S.
13
droominhoud. Ik sta dan voor twee nieuwe, tot nu toe
niet geformuleerde problemen: 1% welk psychisch gebeuren
het is, dat den latenten droominhoud heeft omgezet in den,
mij uit de herinnering bekenden, manifesten droominhoud;
25 welk motief of welke motieven er zijn, die deze omzetting
hebben geeischt. De verandering, vanlatenten in manifesten
droominhoud, zal ik de droomarbeid noemen. De tegen-
hanger van dezen arbeid, die de tegenovergestelde omzetting
teweegbrengt, ken ik reeds als de analyse-arbeid. De
andere droomproblemen: de vraag naar de oorzaken van
den droom, naar de herkomst van het droom-materiaal,
naar de eventueele beteekenis van den droom (en ook of
de droom ergens voor dient), en naar de oorzaak van het
vergeten der droomen, zal ik niet aan den manifesten maar aan
den pas verkregen latenten droominhoud verklaren. Aan-
gezien alle tegenstrijdige en alle onjuiste opgaven over het
droomleven in de literatuur volgens mij afkomstig zijn van
de onbekendheid met den latenten droominhoud (die eerst
door analyse te voorschijn komt), zal ik voortaan een ver-
wisseling van den manifesten droom met de latente
droomgedachten zorgvuldig trachten te vermijden.111.
De verandering van de latente droomgedachten in den
manifesten droominhoud verdient onze onverdeelde aandacht.
Het is het eerste voorbeeld, dat ons bekend werd, van de
omzetting van psychisch materiaal van de eene soort van
uiting in de andere, — van een soort van uiting, die zonder
meer begrijpeliik voor ons is, in een andere, die wij éerstS.
14
kunnen begrijpen, als wij met behulp van een leiddraad er
moeite voor doen, hoewel ook die laatstgenoemde soort
van uiting als een werking van onzen geest moet worden
erkend. Naar gelang van de betrekking die er bestaat tus-
schen latenten en manifesten droominhoud kunnen wij de
droomen in drie groepen rangschikken. Wij kunnen ten
eerste droomen onderscheiden, die beteekenisvol en
tevens begrijpelijk zijn, d.w.z. zich zonder beletsel in
ons zieleleven laten invoegen. Zulke droomen zijn er veel;
zij zijn meestal kort, en lijken ons in het algemeen weinig
merkwaardig, omdat al het vreemde en verbazingwekkende
eraan ontbreekt. Hun bestaan is overigens een krachtig
argument tegen de leer, volgens welke de droom zou ont-
staan door afzonderlijke werkzaamheid van enkele groepen
van hersencellen; zij vertoonen geen enkel kenteeken van
verminderde of versnipperde psychische werkzaamheid, en
toch hebben wij geen enkel bezwaar ze als droomen te
herkennen en verwarren wij ze nooit met producten van
den wakenden toestand. Een tweede groep wordt gevormd
door die droomen, die weliswaar elk cen samenhangend
geheel vormen en een duidelijke beteekenis hebben, maar
onze bevreemding opwekken omdat wij deze beteekenis
niet in overeenstemming weten te brengen met ons zieleleven.
Zoo b.v., wanneer wij droomen, dat een geliefd bloedver-
want aan de pest gestorven is, terwijl wij geen reden hebben
iets dergelijks te vreezen, te verwachten of te veronderstellen ,
en ons verwonderd afvragen: hoe kom ik op dat idee? Tot
de derde en laatste groep behooren die droomen, waaraan
zoowel beteekenis als begrijpelijkheid ontbreekt, die onsa-
menhangend, verward en onzinnig lijken. De groote
meerderheid van onze droomen vertoont deze eigenschappen,S.
15
en daarop berust de geringschatting der droomen en de
medische theorie van de beperkte geesteswerkzaamheid.
Vooral in de langere en meer ingewikkelde droomen mist
men slechts zelden de duidelijkste teekenen van gebrek aan
samenhang.De tegenstelling tusschen manifesten en latenten droom-
inhoud heeft blijkbaar alleen beteekenis voor de droomen
van de tweede, en nog meer voor die van de derde groep.
Hier treffen wij de raadsels aan, die wij eerst kunnen
oplossen, als wij den manifesten droom vervangen door de
latente gedachten, en bij een voorbeeld van deze soort,
een verwarden en onbegrijpelijken droom, hebben wij dan
ook de bovenbeschreven analyse uitgevoerd. Wij zijn echter,
tegen onze verwachting, gestuit op motieven, die ons hebben
belet, de latente droomgedachten geheel te weten te komen.
Doordat wij die ervaring herhaaldelijk opdeden mochten wij
tot het vermoeden komen, dat er, tusschen het ver-
warde en onbegrijpelijke karakter van den droom
en de moeilijkheden bij de mededeeling der
droomgedachten, een nauw verband bestaat,
dat aan vaste wetten is gebonden. Eer wij een
onderzoek instellen naar den aard van dit verband, zal
het nuttig zijn zoo wij eerst onze aandacht bepalen tot
de makkelijker te begrijpen droomen van de eerste groep,
waarin manifeste en latente inhoud samenvallen, en de
droomarbeid dus niet heeft plaatsgehad.Ook van een ander gezichtspunt uit is het onderzoek van
deze droomen aan te bevelen. De droomen der kinderen
zijn namelijk van deze soort, dus beteekenisvol en niet
bevreemdend, wat, het zij terloops aangemerkt, een nieuw
argument is tegen het terugbrengen van den droom totS.
16 >
gedissocieerde hersenwerking り , want waarom zou dan een
dergelijke vermindering der psychische werkzaamheid bij
den volwassene wel tot de kenmerken van den slaaptoestand
behooren, bij het kind echter niet? Wij mogen echter met
het volste recht verwachten, dat de kennis van het psychisch
gebeuren bij het kind, dat toch wel veel eenvoudiger zijn
zal, een onmisbare voorstudie voor de psychologie van den
volwassene zal blijken.Ik zal dus eenige voorbeelden van kinderdroomen mede-
deelen, die ik verzameld heb: Een meisje van 19 maanden
moet een dag hongerlijden, omdat zij "s morgens gebraakt
heeft, nadat zij volgens zeggen van het kindermeisje haar
maag met aardbeien heeft bedorven In den nacht na dezen
hongerdag hoort men haar in den slaap haar eigen naam
noemen en daarbij voegen: ,Aar(d)bei, eier(s)truif, pap.”
Zij droomt dus, dat zij eet, en zij noemt uit haar spijslijst
juist datgene, wat, naar zij vermoedt, haar de eerste dagen
nog wel karig zal worden toebedeeld. — Op dezelfde wijze
droomt van verboden genot een jongetje van 22 maanden,
dat den dag te voren zijn oom een mandje versche kersen
als geschenk moest aanbieden, waarvan hij natuurlijk zelf
maar een enkele mocht proeven. Hij wordt wakker met de
verheugde mededeeling: ,He(r)man alle kersen op-
geten.” — Een 3'/.-jarig meisje had overdag een tochtje
op het meer gemaakt, wat haar niet lang genoeg geduurd
had, want zij huilde toen zij uitstappen moest. Den vol-
genden morgen vertelde zij, dat zij ’s nachts op het meer
had gevaren, en dus den onderbroken tocht voortgezet
had. 一 Een 5'/u-jarig knaapje scheen op een wandeling1) D.w.z. gesplitste hersenwerking, waarbij verschillende deelen der hersen-
werking plaats vinden, doch het verband ontbreekt. [Vert.]S.
17
in de buurt van den Dachstein niet tevreden; zoo vaak er
een nieuwe berg in het gezicht kwam, vroeg hij of dat de
Dachstein was, en weigerde ten slotte, mee naar den
waterval te gaan. Zijn gedrag werd aan vermoeidheid toe-
geschreven, de reden ervan werd echter duidelijk, toen hij den
volgenden morgen zijn droom vertelde, dat hij op den
Dachstein geklommen was. Hij had blijkbaar ver-
wacht, dat de beklimming van den Dachstein het doel van
den tocht zou zijn, en was uit zijn humeur geraakt, toen
hij den gewenschten berg niet te zien kreeg. In den droom
stelde hij zich schadeloos, voor wat de dag hem niet ge-
bracht had. — lets soortgelijks vinden wij in den droom
dien een 6-jarig meisje droomde, toen haar vader wegens
het late uur een wandeling had onderbroken уббг het doel
bereikt was. Op den terugweg was haar een wegwijzer op-
gevallen, waar de naam van een ander plaatsje op stond,
en haar vader had beloofd, dat hij een volgenden keer ook
eens met haar daarheen een uitstapje zou maken. Zij ont-
ving haar vader den volgenden morgen met de mededeeling,
dat zij gedroomd had, dat haar vader met haar zoo-
wel op de eene als op de andere plaats was
geweest.Het valt ons dadelijk op, dat al deze kinderdroomen een
eigenschap gemeen hebben. Zij vervullen allen wenschen
die overdag zijn ontstaan en onvervuld zijn gebleven. Zij
zijn eenvoudige en onverholen wenschvervul-
lingen.Niets anders dan een wenschvervulling is ook de volgende
kinderdroom, die op het eerste gezicht niet geheel begrij-
pelijk is. Een meisje van nog geen ④ jaar was, wegens eenaandoening van het ruggemerg, van het platteland naar de
2S.
18
stad gebracht en overnachtte bij een kinderlooze tante, in
een groot bed, dat voor haar natuurlijk veel te groot was.
Den volgenden morgen verhaalde zij, dat zij gedroomd had,
dat het bed veel te klein voor haar was, zoodat
zij er niet in kon. De oplossing van dezen droom als
wenschdroom blijkt duidelijk, wanneer men zich herinnert
dat groot zijn een kinderwensch is, die ook vaak wordt
uitgesproken. De grootte van het bed herinnerde de kleine
graaggroot ål te nadrukkelijk aan haar kleinheid; daarom
verbeterde zij in den droom de verhouding die haar onaan-
genaam was, en werd zij nu zoo groot dat het groote bed
voor haar nog te klein was.Ook wanneer de inhoud der kinderdroomen fijner en
samengestelder wordt, ligt de opvatting ervan als wensch-
vervulling steeds voor de hand. Een achtjarige knaap droomde
dat hij met ACHILLES in een strijdwagen reed, die door
DIOMEDES werd bestuurd. Hij had zich den vorigen dag ver-
diept in het lezen van Grieksche heldensagen. Het is makkelijk
te constateeren dat hij deze helden als voorbeeld had gekozen
en dat het hem gespeten had dat hij niet in dien tijd leefde.Uit deze kleine verzameling volgt zonder meer een tweede
eigenschap der kinderdroomen, hun samenhang met
het dagleven. De wenschen, die erin vervuld worden, zijn
afkomstig van den dag, in den regel van den voorafgaanden
dag, en werden in het wakend denken vurig gekoesterd.
lets onverschilligs of iets van weinig belang, of wat het
kind zoo toeschijnt, is in den droominhoud niet opgenomen.Ook bij volwassenen kan men talriike voorbeelden van
zulke droomen van het infantiele (kinderlijke) type verza-
melen, die echter, zooals wij reeds zeiden, meestal beknopt
van inhoud zijn. Zoo beantwoorden een aantal menschenS.
19
een nachtelijken dorstprikkel telkens met den droom van
drinken; deze droom tracht dus den prikkel op te heffen
en den slaap voort te zetten. Bij vele menschen vindt men
zulke geriefelijkheidsdroomen dikwijls voor het ont-
waken, wanneer de eisch om op te staan zich aan hen
voordoet. Zij droomen dan dat zij reeds opgestaan zijn, bij
de waschtafel staan, of reeds op school zijn, op hun
bureau of elders, waar zij op bepaalden tijd zijn moeten.
In den nacht voor een voorgenomen reis droomt men niet
zelden, dat men op de plaats van bestemming is aange-
komen; уббг een schouwburgvoorstelling of een gezelligen
avond, vervroegt de droom niet zelden, als ware hij onge-
duldig, het verwachte vermaak. Andere keeren drukt de
droom de wenschvervulling ietwat meer indirect uit. Er
moet dan nog een verbinding, een gevolgtrekking worden
gemaakt, dus een begin van uitleggingsarbeid worden ver-
richt, om de wenschvervulling te herkennen. Zoo b.v.
wanneer een man mij vertelt dat zijn jonge vrouw gedroomd
heeft dat zij de periode heeft gekregen. Ik moet er aan
denken, dat de jonge vrouw moet denken dat zij zwanger
is, als de periode wegblijft. Dan is dus de mededeeling
van dien droom een aankondiging van de zwangerschap,
en de beteekenis ervan is, dat hij den wensch, dat de
zwangerschap nog een poosje zou uitblijven, vervuld voor-
stelt. Onder buitengewone omstandigheden komen zulke
droomen van infantiel karakter bijzonder vaak voor. De
leider van een Noordpool-expeditie verhaalt bijvoorbeeld
dat zijn manschappen, tijdens de overwintering in het ijs,
bij eentonigen kost en kleine rantsoenen, regelmatig, evenals
de kinderen, van groote maaltijden droomden, van bergen
tabak en van thuis te zijn.S.
20
Niet zelden komt uit een langen, samengestelden en over
het geheel verwarden droom een bijzonder helder stuk naar
voren, dat een onmiskenbare wenschvervulling bevat, maar
met ander onbegrijpelijk materiaal is verbonden. Wanneer
men vaker beproeft ook de schijnbaar onbegrijpelijke droomen
van volwassenen te analyseeren, dan bemerkt men tot zijn
verwondering dat deze zelden zoo eenvoudig zijn als de
kinderdroomen, en dat zij wellicht achter de eene wensch-
vervulling nog een andere beteekenis verbergen.Het zou nu zonder twijfel een eenvoudige en bevredigende
oplossing der droomraadsels zijn, wanneer de analyse-arbeid
ons in staat zou stellen, ook de onzinnige en verwarde
droomen van volwassenen terug te brengen tot het infantiele
type, ..ת de vervulling van een wensch die overdag vurig
is gekoesterd. Deze verwachting heeft zeer zeker den schijn
niet voor zich. De droomen zijn meestal vol van onver-
schillig en vreemdsoortig materiaal, en van wenschver-
vulling is in hun inhoud niets te merken.Eer wij echter afscheid nemen van de infantiele droomen,
die onverholen wenschdroomen zijn, willen wij niet ver-
zuimen, opmerkzaam te maken op een reeds lang bekende
hoofdeigenschap van den droom, die juist in deze groep
het zuiverst te voorschijn komt. Ik kan elken droom van
dit soort vervangen door een wensch-zin: O, had het
tochtje op het meer maar langer geduurd; — was ik maar
reeds gewasschen en aangekleed; — had ik de kersen
maar mogen houden, inplaats van ze aan oom te moeten
geven; maar de droom geeft meer dan dezen optatief. Hij
toont den wensch als reeds vervuld, stelt deze vervulling
als wezenlijk en thansgebeurend voor, en het materiaal der
droomvoorstelling bestaat in hoofdzaak — ofschoon welis-S.
21
waar niet uitsluitend — uit situaties en overwegend visueele り
zintuigsbeelden. Wij zien dus dat ook in deze groep een
soort omzetting — die men kan betitelen als droomarbeid —
niet geheel ontbreekt: Een gedachte, die als wensch
bestaat, wordt vervangen door iets dat men op
’t oogenblik ziet gebeuren.IV.
Wij voelen ons geneigd aan te nemen, dat een dergelijke
omzetting in een situatie ook bij de verwarde droomen
heeft plaatsgevonden, hoewel wij niet kunnen weten, of
het ook hier een wensch is, die omgezet wordt. Het eerst
meegedeelde droomvoorbeeld , op welks analyse wij een
eindweegs zijn ingegaan, geeft ons tenminste op twee
plaatsen reden, iets dergelijks te vermoeden. Er komt in de
analyse voor, dat mijn vrouw zich aan tafel met anderen
bezighoudt, wat mij onaangenaam aandoet; de droom bevat
precies het tegenovergestelde daarvan, nl. dat
degene, die hier mijn vrouw vervangt, zich geheel naar
mij toekeert. Tot welken wensch kan nu een onaangename
gebeurtenis wel eerder leiden, dan tot dezen, dat het tegen-
overgestelde daarvan plaatsgevonden zou hebben, zooals
de droom het inderdaad laat gebeuren? Een geheel gelijk-
soortige verhouding bestaat er tusschen de bittere gedachte
in de analyse, dat ik niets voor niets heb gekregen, en
het gezegde van de vrouw in den droom: U hebt immers
altijd zulke mooie oogen gehad. Een deel der tegenstellingen
tusschen manifesten en latenten droominhoud zou dus terug-
gebracht kunnen worden tot wenschvervulling.3) d.w.z. van het gezichtszintuig. [V.]
You are here
De droom als uiting van het onbewuste zieleleven1901-001/1913.nl