. Dit geldt ook
voor de zoo gecompliceerde ontwikkeling der geslachtsfunctie.
Deze verloopt niet bij alle individuen even glad en veroorzaakt
dan het overblijven van abnormaliteiten of wel de dispositie
voor later ziek worden door een soort terugvallen tot den infan-
tielen toestand (regressie).
Het kan voorkomen, dat niet al de partieele driften zich aan
de heerschappij van de genitaalzone onderwerpen; een derge-
lijke onafhankelijk gebleven aandrift vormt dan datgene, wat
wij eene perversiteit noemen en is in staat het normale
doel van de geslachtsdrift te vervangen door een eigen doel.
Zooals reeds werd vermeld, komt het dikwijls voor, dat het
autoerotisme niet geheel overwonnen wordt en dat in de toe-
komst de meest verschillende stoornissen daaruit blijken te zijn
voortgekomen. De oorspronkelijke gelijkwaardigheid van beide
geslachten als sexueele objecten kan zich handhaven en daar-
uit zal op rijperen leeftijd eene neiging tot homosexueele
uitingen kunnen te voorschijn komen, om onder bepaalde om-
standigheden tot uitsluitende homosexualiteit te worden ver-
sterkt. Deze reeks van stoornissen beantwoordt aan de directe
remmingen in de ontwikkeling der geslachtsfunctie, en omvat
de perversiteiten en het lang niet zeldzaam voorkomende
algemeene infantilisme van het geslachtsleven.
Op eene andere wijze is de dispositie tot de neurosen van
eene stoornis in de geslachtsontwikkeling af te leiden. De ver-
houding der neurosen tot de perversiteiten is als die van een
negatief tot zijn positief; bij de neurosen zijn als dragers der
complexen en als symptoomvormers dezelfde componenten der
geslachtsdrift aan te toonen, als bij de perversiteiten, maar
hier werken zij van uit het onbewuste: zij zijn dus verdron-
gen, doch konden zich des ondanks toch in het onbewuste
S.
52 IV. Het begrip sexualiteit in de psychoanalyse.
handhaven. De psychoanalyse leert ons inzien, dat overmatige
uiting van deze driften op zeer vroegen leeftijd voert tot een
soort van particele fixeering, die nu een zwak punt vormt in
de voegen van de geslachtsfunctie. Stuit dan de uitoefening
van de normale geslachtsfunctie op rijperen leeftijd op hinder-
nissen, dan wordt de verdringing, die in de ontwikkelingsperiode
tot stand kwam, juist op die plaatsen doorbroken waar de
infantiele fixeeringen hebben plaats gehad.
Gij zult nu misschien de tegenwerping maken: „Maar dit
alles is toch geen sexualiteit." Ik gebruikte dit woord in veel
ruimeren zin, dan gij gewoon zijt het op te vatten. Dat geef
ik U gaarne toe; alleen de vraag is, of niet veeleer door U
aan dat woord een veel te enge beteekenis wordt gegeven, waar
gij het gebruik ervan uitsluitend tot het gebied der voortplanting
beperkt. Daarbij doet gij afstand van het inzicht in de per-
versiteiten, van den samenhang tusschen perversiteit, neurose
en normaal geslachtsleven en zijt gij niet meer in staat het
somatische en psychische liefdeleven der kinderen in zijn ge-
makkelijk waar te nemen eersten aanvang, in zijne ware be-
teekenis te begrijpen. Maar tot welk besluit gij dan ook betref-
fende het gebruik van het woord in quaestie zult komen, hier-
aan moet gij vasthouden, dat de psychoanalyticus de sexualiteit
opvat in dien uitgebreiden zin, waartoe men als van zelve komt,
wanneer men de kinderlijke sexualiteit niet onderschat.
Keeren wij nu nogmaals terug tot de ontwikkeling der sexu-
aliteit bij het kind. We hebben hier nog veel aan toe te voegen,
daar we tot nu toe onze aandacht meer aan de somatische, dan
aan de psychische uitingen van het geslachtsleven schonken.
De primitieve objectkeuze van het kind, die een gevolg is van
zijne hulpbehoevendheid, eischt verder onze belangstelling. In
den aanvang richt zich die keuze op alle personen, die het
verzorgen, om evenwel weldra aan de ouders de eerste plaats
S.
Het kerncomplex der neurosen.
53
toe te kennen. De verhouding van de kinderen tot hunne ouders
is, zooals directe waarneming van het kind en in overeenstem-
ming daarmee het latere psychoanalytische onderzoek der vol-
wassenen bewijst, geenszins vrij van elementen van bijkomstige
sexueele opwinding. Het kind neemt beide ouders en wel een
van beiden in het bijzonder, tot voorwerp van zijne erotische
wenschen. Gewoonlijk staat het daarbij al onder den invloed
der ouders, wier teederheid zeer duidelijk het karakter draagt
van eene, zij het dan ook met betrekking tot haar einddoel
geremde uiting der sexualiteit.
In den regel voelt de vader zich het meest aangetrokken tot
de dochter, de moeder tot den zoon; het kind reageert hierop
met als zoon zich in de plaats van den vader, als dochter zich
in de plaats van de moeder te wenschen. De gevoelens, die
in deze verhoudingen tusschen ouders en kinderen en in aan-
sluiting daaraan tusschen broers en zusters onderling worden
opgewekt, zijn niet alleen van positieven teederen, maar ook
van negatieven vijandigen aard. Het aldus gevormde complex
is tot eene spoedige verdringing bestemd, maar ook nog van
het onbewuste uit, doet het een grooten en duurzamen invloed
gelden. Wij mogen het vermoeden uitspreken, dat het met zijne
uitloopers het kerncomplex van iedere neurose vormt en
wij zijn er op voorbereid, dit complex ook op andere terreinen
van het zieleleven niet minder werkzaam aan te treffen. De
mythe van Koning Oedipus, die zijn vader doodt en zijne
moeder tot vrouw krijgt, is eene nog maar weinig vervormde
openbaring van den infantielen wensch, waartegen op lateren
leeftijd het incestverbod als een slagboom oprijst. De
Hamletcreatie van Shakespeare berust op hetzelfde, ma
nu hier beter vermomde incestcomplex.
maar
Ongeveer in den tijd, dat het kind door het nog onverdron-
gen kerncomplex wordt beheerscht, ontwikkelt zich een belang-
S.
IV. Infantiele sexueele theorien.
54
rijk stuk van zijne intellectueele werkzaamheid en wel in dienst
van de belangstelling in sexueele zaken. Het begint na te vor-
schen waar toch de kinderen vandaan komen en raadt, ge-
bruik makende van wat het opmerkt, meer van de werkelijke
verhoudingen, dan de volwassenen kunnen vermoeden. Gewoon-
lijk is het de matericele bedreiging, die van de komst van een
nieuw kind uitgaat en waarin het aanvankelijk slechts een
mededinger ziet, die zijn zucht tot onderzoek opwekt. Onder
den invloed van de in hemzelf werkzame, afzonderlijke ge-
slachtsdriftcomponenten komt het tot een aantal „infantiele
sexueele theoriën", b.v. dat het aan beide geslachten een
zelfde mannelijk genitaalapparaat toekent, dat het de conceptie
door eten laat plaats hebben en de kinderen door het einde van
het darmkanaal laat geboren worden en dat het den geslachte-
lijken omgang opvat als eene vijandige handelwijze, als een soort
overweldiging. Maar juist de onrijpheid van zijne sexueele con-
stitutie en de leemte in zijne kennis, die een gevolg is van de
onzichtbaarheid van het vrouwelijke geslachtskanaal, nopen den
infantielen onderzoeker zijn arbeid als vruchteloos op te geven.
Het feit op zich zelf, dat het deze kinderlijke navorsching onder-
nam, evenzeer als de op grond daarvan opgebouwde infantiele
sexueele theorien, blijven van beslissende beteekenis voor de
karaktervorming van het kind en voor den inhoud van eene
eventueel later optredende neurose,
Het is onvermijdelijk en dan ook normaal, dat het kind de
ouders tot objecten van zijne eerste liefde uitkiest. Maar zijne
libido moet niet op deze eerste objecten gefixcerd blijven, doch
later ze alleen maar tot voorbeeld nemen, om in den tijd der
definitieve objectkeuze, geleidelijk van hen af op vreemde per-
sonen over te gaan. Het is dringend noodig, dat het kind van de
ouders zich losmake, wil niet de sociale bruikbaarheid van het
jonge individu bedreigd worden. Gedurende den tijd, dat de
S.
De losmaking van het kind van de ouders.
55
verdringing tot stand komt van een deel der partieele drift-
componenten van de sexualiteit, en later, wanneer de invloed
der ouders moet verminderen, dezelfde invloed, die in hoofd-
worden
zaak de verdringingen heeft doen tot stand komen
er hooge eischen gesteld aan de opvoeding, eischen, waaraan
tegenwoordig zeker niet altijd op verstandige en geschikte wijze
wordt voldaan.
Mijne Heeren! Denkt vooral niet, dat met deze uiteenzettin-
gen over het sexueele leven en de psychosexueele ontwikkeling
van het kind, wij al te ver van de psychoanalyse en van het
vraagstuk, hoe nerveuse stoornissen opgeheven moeten worden,
zijn afgedwaald. Wanneer gij wilt, kunt gij de psychoanalytische
behandeling als niet anders dan eene voortgezette opvoeding
omschrijven, die ten doel heeft infantiele resten te overwinnen.
You are here
Over psychoanalyse1910-001/1912.nl