S.
21
waar niet uitsluitend — uit situaties en overwegend visueele り
zintuigsbeelden. Wij zien dus dat ook in deze groep een
soort omzetting — die men kan betitelen als droomarbeid —
niet geheel ontbreekt: Een gedachte, die als wensch
bestaat, wordt vervangen door iets dat men op
’t oogenblik ziet gebeuren.IV.
Wij voelen ons geneigd aan te nemen, dat een dergelijke
omzetting in een situatie ook bij de verwarde droomen
heeft plaatsgevonden, hoewel wij niet kunnen weten, of
het ook hier een wensch is, die omgezet wordt. Het eerst
meegedeelde droomvoorbeeld , op welks analyse wij een
eindweegs zijn ingegaan, geeft ons tenminste op twee
plaatsen reden, iets dergelijks te vermoeden. Er komt in de
analyse voor, dat mijn vrouw zich aan tafel met anderen
bezighoudt, wat mij onaangenaam aandoet; de droom bevat
precies het tegenovergestelde daarvan, nl. dat
degene, die hier mijn vrouw vervangt, zich geheel naar
mij toekeert. Tot welken wensch kan nu een onaangename
gebeurtenis wel eerder leiden, dan tot dezen, dat het tegen-
overgestelde daarvan plaatsgevonden zou hebben, zooals
de droom het inderdaad laat gebeuren? Een geheel gelijk-
soortige verhouding bestaat er tusschen de bittere gedachte
in de analyse, dat ik niets voor niets heb gekregen, en
het gezegde van de vrouw in den droom: U hebt immers
altijd zulke mooie oogen gehad. Een deel der tegenstellingen
tusschen manifesten en latenten droominhoud zou dus terug-
gebracht kunnen worden tot wenschvervulling.3) d.w.z. van het gezichtszintuig. [V.]
S.
22
Meer in het oog vallend echter is een ander resultaat
van den droomarbeid, waardoor de onsamenhangende
droomen ontstaan. Vergelijkt men, hij een willekeurig voor-
beeld, het aantal der voorstellings-elementen of den omvang
van het opgeschrevene, bij den droom en bij de droom-
gedachten die door de analyse te voorschijn komen, en
waarvan men het spoor in den droom terugvindt, dankan men
er niet aan twijfelen, dat de droomarbeid hier een enorme
samenpersing of verdichting heeft tot stand gebracht. In
welke mate deze verdichting bij het droomen plaats heeft, daar-
over kan men zich voorloopig geen oordeel vormen ; zij maakt
echter destemeer indruk, naarmate men verder in de droom-
analyse is doorgedrongen. Men vindt dan geen element van den
droominhoud, waarvan de associatiedraden niet naar twee
of meer richtingen uiteenloopen, geen situatie, die niet
uit twee of meer indrukken en gebeurtenissen samengelapt
is. Ik droomde b.v. eens van een soort zwembassin, waarin
de badenden naar alle kanten wegzwommen; op één plaats
stond iemand aan den kant, en bukte zich naar een der
badende personen, alsof hij haar eruit wilde trekken. De
situatie was samengesteld uit de herinnering aan een ge-
beurtenis uit de puberteitsjaren en uit twee schilderijen,
waarvan ik er één kort voor den droom had gezien. Die
twee schilderijen waren de Bespieding in het Bad uit de cyclus
Melusine van Schwind (zie de wegvluchtende badenden)
en een stuk van een Italiaanschen meester, voorstellende
de zondvloed. De kleine gebeurtenis echter had daarin be-
staan, dat ik het bijwoonde, dat in de zwemschool de
zwemmeester een dame uit het water hielp, die zich ver-
laat had tot het de tijd voor de heeren was. — De situatie
in het voorbeeld, dat wij voor de analyse kozen, brengtS.
23
mij bij de analyse op een kleine reeks herinneringen, die
elk iets tot den droominhoud hebben bijgedragen. In de
eerste plaats het kleine tafereel uit den tijd vóór mijn ver-
loving, waarover ik reeds heb gesproken; een handdruk, die
wij elkaar toen onder de tafel gegeven hadden, heeft aan den
droom het détail ,,onder de tafel” verschaft, dat ik achterna
aan mijn herinnering moet toevoegen. Van „naar mij toekeeren”
was toen natuurlijk geen sprake; ik weet door de analyse,
dat dit element de wenschvervulling door tegenstelling is,
die bij het gedrag van mijn vrouw aan de Table d" hôte
behoort. Achter deze herinnering van kort geleden verbergt
zich echter nog een dergelijk tafereel van veel meer belang
uit onzen verlovingstijd, waardoor wij een dag lang van
elkaar werden vervreemd. — Het vertrouwelijke leggen van
de hand op de knie behoort in een heel ander verband en
bij heel andere menschen. Dit droomelement wordt zelf
weer het uitgangspunt van twee afzonderlijke herinnerings-
reeksen, enz.Het materiaal uit de droomgedachten, dat bijeen wordt
vergaard voor de vorming van de droomsituatie, moet
natuurlijk om te beginnen hiervoor bruikbaar zijn. Het is
hiervoor noodig, dat er in alle samenstellende deelen één —
of meer — gemeenschappelijke factoren zijn. De
droomarbeid gaat dan te werk zooals FRANCIS GALTON bij
het vervaardigen van zijn familiefotografieën. り Zij brengt de
verschillende samenstellende deelen als het ware op elkaar
gelegd tot dekking; dan treedt datgene, wat zij gemeen1) Wanneer eenige personen, die iets op elkaar gelijken, na elkaar op één
zelfde fotografische plaat worden opgenomen (zoodanig dat neus, mond en
oogen op dezelfde plaats komen), dan ontstaat een foto waarin de gemeen-
schappelijke gelaatstrekken duidelijk uitkomen. [Vert.]S.
24
hebben, in het gecombineerde beeld duidelijk te voorschijn,
terwijl de tegenstrijdige détails elkaar nagenoeg opheffen.
Deze wijze van ontstaan verklaart ook gedeeltelijk de onze-
kere, en eigenaardig wazige manier, waarop zoovele ele-
menten van den droominhoud zijn aangeduid. De droom-
uitlegging, van dit begrip uitgaande, spreekt den volgenden
regel uit: Wanneer bij de analyse een onduidelijkheid
kan worden opgelost in ,0f — 01", dan moet men dit voor
de uitlegging vervangen door „en”, en elk lid van het
schijnbare alternatief り tot zelfstandig uitgangspunt van een
reeks van invallen kiezen.Wanneer zulke gemeenschappelijke factoren bij
de droomgedachten niet aanwezig zijn, dan doet de droom-
arbeid haar best, ze te maken, om de gemeenschappelijke
voorstelling in den droom mogelijk te maken. De gemak-
kelijkste manier, om twee droomgedachten, die nog niets
met elkaar gemeen hebben, dichter bij elkaar te brengen,
bestaat daarin, dat de geijkte uitdrukking voor de eene
gedachte eenigszins wordt veranderd, waarbij de andere
haar dan eventueel nog tegemoet komt door een overeen-
komstige omgieting in een andere uitdrukking. Er gebeurt
hier iets dergelijks als bij het rijmen, daarbij wordt de
overeenstemming in klank gezocht, zooals hier een gemeen-
schappelijke factor wordt gezocht. Een belangrijk deel van
den droomarbeid bestaat in het scheppen van zulke vaak
zeer geestige, vaak echter gedwongen schijnende tusschen-
gedachten; deze reiken dan van de gemeenschappelijke voor-
stelling in den droominhoud tot aan de oorspronkelijke, in
vorm en wezen van elkaar verschillende droomgedachten.1) alternatief = keus tusschen twee dingen. [V.]
S.
25
Ook in de analyse van ons droomvoorbeeld vind ik een
dergelijk geval van omvorming van een gedachte met het
doel deze te doen samengaan met een andere, die in wezen
ervan verschilt. Bij de voorzetting der analyse stuit ik namelijk
op de gedachte: Ik zou wel willen dat ik ook eens
iets voor niets kreeg; maar deze vorm is voor den
droominhoud niet bruikbaar Hij wordt daarom vervangen
door een nieuwe: Ik zou graag iets willen genieten
zonder ,kosten” te hebben. Het woord kosten past
nu met zijn tweede beteekenis (duitsch: ,kosten” = proeven)
in den gedachtengang die bij Table d'håte behoort, en kan
worden voorgesteld door de spinazie die in den droom
wordt opgedischt. Als bij ons een gerecht op tafel komt,
waar de kinderen voor bedanken, dan probeert Moeder het
eerst met zachtheid en zegt tegen de kinderen: Alleen
maar even proeven (kosten). Dat de droomarbeid zoo
zonder aarzelen gebruik maakt van de dubbelzinnigheid der
woorden, lijkt weliswaar zonderling, maar als men meer
ervaring krijgt blijkt dit iets heel gewoons te zijn. Door
den verdichtingsarbeid van den droom worden ook zekere
bestanddeelen van zijn inhoud begrijpelijk, die slechts bij
den droom voorkomen en die men in het wakende bewust-
zijn niet vindt. Dit zijn de verzamel- en menggestal-
ten en de wonderlijke mengvormen, scheppingen, die
men kan vergelijken met de samengestelde dieren uit de
fantasie der oostersche volkeren '(; de laatste echter zijn
in ons denken reeds tot vaste begrippen geworden, terwijl
de droomkomposities in onuitputtelijken rijkdom steeds nieuw
worden gevormd. ledereen kent zulke vormingen uit zijn1) Zooals b v. half vrouw, half leeuw. [V.]
S.
26
eigen droomen; zij ontstaan op zeer verschillende manieren.
Ik kan een persoon samenstellen, door hem gelaatstrekken
te geven zoowel van den een als van den ander, of door
hem de gestalte van den eenen te geven en daarbij in mijn
droom den naam van den anderen te denken, of ik kan mij
den eenen persoon voor oogen halen, doch hem in een
situatie plaatsen, waarin een ander verkeerd heeft. In al
deze gevallen heeft de samentrekking van verschillende per-
sonen tot een enkelen vertegenwoordiger in den droominhoud
beteekenis, zij beduidt: ,en”, ,evenals”, een gelijkstellen
der oorspronkelijke personen in een zeker opzicht, dat ook
in den droom zelf kan vermeld worden. In den regel kan
deze gemeenschappelijke factor van de versmolten personen
echter pas door de analyse worden opgezocht en wordt hij
in den droominhoud juist alléén door de vorming van den
meng-persoon aangeduid.Dezelfde verschillende wijzen van ontstaan, en dezelfde
regel bij de oplossing ervan, vinden wij ook bij de buiten-
gewoon talriike mengvormen uit den droominhoud, waarvan
ik wel geen voorbeelden behoef te geven. Hun zonderling-
heid verdwijnt geheel, wanneer wij besluiten ze niet op één
lijn te stellen met de voorwerpen die wij in wakenden toe-
stand waarnemen, maar ons herinneren, dat zij het resultaat
zijn van de droomverdichting en, op treffende wijze, in de
afkorting een gemeenschappelijke eigenschap der gecombi-
neerde voorwerpen doen uitkomen. Wat dat gemeenschap-
pelijke is, komt ook hier meestal pas door de analyse voor
den dag. De droominhoud zegt als het ware slechts: Al
deze dingen hebben een X gemeen. Deontleding van
zulke mengvormen door de analyse leidt vaak langs den
kortsten weg tot de beteekenis van den droom. Zoo droomdeS.
27
ik eens, dat ik met een van mijn vroegere leermeesters van
de hoogeschool in een bank zat, die midden tusschen andere
banken een snel voortgaande beweging had. Dit was een
combinatie van collegezaal en trottoir roulant. Verder ga ik
op deze gedachte thans niet in. — Op een anderen keer
zit ik in een wagon en heb op mijn schoot een voorwerp
in den vorm van een hoogen hoed (zylinderhut), dat echter
uit doorzichtig glas bestaat. Die situatie herinnert mij ter-
stond aan het spreekwoord: Met den hoed in de hand komt
men door het gansche land. De glazen cylinder herinnert
mij langs een korten omweg aan het A u er sche gasgloeilicht,
en ik weet spoedig, dat ik graag een uitvinding zou doen,
die mij even rijk en onafhankelijk zou maken als mijn land-
genoot, Dr. AUER uit Welsbach, door de zijne werd, en
dat ik dan zou gaan reizen inplaats van in Weenen te blijven.
In mijn droom reis ik met mijn uitvinding — den inderdaad
nog niet gebruikelijken glazen cylinderhoed. — De droom-
arbeid houdt er bijzonder veel van, twee voorstellingen, die
elkaars tegenstelling zijn, door denzelfden mengvorm voor
te stellen, b.v. wanneer een vrouw in haar droom ziet dat
zij een hoogen bloemstengel draagt, zooals de engel op de
schilderijen van de Verkondiging van MARIA wordt voor-
gesteld (onschuld — zij heet zelf MARIE), terwijl de stengel
echter is bezet met dikke, witte bloemen, die op Camelia’s
lijken (tegenovergestelde van onschuld: de dame met de
Camelia's).Een groot deel van hetgeen wij over de droomverdichting
te weten zijn gekomen, laat zich samenvatten in deze for-
mule: Elk element van den droominhoud is door het materiaal
der droomgedachten meervoudig gedetermineerd
(»iberdeterminiert”), stamt niet af van een enkel elementS.
28
uit de droomgedachten, maar van een gansche reeks van
zulke elementen, die in de droomgedachten volstrekt niet
nauw verwant behoeven te zijn, maar tot de meest uiteen-
loopende gebieden van het gedachtenweefsel kunnen behooren.
Door het droomelement wordt al dit afzonderlijke materiaal
vertegenwoordigd in den droominhoud. De analyse
openbaart echter nog een andere zijde van de ingewikkelde
betrekking tusschen droominhoud en droomgedachten. Evenals
er van elk droomelement verbindingen naar verschillende
droomgedachten loopen, wordt ook in den regel een
droomgedachte door meer dan één droomelement
vertegenwoordigd; de associatieve verbindingen kon-
vergeeren niet eenvoudig van de droomgedachten tot aan
den droominhoud, maar zijn onderweg nog meermalen gekruist
en door elkaar geweven.Naast de omzetting van een gedachte in een situatie (de
„dramatiseering”) is de verdichting de belangrijkste en eigen-
aardigste eigenschap van den droomarbeid. Van een beweeg-
reden, die tot dit samenpersen van den inhoud zou dwingen ,
is ons voorloopig echter nog niets gebleken.V.
Bij de samengestelde en verwarde droomen, die ons nu
bezighouden, zijn de verdichting en de dramatiseering niet
voldoende om te verklaren, dat de droominhoud en de
droomgedachten zulk een verschillenden indruk maken. Er
is nog een derde factor werkzaam, daarop wijzen verschil-
lende feiten, die waard zijn zorgvuldig verzameld te worden.Wanneer ik door analyse tot de kennis der droomge-
dachten ben gekomen, bespeur ik in de eerste plaats dat
You are here
De droom als uiting van het onbewuste zieleleven1901-001/1913.nl