S.
I.
Dames en Heeren! Het is een voor mij ongekende en
eigenaardige gewaarwording als spreker voor belangstellenden
van de Nieuwe Wereld op te treden. Ik veronderstel, dat ik
deze eer slechts te danken heb aan het verband tusschen mijn
naam en het thema der psychoanalyse en daarom kies ik dan
ook de psychoanalyse tot onderwerp van mijne voordrachten.
Ik wil trachten heel in 't kort U een overzicht over de ge-
schiedenis van het ontstaan en de verdere ontwikkeling van
deze nieuwe onderzoekings- en genezingsmethode te geven.
Wanneer het eene verdienste is, de psychoanalyse in 't leven
te hebben geroepen, dan is dat toch niet mijne verdienste.
Aan het leggen van de eerste grondslagen er van heb ik geen
deel gehad. Ik was als student bezig met het afleggen van
mijne laatste examens, toen een ander Weensch geneeskundige,
Dr. JOZEF BREUER 1) deze behandelingswijze voor 't eerst bij
een aan hysterie lijdend meisje toepaste (1880-1882). Met de
ziekte- en behandelingsgeschiedenis van deze patiënte, welke
ge uitvoerig weergegeven vindt in de later door BREUER en
mij uitgegeven Studien über Hysterie" 2), willen wij in de
eerste plaats ons bezighouden.
Dr. JOZEF BREUER, geboren 1842, correspondeerend lid der
Akademie der Wissenschaften", bekend door onderzoekingen over de ademhaling
Kaiserliche
en de physiologie van het evenwichtsgevoel.
2) Studien über Hysterie 1895. Fr. Deuticke, Wien, ze Aufl. 1909
S.
I. Over het ontstaan en de ontwikkeling
2
Vooraf nog eene opmerking: Ik heb niet zonder zekere
bevrediging vernomen, dat het meerendeel mijner toehoorders
niet tot den geneeskundigen stand behoort. Maakt U nu niet
bezorgd er over, dat er eene bijzondere geneeskundige ontwik-
keling noodig zou zijn om te kunnen volgen, wat ik U te
zeggen heb. Wij zullen weliswaar een eindweegs met de ge-
neeskundigen meegaan, maar weldra zullen we hen verlaten,
om Dr. BREUER op een hem geheel eigen weg te volgen.
Dr. BREUER'S patiënte, een 21-jarig, geestelijk hoog begaafd
meisje, produceerde in 't verloop van haar meer dan twee
jaren durende ziekte, eene reeks van lichamelijke afwijkingen
en geestelijke stoornissen, die wel verdienden ernstig opgevat
te worden. Zij had eene stijve verlamming gepaard met onge-
voeligheid van rechter arm en rechter been, van tijd tot tijd
dezelfde aandoening aan de ledematen van de linker lichaams-
helft, stoornissen in de oogbewegingen en veelvuldige beper-
kingen van het gezichtsvermogen, moeilijkheden met de houding
van haar hoofd, een intensieve zenuwhoest, walging tegen
voedsel en eenmaal verscheidene weken lang, ondanks kwel-
lenden dorst, onvermogen om te drinken; ook had zij eene
beperking van het spraakvermogen, die zoo ver ging, dat
zij niet meer in staat was hare moedertaal te spreken of te
verstaan eindelijk vertoonde zij toestanden van absentie, ver-
wardheid, deliriën, verandering van hare geheele persoonlijk-
heid. Aan dezen toestand zullen wij later onze opmerkzaamheid
moeten wijden.
Wanneer men van zulk een ziektebeeld hoort, behoeft men
geen dokter te zijn, om over te hellen tot de opvatting, dat
er sprake is van een zwaar lijden, waarschijnlijk van de hersenen,
met weinig uitzicht op herstel en grooten kans op een spoedig
overlijden van de patiënte.
De geneeskundigen intusschen weten zeer goed, dat voor
S.
der psychoanalyse.
3
eene reeks van ziektegevallen met dergelijke ernstige verschijn-
selen, eene andere, veel gunstigere opvatting meer gerechtvaar-
digd is. Wanneer zulk een ziektebeeld optreedt bij een jeugdig
individu van het vrouwelijk geslacht, welks edele organen (hart,
nieren) volgens het objectief onderzoek normaal zijn, terwijl het
daarentegen hevig schokkende gemoedsaandoeningen
ondervonden heeft, en wanneer de symptomen, afzonderlijk
beschouwd, in zekere fijnere karakteristieke bijzonderheden
afwijkingen vertoonen van wat verwacht zou moeten worden,
dan vatten de geneeskundigen zulk een geval niet te ernstig
op. Zij zeggen, dat dan nict een organische aandoening van
de hersenen aanwezig is, maar die raadselachtige, sedert den
tijd der Grieken hysterie genoemde toestand, die in staat
is een groot aantal zeer ernstige ziektebeelden na te bootsen.
Zij houden dan het leven voor niet bedreigd, en achten een
zelfs volkomen herstel der gezondheid waarschijnlijk. De diffe-
rentieeldiagnose tusschen eene dergelijke hysterie en zwaar
organisch lijden is niet altijd gemakkelijk. Voor het oogenblik
behoeven we niet te weten hoe zij wordt gesteld: genoeg, dat
juist het geval van BREUER'S patiënte zóó was, dat geen zaak-
kundig arts zich in de diagnose der hysterie zou vergist hebben.
Het is hier de plaats om uit hare ziektegeschiedenis te ver-
melden, dat de eerste verschijnselen optraden, terwijl ze haar
teergeliefden vader gedurende eene zware, doodelijke ziekte
verpleegde, en dat zij de verpleging moest opgeven omdat zij
zelf ziek werd.
Tot zoover hebben wij van de leiding der geneeskundigen
kunnen profiteeren, maar nu zullen we weldra van hen scheiden.
Gij moet n.1. niet denken, dat het vooruitzicht op geneeskundige
hulp voor een zieke wezenlijk beter wordt door het feit, dat
de diagnose op hysterie in plaats van op eene ernstige organi-
sche hersenaandoening gesteld wordt.
S.
I. De hysterie.
4
Tegen de zware hersenziekten is de geneeskunst in de meeste
gevallen machteloos, maar ook tegen de hysterische aandoeningen
weet de arts niets te doen. Hij moet het aan de goedheid
der natuur overlaten, wanneer en op welke wijze zij de door
hem gestelde prognose tot werkelijkheid zal maken ¹).
De herkenning van de hysterie brengt dus voor den zieke
weinig verandering, maar heeft des te meer invloed op den
geneesheer. Wij kunnen waarnemen, dat hij zich tegenover
den hysterischen patiënt geheel anders gedraagt dan tegenover
den zieke met een organisch lijden. Hij wil cerstgenoemden
niet dezelfde deelneming toonen als den ander, daar diens
ziekte veel minder ernstig is en toch aanspraak er op schijnt
te maken, voor even ernstig te gelden. Maar er is nog meer.
De dokter, die door zijne studien zooveel heeft geleerd, wat
den leek onbekend blijft, heeft zich van de ziekteoorzaken en
de ziekelijke veranderingen, b. v. in de hersenen van een aan
eene apoplexie of aan eene nieuwvorming lijdenden patiënt
voorstellingen kunnen vormen, die tot op zekere hoogte juist
moeten zijn, daar zij hem in staat stellen de verschillende
bijzonderheden van het ziektebeeld te begrijpen. Maar voor de
details der hysterische phaenomenen laten hem al zijn weten
en al zijn anatomisch-physiologische en pathologische kennis
in den steek. Hij kan de hysterie niet begrijpen, hij staat er
zelf als een leek tegenover. En dat heeft nog nooit iemand,
die anders trotsch op zijn wetenschap meent te mogen zijn,
aangenaam kunnen vinden. Dit is de reden waarom de lijders
aan hysterie zijn sympathie verliezen.
Hij beschouwt ze als personen, die de wetten van zijne
Ik weet dat deze bewering nu niet meer juist is, maar in de voordracht denk
ik mij en mijne hoorders terug in den tijd voor 1880. Dat het sedert dien anders
is geworden, daarop zijn juist de onderzoekingen, die ik U in den loop van deze
voordracht zal schetsen, van grooten invloed geweest.
S.
Het geval van Dr. BREUER.
5
wetenschap overtreden, hij ziet op ze neer zooals de recht-
zinnigen op de ketters: hij acht ze tot alle mogelijke kwaad
in staat, beschuldigt ze van overdrijving en opzettelijk bedrog,
van simulatie en hij bestraft ze door hun zijn belangstelling
te onttrekken.
Dit verwijt nu heeft Dr. BREUER bij zijne patiënte niet ver-
diend: hij schonk haar sympathie en belangstelling, ofschoon
hij haar aanvankelijk niet wist te helpen. Waarschijnlijk maakte
zij het hem ook gemakkelijker door hare buitengewone geestes-
gaven en haar voortreffelijk karakter, waarvan hij in de door
hem opgestelde ziektegeschiedenis getuigt. Met sympathie haar
observeerende, vond hij weldra den weg, die de eerste hulp
mogelijk maakte.
Men had opgemerkt, dat gedurende hare toestanden van
absentie, en psychische alteratie met verwardheid de zieke ge-
woonlijk eenige woorden prevelde, die den indruk maakten thuis
te behooren in een samenhangend geheel, dat haar gedachten
bezig hield. De dokter liet zich deze woorden mededeelen,
bracht haar in een soort hypnose en herhaalde telkens deze
woorden ten einde haar er toc te brengen, daaraan aan-
knoopende, mededeelingen te doen. De zieke ging hierop in en
reproduceerde nu voor den dokter de psychische scheppingen,
die haar gedurende de absenties beheerscht hadden en zich in
die enkele woorden, die zij uitte, verraden hadden. Het waren
dieptreurige, dikwijls poetisch schoone phantasien, dagdroomen
zouden we zeggen, die gewoonlijk de situatie van een meisje
aan het ziekbed van haar vader als uitgangspunt hadden. Had
zij zoo een aantal van zulke phantasien verteld, dan was zij
als bevrijd en weer in 't normale zieleleven teruggekeerd. Het
welbevinden, dat verscheidene uren aanhield, week dan den
volgenden dag voor een nieuwe absentie, die op dezelfde wijze
door het vertellen van de nieuw gevormde phantasien werd
S.
I. Het geval van Dr. BREUER.
6
opgeheven. Men kon zich niet onttrekken aan den indruk dat
de psychische afwijking, die gedurende de absenties aan den
dag kwam, een gevolg was van den prikkel, die uitging van
deze zeer emotioneerende phantasien. De patiënte zelve, die
gedurende deze periode van hare ziekte merkwaardig genoeg
slechts Engelsch sprak en verstond, gaf aan deze nieuwe wijze
van behandelen den naam „talking cure", of sprak schertsend
van,,chimney sweeping."
Het bleek weldra, als 't ware toevallig, dat men door zulk
schoonvegen van de ziel nog meer bereiken kon dan voorbij-
gaande opheffing der steeds terugkeerende benevelingen van
het bewustzijn. Ook ziekteverschijnselen konden verdwijnen,
wanneer in hypnose onder sterke ontlading der gemoedsaan-
doening de patiënte zich herinnerd had, door welke aanleiding
en krachtens welken samenhang deze symptomen 't eerst waren
opgetreden.
,,Er was in den zomer cene periode van groote hitte ge-
weest en de patiënte had zeer veel dorst geleden, want zonder
daarvoor een reden te kunnen opgeven, was het haar plotse-
ling onmogelijk geworden te drinken. Ze nam het glas water
waar zij naar smachtte in de hand, maar zoodra het aan hare
lippen raakte, stootte zij het weg als iemand met watervrees.
Blijkbaar was zij dan gedurende een paar seconden in eene
absentie. Zij leefde slechts van vruchten, meloenen enz. om
den dorst minder kwellend te maken. Toen dat ongeveer zes
weken geduurd had, redeneerde zij eens onder de hypnose
over hare Engelsche gezelschapsjuffrouw, van wie zij niet hield,
en vertelde toen met alle teekenen van walging, hoe zij op de
kamer van die juffrouw gekomen was en hoe daar het hondje,
dat afschuwelijke dier, uit een glas gedronken had. Zij had
niets gezegd, want zij wilde beleefd blijven.
Nadat zij op energieke wijze de haar nog dwarszittende
S.
De talking cure".
7
ergernis had geuit, vroeg zij om drinken, dronk zonder de
minste aarzeling eene groote hoeveelheid water en ontwaakte
uit de hypnose met het glas aan de lippen. Hiermede was de
stoornis voor goed verdwenen." 1)
Veroorlooft mij nog een oogenblik bij deze waarneming stil
te staan. Nog niemand had met zulke middelen een hysterisch
verschijnsel opgeheven, en daarbij zulk een diepen blik ge-
slagen in de wijze van het ontstaan daarvan. Het moest eene
ontdekking met ver strekkende gevolgen worden, wanneer de
verwachting bevestigd werd, dat nog andere, ja misschien het
meerendeel van de symptomen bij de zieke op zulk eene wijze
ontstaan waren en op zulk eene wijze konden worden opgeheven.
BREUER deinsde niet voor de moeite terug zich daarvan te
overtuigen, en volgens een vast plan deed hij nu navorschin-
gen betreffende de pathogenese van de andere en ernstigere
ziekteverschijnselen. Het was werkelijk zoo: bijna alle sympto-
men waren zoo ontstaan als resten, als neerslagen als ge wilt,
van zeer emotioneerende gebeurtenissen, die wij daarom later
,,psychische traumata" genoemd hebben. De eigenaardigheden
der symptomen werden begrijpelijk door het verband met de
,,schokkende scènes" die hen veroorzaakt hadden. Ze waren,
zooals de kunstterm luidt, door de scènes waarvan zij de her-
inneringsresten vormden, gedetermineerd en behoefden
niet meer als willekeurige of raadselachtige producten der neu-
rose te worden beschreven. Slechts in één opzicht werd de
verwachting teleurgesteld. Het was niet altijd één enkele levens-
ondervinding die het symptoom had doen ontstaan, maar meestal
hadden talrijke, dikwijls een groot aantal overeenkomstige,
achtereenvolgens opgetreden traumata te zamen die uitwerking
gehad. Deze geheele keten van ziekmakende herinneringen
1) Studien über Hysterie 2 Aufl. p. 26.
S.
I. Het ontstaan der symptomen
8
moest dan in omgekeerde chronologische volgorde worden ge-
reproduceerd: dus de laatste 't eerst en de eerste 't laatst, en
het was totaal onmogelijk tot den eersten en dikwijls werk-
zaamsten schok met overslaan van de later plaats gehad heb-
bende, direct door te dringen.
Gij zult nu zeker nog andere voorbeelden van 't veroorzaken
van hysterische symptomen van mij willen vernemen, behalve
dat van de watervrees door walging voor den uit het glas drin-
kenden hond. Ik moet mij echter, als ik mij aan mijn pro-
gramma wil houden, tot enkele voorbeelden beperken. Zoo
vertelt BREUER, dat hare gezichtsstoornissen tot bepaalde aan-
leidingen teruggebracht konden worden, b.v. „op deze wijze
dat patiënte met tranen in de oogen aan het ziekbed zat en
plotseling haar vader vroeg hoe laat het was; zij zag dan
onduidelijk, spande zich in, bracht het horloge dicht bij haar
oog, waardoor de wijzerplaat zeer groot scheen (makropsie
en strabismus conv.) of wel zij deed haar best om hare tranen
in te houden, om den zieke deze niet te laten zien. 1) Alle
ziekmakende indrukken waren overigens afkomstig uit den tijd,
dat zij deelnam aan de verpleging van haar zicken vader.
„Op zekeren nacht waakte zij in grooten angst over den
zieke die hooge koorts had en verkeerde in hevige spanning,
daar uit Weenen een chirurg gewacht werd om den patiënt
te opereeren. Hare moeder had zich voor een poosje verwij-
derd en Anna zat bij het bed met den rechter arm over de
stoelleuning. Zij geraakte in een toestand van waakdrooien en
zag, hoe eene zwarte slang van den muur afkwam en den
zieke naderde om hem te bijten. (Het is waarschijnlijk, dat
op het weiland achter het huis werkelijk wel slangen voor-
kwamen, waarvan het meisje reeds vroeger geschrokken was
1) Studien über Hysterie. 2 Aufl., p. 31.
S.
uit psychische traumata.
en welke nu het materiaal voor de hallucinatie leverden). Zij
wilde het dier verjagen, maar was als verlamd: de rechter arm
over de leuning van den stoel hangende, „sliep" en was daar-
door ongevoelig en machteloos, en toen zij de hand bekeek,
veranderden hare vingers in kleine slangen met doodshoofden
(de nagels). Waarschijnlijk deed zij pogingen om de slang met
de verlamde rechterhand te verjagen en daardoor trad de
gevoelloosheid en verlamming daarvan in associatie met de
slangenhallucinatie. Toen deze verdwenen was, wilde zij in
haren angst bidden, maar zij kon geen woorden vinden, zij kon
in geen enkele taal spreken, tot haar eindelijk een Engelsch
kinderversje inviel: van dit oogenblik af kon zij in deze taal
ook verder denken en bidden." 1) Met de herinnering in hyp-
nose aan deze scène was ook de sedert het begin der ziekte
bestaande stijve verlamming van den rechter arm opgeheven en
de behandeling ten einde gebracht.
Toen ik een aantal jaren later bij mijn eigen patiënten deze
methode van BREUER tot onderzoek en behandeling begon te
beoefenen, deed ik waarnemingen die de zijne volkomen
bevestigden. Eene 40-jarige dame had cen tic, een eigenaardig
smakkend geluid, dat zij telkens als zij opgewonden was en ook
zonder bepaalde aanleiding liet hooren. Het vond zijn oorsprong
in twee gebeurtenissen die zij doorleefd had, en die dit gemeen
hadden, dat zij zich beide keeren voornam vooral toch geen
leven te maken en waarbij als 't ware door een soort tegen-
wil juist dit geluid de stilte verbrak; de eerste maal, toen zij
haar ziek kind eindelijk met groote moeite in slaap gemaakt
had en tot zichaelve zeide, dat zij nu heel stil moest zijn om
het niet wakker te maken; en de tweede maal, toen zij bij ge-
legenheid van een rijtoer met hare kinderen, tijdens een
1) 1. c. p. 30.
2
S.
I. Symptomen als herinneringssymbolen,
IO
onweer, zorgvuldig elk geluid wilde vermijden om de paarden.
die schichtig geworden waren, niet nog meer te verschrikken. I)
Ik geef dit voorbeeld in plaats van vele andere, die in de
,,Studien über Hysterie" opgenomen zijn.
Dames en Heeren, wanneer gij mij wilt toestaan om, zooals
bij een zoo kort overzicht onvermijdelijk is, te generaliseeren,
dan kunnen we onze tot nu toe verworven kennis samenvatten in
deze formule: Onze hysterische patiënten lijden aan
reminiscentiën. Hunne symptomen zijn overblijfselen van
en herinneringssymbolen voor bepaalde (schokkende) gebeurte
nissen. Eene vergelijking met andere herinneringssymbolen op
ander gebied zal ons misschien een dieper inzicht verschaffen
in deze symboliek. Ook de gedenkteekenen en monumenten
waarmede wij onze groote steden versieren zijn zulke herin-
neringssymbolen. Op een wandeling door Londen vindt men
voor een der grootste stations der stad een rijkversierde gothi-
sche zuil, Charing Cross genoemd. Een der oude koningen
uit 't huis Plantagenet in de 13e eeuw, die het stoffelijk over-
schot van zijne geliefde koningin Eleanor naar Westminster
liet brengen, richtte op alle haltepunten waar de lijkkist
neergezet werd, gothische kruisen op en Charing Cross is
't laatste van die gedenkteekenen, welke de herinnering aan
deze begrafenis nog levendig houden. 2) In een ander gedeelte
van de stad, niet ver van London Bridge, ziet gij eene meer
moderne, hoog oprijzende zuil die kortweg,,The monument"
wordt genoemd. Deze dient ter gedachtenis aan den grooten
brand, die in 't jaar 1666 daar in de buurt uitbrak en een groot
1) 1. c. 2 Aufl. p. 43-
2) Eigenlijk een later gemaakte copie van zulk een gedenkteeken. De naam
Charing zelf moet zooals Dr. E. JONES mij mededeelde uit de woorden Chère
reine ontstaan zijn.
S.
Fixatie aan de traumata.
II
deel der stad verwoestte. Deze monumenten zijn dus evenals
de hysterische symptomen, herinneringssymbolen: zoover gaat
de vergelijking op. Maar wat zoudt ge zeggen tot een Lon-
denaar, die heden ten dage nog voor het gedenkteeken van
de begrafenis van koningin Eleanor in weemoed verzonken
bleef staan, in plaats van met den bij de moderne arbeidsver-
houdingen noodigen spoed zich met zijne bezigheden te haasten,
of blijmoedig te genieten van de jeugd en frischheid van de
koningin van zijn hart? Of tot een anderen, die voor,,the
Monument" de verwoesting stond te beweenen van zijne ge-
liefde vaderstad, die al lang toch zooveel schitterender is her-
rezen? Welnu, even onpraktisch als deze twee, gedragen
zich alle hysterische en neurotische personen. Niet alleen dat
zij zich de reeds lang tot het verleden behoorende pijnlijke ge-
beurtenissen herinneren, maar zij worden nog steeds in sterke
gemoedsbeweging er door gebracht. Ze kunnen zich van het
verleden niet losmaken en verwaarloozen daarvoor de werke-
lijkheid van het heden. Deze gehechtheid van het zieleleven
aan de ziekmakende schokkende gebeurtenissen is eene der
meest kenschetsende karaktertrekken van de neurose en daar-
voor van de grootste praktische beteekenis.
Eene tegenwerping, die gij, aan de ziektegeschiedenis van
Dr. BREUER'S patiënte denkend, allicht bij U voelt opkomen,
moet ik billijken. Al hare psychische schokken zijn n.1. af-
komstig uit den tijd, dat zij haren zieken vader verpleegde
en hare symptomen kunnen slechts als herinneringssymbolen
van zijne ziekte en zijn dood opgevat worden. Zij passen
dus bij haar rouw en eene fixatie aan het aandenken van
den overledene, zóó korten tijd na zijn verscheiden, is zeer
zeker niet iets ziekelijks, kan integendeel eerder als eene nor-
male gevoelsuiting beschouwd worden. Ik geef dit toe, de
fixatie aan de psychische schokken is bij BREUER'S patiënte
S.
1. Het afreageeren der gemoedsbewegingen.
niets opvallends. Maar in andere gevallen, zooals in dat van den
door mij behandelden tic, waarvan de aanleidende oorzaken
meer dan 15 en 10 jaren geleden gezocht moesten worden, is de
karaktertrek van abnormaal gebonden zijn aan het verleden zeer
duidelijk en de patiënte van BREUER zou dien waarschijnlijk
evenzoo ontwikkeld hebben, wanneer zij niet zoo spoedig na
het beleven der schokken en het ontstaan der symptomen, de
kathartische behandeling ondergaan had. Tot nu toe
hebben we slechts het verband tusschen de hysterische sym-
ptomen en de levensgeschiedenis der zieken behandeld; maar
twee andere gewichtige momenten uit de waarneming van BREUER
kunnen ons ook eene aanduiding geven van de wijze, waarop
wij de processen van het ziek worden en het weder genezen
moeten opvatten. Wat het eerste, het ziek worden betreft,
moet er op gewezen worden, dat BREUER's patiënte in bijna
alle pathogene situaties eene sterke opwinding moest onder-
drukken in plaats van zich in passende woorden en daden te
uiten. In de geschiedenis met den hond van hare gezelschaps-
juffrouw onderdrukte zij, om deze te ontzien, elke uiting van
haar zeer sterke walging; terwijl zij aan het bed van haren
vader waakte, droeg zij voortdurend zorg den zieke niets van
haren angst en hare verdrietige stemming te laten bemerken.
Toen zij later deze zelfde scènes voor haar dokter reprodu-
ceerde, barstte de indertijd ingehouden gemoedsbeweging, die
als 't ware al dien tijd opgespaard was, met bijzondere heftig-
heid los. Ja, het symptoom, dat als overblijfsel van deze scène
was blijven bestaan, vertoonde zich in de hoogste intensiteit,
juist naarmate de herinnering aan de scène waaruit het ontstaan
was, naderde om na het volledig uitleven daarvan te verdwijnen.
Aan den anderen kant deed men de ondervinding op, dat het
zich herinneren der scène bij den arts zonder uitwerking bleef,
wanneer om de eene of andere reden hierbij eens geen uiting
I2
S.
De hysterische conversie.
13
der gemoedsbeweging optrad. Het zijn dus de onderling ver-
schillende wijzen waarop wij kunnen aannemen dat eene ge-
moedsbeweging verloopen kan, welke beslissend zijn zoowel
voor het ziek worden als later voor het herstel.
Men voelde zich gedrongen aan te nemen dat de ziekte
ontstond, omdat aan de in de pathogene situaties zich ont-
wikkelende affecten een normale uitweg versperd was ge-
bleven, en dat het wezen der ziekte daarin bestond, dat nu
deze ingeklemde affecten een abnormale uitwerking hadden.
Voor een deel bleven zij als een op het zieleleven drukkende
last en als bronnen van bestendige prikkeling daarvan bestaan;
voor een ander deel ondergingen zij eene omzetting in onge-
wone lichamelijke innervaties en remmingen, die
zich als de lichamelijke symptomen van het geval openbaarden.
Wij hebben dit laatste proces met den naam hysterische
conversie" bestempeld. Een zeker gedeelte van onze gees-
telijke energie wordt toch ook in normalen toestand al, in
lichamelijke innervatie omgezet en doet ontstaan, wat wij
,,uiting van gemoedsbeweging" noemen. De hysterische con-
versie nu overdrijft dit gedeelte van het verloop van een met
affect beladen geestelijk proces; zij komt overeen met eene veel
intensievere, langs nieuwe banen een uitweg vindende uitdruk-
king der gemoedsbeweging. Als eene rivier zich in tweeën
splitst en in twee beddingen verder stroomt, zal zij in de eene
buiten haar oevers treden, zoodra in de andere de strooming
op hindernissen stuit.
Zooals gij ziet, zijn wij op weg om tot eene zuiver psy-
chologische theorie der hysterie te komen en daarin aan
het verloop der affecten de voornaamste rol toe te kennen.
Eene tweede waarneming van BREUER nu noopt ons, om voor
het karakteristieke verloop der ziekte aan veranderingen van
den bewustzijnstoestand eene groote beteekenis toe te kennen.
S.
I. De splijting der psyche.
14
De patiënte van BREUER vertoonde naast haren normaaltoestand
een aantal afwijkende psychische toestanden, gekenmerkt door
absentie, door verwardheid en door karakterverandering. In
haar normaaltoestand nu wist zij niets van die pathogene
tooneelen en van den samenhang daarvan met hare symp-
tomen; zij had deze scènes vergeten, of in elk geval was voor
haar hun verband met de ziekmakende toestanden verbroken.
In hypnose kon men met veel moeite er in slagen, deze
scènes in hare herinnering terug te roepen en door dezen
arbeid van het zich weder herinneren, werden de symptomen
opgeheven. Men zou in groote verlegenheid geweest zijn, hoe
deze feiten uit te leggen, wanneer niet de ervaringen, opgedaan
bij de practisch therapeutische en de experimenteele hypnose
hier den weg hadden gewezen. Door de studie der hypnotische
verschijnselen was men gewoon geraakt aan de aanvankelijk
bevreemdende opvatting, dat in de ziel van één en hetzelfde
individu verschillende groepeeringen mogelijk zijn, die tamelijk
onafhankelijk van elkander kunnen blijven, niet afweten van
elkander en die beurtelings, nu eens de een, dan de ander,
zich meester maken van het bewustzijn. Dergelijke gevallen,
zooals men ze noemt, van,,Double conscience" worden af en
toe ook spontaan waargenomen. Wanneer bij zulk eene splijting
der persoonlijkheid het bewustzijn voortdurend aan een der
twee toestanden gebonden blijft, noemt men dezen den
bewusten zielstoestand en den daarvan afgescheidenen den
onbewusten. In de bekende verschijnselen van de zooge-
naamde posthypnotische suggestie, waarbij een onder hypnose
gegeven bevel later in den normaaltoestand op gebiedende
wijze zich laat gelden, heeft men een goed voorbeeld van de
invloeden, welke op den bewusten van uit den onbewusten
toestand kunnen inwerken. Met behulp van deze analogie
gelukt het zeer zeker zich de bij de hysteric waargenomen
S.
Hypnoïde toestanden.
15
feiten te verklaren. BREUER kwam tot de conclusie, dat de
hysterische symptomen, gedurende dergelijke bijzondere ziels-
toestanden, door hem hypnoïde genoemd, ontstaan waren.
Emoties, die iemand in zulk een hypnoïden toestand treffen,
worden gemakkelijk pathogeen, daar deze toestanden niet aan
de voorwaarden voldoen voor een normaal verloop der gemoeds-
bewegingen, die het gevolg zijn van de plaats gehad heb-
bende prikkels. Als reactieverschijnsel ontstaat dan een onge-
woon product, n. 1. het symptoom en dat steekt als 't ware
als een vreemd lichaam uit in den normaaltoestand, welke van
zijn kant volstrekt geen kennis draagt van de pathogene situatie
die in den hypnoïden toestand ontstond. Waar een symptoom
bestaat, daar bevindt zich ook eene amnesie, eene leemte in
de herinnering; en de aanvulling van deze leemte sluit in
zich de opheffing van de voorwaarden voor 't ontstaan van het
symptoom.
Ik vrees, dat dit gedeelte van mijne uiteenzettingen U niet
zeer duidelijk zal voorkomen. Doch gij moet dan maar een
weinig toegevend zijn, want het betreft nieuwe, moeilijke op-
vattingen, die misschien nog niet veel duidelijker gemaakt kun-
nen worden. Dit bewijst, dat wij met onze kennis nog niet
zeer diep zijn doorgedrongen. Bovendien is de hypothese van
BREUER betreffende de hypnoïde toestanden niet alleen
overbodig, maar ook hinderlijk gebleken voor dieper gaand
onderzoek, reden waarom de hedendaagsche psychoanalyse ze
weer heeft laten vallen. Later zal ik U ten minste éénige voorstel-
ling geven van de andere invloeden en psychische processen, die
te vinden waren achter de hypnoïde toestanden waarbij BREUER
had halt gehouden. Gij zult terecht den indruk hebben gekregen,
dat BREUER's onderzoekingen U slechts een zeer onvolledige
theorie en cene onbevredigende verklaring van de waargenomen
verschijnselen konden geven; maar volledige theorien komen
S.
I. Onvolledigheid der theorie.
16
niet uit den hemel vallen, en gij zoudt nog meer reden hebben
gehad wantrouwen te koesteren, als iemand reeds bij den aan-
vang zijner waarnemingen U eene afgeronde, geheel sluitende
theorie had voorgelegd. Zulk eene theorie kan zeker slechts
het kind zijn van speculatieve beschouwingen en niet de vrucht
van een onbevooroordeelde navorsching der nuchtere feiten.
You are here
Over psychoanalyse1910-001/1912.nl