• S.

    4

    een vaststaanden ,sleutel”, hetzij den geheelen droom
    door een ander geheel, waarvan de droom een symbool
    is. Ernstige menschen lachen om deze pogingen. ,Droomen
    zijn bedrog.”

    II.

    Tot mijn groote verbazing ontdekte ik op zekeren dag,
    dat niet de geneeskundige meening, maar de opvatting der
    leeken, die nog half in bijgeloof is verzonken, de waarheid
    nabij komt. Ik kwam namelijk tot nieuwe gevolgtrekkingen
    omtrent den droom, doordat ik een nieuwe methode van
    psychologisch onderzoek erop toepaste, die mij bij het ont-
    cijferen van phobieën (angst-gedachten), dwang-voorstellin-
    gen, waandenkbeelden en dergeliike zeer goede diensten had
    bewezen, en die sindsdien onder den naam „Psychoanalyse”
    door een geheele school van onderzoekers in gebruik is
    genomen. Op de talriike overeenkomsten van het droomleven
    met de meest verschillende vormen van geestesziekte in
    wakenden toestand is door talrijke medische onderzoekers
    met recht gewezen. Het leek dus reeds van te voren veel-
    belovend, een methode van onderzoek, die bij de voort-
    brengselen van den zieken geest doelmatig is gebleken, ook
    aan te wenden voor de verklaring van den droom. De angst-
    en dwanggedachten staan even vreemd tegenover het normale
    bewustzijn als de droom tegenover het wakende bewustzijn;
    hun herkomst is het bewustzijn even onbekend als de her-
    komst der droomen. Bij deze voortbrengselen van den zieken
    geest hebben practische overwegingen ertoe geleid, dat men
    tracht hun herkomst en wijze van ontstaan te doorgronden.
    De ervaring had 11.1. bewezen dat, wanneer de gedachten-
    gang (die voor het bewustzijn is verborgen) waardoor de

  • S.

    5

    ziekelijke gedachte samenhangt met den overigen inhoud
    van den geest, openbaar wordt gemaakt, dit een oplossing
    der symptomen meebrengt, en tengevolge heeft dat de
    totnutoe onweerhoudbare gedachte overmeesterd wordt. Uit
    de psycho-therapie was dus de methode afkomstig, waar-
    van ik mij bedien voor de duiding der droomen.

    Deze methode is makkelijk te beschrijven, doch om haar
    te kunnen toepassen is een grondige studie en langdurige
    oefening noodig り . Wanneer men haar bij iemand anders,
    b.v. een zieke met een angstvoorstelling, toe te passen heeft,
    dan verzoekt men hem, zijn aandacht te richten op de
    bedoelde gedachte, maar niet zooals hij reeds zoo vaak heeft
    gedaan, er over te denken, maar alles zonder uitzon-
    dering aan den arts mede te deelen wat hem daarbij
    invalt. De patient beweert dan meestal dat er niets voor
    zijn aandacht opdoemt, doch deze bewering schuift men op
    zijde door de krachtige verzekering dat zulk een uitblijven
    van voorstellingen geheel onmogelijk is. Inderdaad ontstaan
    er dan zeer spoedig talriike invallen, waaraan zich nog
    meerdere vastknoopen, waarbij echter regelmatig het oordeel
    van den zieke wordt uitgesproken, dat deze invallen onzinnig
    of onbelangrijk zouden zijn, hier niet bij behooren en hem
    slechts toevallig en zonder samenhang met het gegeven
    onderwerp ingevallen zijn. Men bemerkt terstond dat het
    deze kritiek is, welke belet heeft dat al deze invallen
    medegedeeld werden, ja zelfs dat zij bewust werden. Kan
    men de patient er toe bewegen. deze kritiek tegen zijne
    invallen achterwege te laten, en de gedachtenreeksen, die

    1) Het spreekt vanzelf dat verstandige leeken niet moeten liefhebberen op
    dit gebied, evenmin als dat zij b.v., iets over operaties lezende, zelf zouden
    willen gaan opereeren! [Vert.]

  • S.

    6

    bij ingespannen aandacht zich voordoen, verder uit te spinnen,
    dan verkrijgt men een psychisch materiaal, dat zich duidelijk
    aanknoopt aan de ziekelijke gedachte, tevens aantoont op
    welke wijze deze gedachte met andere gedachten samen-
    hangt, en het verder mogelijk maakt de ziekelijke gedachte
    te vervangen door een nieuwe gedachte die gemakkelijk in
    den samenhang van den geest kan worden ingevoegd.

    Het is hier niet de plaats, om de veronderstelling, waarop
    deze proef berust, en de gevolgtrekking die men uit het
    regelmatig gelukken ervan kan afleiden, uitvoerig te behan-
    delen. Het zij hier voldoende te verklaren, dat wij bij elke
    ziekelijke gedachte voldoende materiaal verkrijgen om deze
    op te lossen, wanneer wij onze aandacht geheel vestigen op
    de „onopzettelijke” associaties, die „ons nadenken
    storen”, en die anders door de kritiek als waardelooze
    afval op zijde worden gezet. Past men deze methode bij
    zichzelf toe, dan ondersteunt men zich bij het onderzoek
    het best door zijn aanvankelijk onbegrijpelijke invallen ter-
    stond op te schrijven.

    Ik wil nu aantoonen waartoe het leidt, wanneer ik deze
    methode van onderzoek op den droom toepas. Elk droom-
    voorbeeld moest op gelijke wijze daarvoor bruikbaar zijn;
    om bepaalde redenen kies ik echter een droom van mijzelf
    die mij in mijne herinnering onduidelijk en onzinnig toe-
    schijnt, en die het voordeel heeft dat hij kort is. Misschien
    zal juist de droom van den afgeloopen nacht aan deze
    eischen voldoen. Zijn inhoud, onmiddellijk na het ontwaken
    opgeschreven, luidt als volgt:

    „Een gezelschap, tafel of Table d’hôte… we
    eten spinazie. . Mevr. E. L. zit naast mij, keert
    zich geheel naar mij toe en legt vertrouwelijk

  • S.

    8

    zijn nauwelijks ingestapt of wij zijn reeds 60 Heller schuldig.
    Mij herinnert het taxameter-riituig altijd aan de Table
    d’hôte. Het maakt mij gierig en baatzuchtig , doordat het
    mij onophoudelijk herinnert aan mijne schuld. Het komt
    mij voor dat deze te snel toeneemt en ik vrees te kort
    te komen, juist zooals ik aan de Table d’höte niet
    kan ontkomen aan de komische bezorgdheid, dat ik te
    weinig zal krijgen en dat ik op mijn voordeel bedacht moet
    zijn. In meer verwijderden samenhang hiermede citeer ik:

    „Ihr führt in ’s Leben uns hinein,
    Ihr lasst den Armen schuldig werden.” 1)

    Een tweede inval bij de Table d’höte: Eenige weken
    geleden heb ik mij aan een hoteltafel in een Tiroler
    hoogtekuuroord hevig aan mijne lieve vrouw geërgerd, toen
    zij naar mijn zin niet gereserveerd genoeg tegen eenige
    tafelburen was, met wie ik volstrekt niet wenschte om
    te gaan. Ik verzocht haar, zich meer met mij dan met de
    vreemden bezig te houden, dat is dus ook, alsof ik aan
    die tafel te kort gekomen was. Nu valt mij ook de
    tegenstelling op tusschen het gedrag van mijne vrouw aan
    die table d'hóte en dat van mevr. E. L. in den droom, „die
    zich geheel naar mij toekeert.”

    Verder bemerk ik nu, dat de droomgebeurtenis de repro-
    ductie is van een klein tafereel dat zich geheel zoo heeft
    afgespeeld tusschen mijne vrouw en mij, ten tijde dat ik
    in stilte naar hare hand dong. De liefkozing onder het
    tafelkleed was het antwoord op een brief, waarin ik ernstig
    om hare hand vroeg. In den droom is mijn vrouw echter
    vervangen door de mij vreemde E. L.

    1) „СЦ voert ons 'tleven in, en laat
    Den armen mensch maar schuldig worden.”

  • S.

    à 9

    Mevr. E.L. is de dochter van een man, wien ik geld
    schuldig geweest ben! Ik kan niet nalaten op te merken,
    dat daar een ongedachte samenhang wordt onthuld tusschen
    de stukken van den droominhoud en mijne invallen. Volgt
    men den associatie-keten die van het eene element van den
    droominhoud uitgaat, dan wordt men spoedig naar een
    ander element daarvan teruggevoerd. Mijn invallen bij den |
    droom vormen verbindingen tusschen de droom-elementen,
    maar deze verbindingen zijn in den droom zelf niet zichtbaar.

    Zegt men niet, als iemand verwacht dat anderen voor
    zijn voordeel zorgen zullen zonder zelf voordeel daarbij te
    vinden, spottend tot dezen van de wereld onkundige:
    ,Denk je dan dat dit of dat gebeuren zal om der wille
    van je mooie oogen?"!) Dan beduidt immers het ge-
    zegde van mevr. E.L. in den droom: ,Gij hebt altijd zulke
    mooie oogen gehad" niets anders dan: Voor U hebben de
    menschen altijd alles gedaan, U hebt alles voor niets
    gehad. Het tegendeel is natuurlijk waar: Ik heb altijd,
    als anderen iets goeds voor mij deden, dit duur betaald.
    Het moet toch indruk op mij gemaakt hebben, dat ik gisteren
    het rijtuig, waarmede mijn vriend mij heeft thuisgebracht,
    voor niets gehad heb.

    In elk geval heeft de vriend, bij wien wij gisteren te
    gast waren, mij vaak tot zijn schuldenaar gemaakt. Ik heb
    pas onlangs een gelegenheid, om het hem te vergelden,
    ongebruikt voorbij laten gaan. Hij heeft één enkel geschenk
    van mij, een antieke schaal, waarop rondom oogen zijn
    afgebeeld; een zoogenaamd Occhiale, bestemd om het
    Malocchio (booze oog) af te weren. Hij is trouwens

    1) Bij ons zegt men: ,.... voor je mooie gezicht.” [Vert.]

  • S.

    10

    oogarts. Ik had hem dienzelfden avond naar een patient
    gevraagd die ik tot het voorschrijven van een bril naar
    hem had verwezen.

    Zooals ik bemerk, zijn nu bijna alle stukken van den
    droom-inhoud in den nieuwen samenhang gebracht. Om
    consequent te zijn, zou ik echter nog kunnen vragen waarom
    in den droom juist spinazie werd opgedischt. Omdat
    spinazie mij herinnert aan een klein tafreel, dat kort ge-
    leden aan onze huistafel voorviel, toen een van de kin-
    deren — juist datgene van wiens mooie oogen men
    werkeliik met lof gewagen kan — weigerde spinazie te eten.
    Ik zelf gedroeg mij als kind net zoo; van spinazie had
    ik langen tijd een afschuw, tot mijn smaak later veranderde
    en deze groente mijn lievelingsspijs werd. Het noemen van
    dit gerecht stelde dus een verbinding voor tusschen mijne
    jeugd en die van mijn kind. ,Wees blij dat je spinazie
    hebt,” had de moeder den kleinen lekkerbek toegeroepen,
    „er zijn kinderen die heel blij zouden zijn als zij spinazie
    kregen.” Ik word op deze wijze herinnerd aan de plichten
    der ouders jegens hunne kinderen. De woorden van GOETHE:

    „Ihr führt in ’s Leben uns hinein,
    Ihr lasst den Armen schuldig werden,”

    krijgen in dezen samenhang een nieuwe beteekenis.

    Ik zal hier halt houden, om de thans verkregen uitkomsten
    der droom-analyse te overzien. Terwijl ik de associaties
    volgde, die zich vastknoopten aan de enkele, uit hun
    verband gerukte elementen van den droom, ben ik aan
    een reeks van gedachten en herinneringen gekomen, waarin
    ik waardevolle uitingen van mijn zieleleven moet herkennen.
    Dit materiaal dat ik door de analyse van den droom heb
    gevonden, staat in de nauwste betrekking tot den droom-

  • S.

    11

    inhoud, doch deze betrekking is van dien aard, dat ik het
    nieuwgevondene nimmer uit den droom-inhoud had kunnen
    afleiden. De droom was zonder aandoeningen, onsamen-
    hangend en onbegrijpelijk. Terwijl ik de gedachten ont-
    wikkel, die zich achter den droom verschuilen, bespeur ik
    hevige en goed gemotiveerde aandoeningen. De gedachten
    zelf voegen zich uitstekend tot logisch verbonden ketens
    tezamen, waarin bepaalde voorstellingen als middelpunten
    herhaaldelijk voorkomen. Zulke voorstellingen, die in den
    droom zelf niet voorkomen, zijn in ons voorbeeld de tegen-
    stellingen van baatzuchtig — onbaatzuchtig, de
    elementen schuldig zijn en voor niets doen. Ik zou,
    in het weefsel dat door de analyse wordt onthuld, de
    draden vaster kunnen aantrekken, en zou dan kunnen aan-
    toonen dat zij tezamenloopen tot &&n enkelen knoop, maar
    overwegingen van niet wetenschappelijken, doch persoon-
    lijken aard verhinderen mij dezen arbeid in het openbaar
    te verrichten. Ik zou te veel moeten verraden wat liever
    mijn geheim moet blijven, nadat mij op den weg naar deze
    oplossingen allerlei duidelijk is geworden, wat ik mijzelf
    ongaarne beken. Waarom ik dan niet liever een anderen
    droom kies, waarvan de analyse beter geschikt is voor
    mededeeling, zoodat ik mijn lezers beter kon overtuigen
    van de beteekenis en samenhang van het door de analyse
    gevonden materiaal? Het antwoord luidt: omdat elke
    droom, waarmede ik mij wil bezighouden, tot even moeilijk
    te vertellen dingen zou voeren, en mij denzelfden dwang tot
    zwijgen zou opleggen. Evenmin zou ik deze moeilijkheden
    vermijden, wanneer ik den droom van iemand anders analy-
    seerde, tenzij de omstandigheden toelieten om zonder schade
    voor hem, die mij vertrouwde, alle sluiers te laten vallen.

  • S.

    12

    De opvatting, die zich nu rechtstreeks aan mij opdringt,
    is dat de droom een soort schadeloosstelling is voor
    dezen gedachtengang vol aandoeningen en beteekenis,
    waartoe ik na volbrachte analyse ben gekomen. Ik ken het
    proces nog niet, dat uit deze gedachten den droom heeft
    doen ontstaan, maar ik zie in dat het onbillijk is, dit voor
    te stellen als een zuiver lichamelijke gebeurtenis, die psy-
    chisch geen beteekenis heeft, en die ontstaan is door de
    afzonderlijke werkzaamheid van enkele uit den slaap ge-
    wekte groepen van hersencellen.

    Tweeërlei opmerkingen nog: Dat de droominhoud zeer
    veel korter is dan de gedachten, die hij volgens mij ver-
    vangt, en ten tweede dat de analyse een onbelangrijke
    gebeurtenis van den avond vóór den droom heeft aange-
    wezen als den droomveroorzaker. ⑥

    Ik zal natuurliik een zoo ver strekkendc conclusie niet
    maken wanneer mij slechts een enkele droomanalyse ter
    beschikking staat. Wanneer echter de ervaring mij heeft
    geleerd dat ik, door de associaties zonder kritiek te ver-
    volgen, vanuit elken droom tot een dergelijken keten van
    gedachten kan komen, onder welks elementen wij de droom-
    bestanddeelen terugvinden en die onderling correct en
    beteekenisvol samenhangen , dan zal men de veronderstelling ,
    dat de eerst bemerkte samenhang misschien op toeval zou
    berusten, wel geheel moeten opgeven. Ik houd het dan ook
    voor geoorloofd, het nieuwe begrip vast te leggen door er
    een naam aan te geven. Tegenover den droom, zooals hij
    in mijne herinnering bestaat, stel ik het erbij behoorende
    materiaal dat ik door analyse heb gevonden. Ik noem den
    eersten den manifesten droominhoud. het laatste —
    voorloopig zonder verdere onderverdeeling — den latenten

  • S.

    13

    droominhoud. Ik sta dan voor twee nieuwe, tot nu toe
    niet geformuleerde problemen: 1% welk psychisch gebeuren
    het is, dat den latenten droominhoud heeft omgezet in den,
    mij uit de herinnering bekenden, manifesten droominhoud;
    25 welk motief of welke motieven er zijn, die deze omzetting
    hebben geeischt. De verandering, vanlatenten in manifesten
    droominhoud, zal ik de droomarbeid noemen. De tegen-
    hanger van dezen arbeid, die de tegenovergestelde omzetting
    teweegbrengt, ken ik reeds als de analyse-arbeid. De
    andere droomproblemen: de vraag naar de oorzaken van
    den droom, naar de herkomst van het droom-materiaal,
    naar de eventueele beteekenis van den droom (en ook of
    de droom ergens voor dient), en naar de oorzaak van het
    vergeten der droomen, zal ik niet aan den manifesten maar aan
    den pas verkregen latenten droominhoud verklaren. Aan-
    gezien alle tegenstrijdige en alle onjuiste opgaven over het
    droomleven in de literatuur volgens mij afkomstig zijn van
    de onbekendheid met den latenten droominhoud (die eerst
    door analyse te voorschijn komt), zal ik voortaan een ver-
    wisseling van den manifesten droom met de latente
    droomgedachten zorgvuldig trachten te vermijden.

    111.

    De verandering van de latente droomgedachten in den
    manifesten droominhoud verdient onze onverdeelde aandacht.
    Het is het eerste voorbeeld, dat ons bekend werd, van de
    omzetting van psychisch materiaal van de eene soort van
    uiting in de andere, — van een soort van uiting, die zonder
    meer begrijpeliik voor ons is, in een andere, die wij éerst