Over psychoanalyse1910-001/1912.nl
  • S.

    II.
     

    Dames en Heeren! Ongeveer in denzelfden tijd dat BREUER
    bij zijne patiënte de „Talking cure" toepaste, had CHARCOT,
    de groote meester, in Parijs een aanvang gemaakt met zijne
    onderzoekingen betreffende de hysterische patiënten der Salpê-
    trière, onderzoekingen, welke een geheel nieuw inzicht in 't wezen
    der hysterie zouden brengen. Zijne resultaten konden toen ter
    tijd in Weenen nog niet bekend zijn. Maar toen ongeveer tien
    jaren later BREUER en ik onze voorloopige mededeeling publi-
    ceerden over het psychisch mechanisme der hysterische ver-
    schijnselen, welke aansloot aan de kathartische behandeling bij
    BREUER's eerste patiënte, toen waren wij geheel onder den
    invloed van de onderzoekingen van CHARCOT. De pathogene
    levensondervindingen van onze zieken stelden wij als psychische
    traumata gelijk met die lichamelijke traumata, waarvan de
    invloed op hysterische verlammingen door CHARCOT was vast-
    gesteld, en BREUER's invoering van het begrip der hypnoïde
    toestanden is eigenlijk niets anders dan een weerspiegeling
    van het feit, dat CHARCOT die traumatische verlammingen onder
    hypnose kunstmatig had te voorschijn geroepen.
     

    De groote Fransche klinikus, wiens lessen ik van 1885 tot
    1886 volgde, was zelf niet geneigd tot psychologische opvattingen.
    Eerst zijn leerling P. JANET poogde dieper in te dringen in de
    bijzondere psychische processen bij de hysterie en wij volgden
    zijn voorbeeld, toen wij de splijting der psyche en het uiteen-
     

  • S.

    II. Onderzoekingen van CHARCOT en van JANET.
     

    18
     

    vallen der persoonlijkheid tot uitgangspunt van onze opvattingen
    namen. De theorie van JANET over de hysterie houdt sterk
    rekening met de rol, die in Frankrijk aan de erfelijkheid en
    de degeneratie wordt toegekend. De hysteric is volgens hem
    een uitingsvorm van de degeneratieve verandering van het zenuw-
    stelsel, die zich openbaart door eene aangeboren zwakte van
    de psychische synthese. De hysterielijders zouden van huis uit
    niet in staat zijn, al de verschillende psychische processen in
    hun groote verscheidenheid tegelijk te beheerschen; vandaar
    hunne neiging tot psychische dissociatie. Staat mij toc eene
    banale maar duidelijke vergelijking te maken: JANET's hysterica
    doet denken aan eene zwakke vrouw, die inkoopen deed en
    met eene menigte doozen en pakjes beladen op weg naar huis
    is. Zij kan de heele voorraad met hare twee armen en tien
    vingers niet baas en laat een der pakjes vallen. Bukt zij om
    't op te rapen, dan ontvalt haar weer een ander en zoo
    gaat 't door. Nu is met het aannemen van deze zielszwakte
    der hysterici niet goed te rijmen, dat men bij hen behalve
    de verschijnselen van verminderde prestatie, als 't ware bij
    wijze van compensatie, ook voorbeelden van gedeeltelijke ver-
    meerdering van het prestatievermogen kan waarnemen. In den
    tijd dat BREUER'S patiënte hare moedertaal en alle andere
    talen behalve het Engelsch vergeten was, beheerschte zij het
    Engelsch zoo volkomen, dat zij in staat was gedeelten uit een
    Duitsch boek, dat men haar voorlegde, vloeiend in onberispelijk
    Engelsch op te lezen. Toen ik later de door BREUER begonnen
    onderzockingen zelfstandig voortzette, kwam ik weldra tot eene
    andere opvatting over het ontstaan der hysterische dissociatie
    of bewustzijnssplijting
     

    Het was om zoo te zeggen onvermijdelijk, dat mijne inzichten
    zich in eene hiervan afwijkende, voor al het volgende beslis-
    sende richting gingen ontwikkelen, daar ik niet zooals JANET,
     

  • S.

    Verandering der techniek.
     

    19
     

    van laboratoriumproeven uitging, maar van pogingen om op de
    zieken een therapeutischen invloed uit te oefenen. Ik werd vooral
    door de cischen der praktijk gedreven. De kathartische behande-
    ling, zooals BREUER die had uitgeoefend, veronderstelde de moge-
    lijkheid den zieke in diepe hypnose te brengen, want slechts in
    den hypnotischen toestand beschikte hij over de kennis van den
    samenhang der ziekmakende gedachten, die in zijnen normaal-
    toestand hem ontging. Nu was de hypnose, als een grillig en
    als 't ware mystiek hulpmiddel, mij al spoedig onsympathiek
    geworden, maar toen ik bovendien moest ondervinden, dat
    ondanks alle moeite het mij niet wilde gelukken meer dan een
    gedeelte van mijne zieken in den hypnotischen toestand te bren-
    gen, besloot ik de hypnose te laten varen en de kathartische
    behandeling daarvan onafhankelijk te maken. Daar ik den
    psychischen toestand van de meeste patiënten niet naar mijn
    believen kon veranderen, richtte ik de methode er op in, om
    in hun normaaltoestand mijn doel te bereiken. Dit scheen aan-
    vankelijk cene onzinnige onderneming zonder den minsten kans
    op succes te zijn. De vraag toch luidde, iets van den zieke
    te weten te komen, dat men niet wist en dat hij zelf ook
    niet wist welke hoop kon er bestaan daar achter te komen?
    Toen kwam mij de herinnering aan een zeer merkwaardige
    en leerrijke proef te hulp, die ik bij BERNHEIM in Nancy
    had bijgewoond. BERNHEIM demonstreerde ons n.1. hoe per-
    sonen, die hij in hypnotisch somnambulisme had gebracht en
    in dien toestand allerlei had laten beleven, de herinnering aan
    het in somnambulisme doorleefde slechts schijnbaar verloren
    hadden en dat het mogelijk was, ook in hun normaaltoestand
    deze herinnering weder op te wekken. Wanneer hij hun vroeg
    naar datgene, wat zij gedurende hun somnambulisme beleefd
    hadden, beweerden zij aanvankelijk wel is waar, niets daarvan
    te weten, maar als hij 't niet opgaf en steeds maar aandrong
     

  • S.

    II. Weglating der hypnose.
     

    20
     

    en hun verzekerde, dat zij het toch wel wisten, dan doken
    telkenmale de vergeten herinneringen weer op. Op dezelfde
    wijze ging ik ook met mijne patiënten te werk. Wanneer ik met
    hen aan een punt was gekomen, waar zij beweerden niets meer
    te weten, dan verzekerde ik hun, dat zij het toch wel wisten,
    dat zij het maar moesten zeggen en ik verstoutte mij te
    beweren, dat juist de herinnering die wij zochten, zou op-
    duiken op 't oogenblik, dat ik mijne hand op hun voorhoofd
    legde. Op deze wijze gelukte het mij zonder hypnose, alles
    van de patiënten te weten te komen, wat noodig was voor de
    constructie van den samenhang tusschen de vergeten pathogene
    scènes en de daarvan overgebleven symptomen. Maar het was
    eene vermoeiende, op den duur afmattende methode, die zich
    niet leende voor eene definitieve technick.
     

    Ik gaf deze methode intusschen niet op, zonder uit de bij
    de toepassing daarvan verkregen gegevens, bepaalde conclusies
    te trekken. Ik had dus bevestigd gevonden, dat de vergeten
    herinneringen niet verloren waren. Zij waren nog het eigen-
    dom der zieken en stonden klaar, om in associatie met datgene
    wat zij nog wisten, op te duiken, maar de een of andere
    kracht verhinderde ze, bewust te worden en noopte ze, onbe-
    wust te blijven. Het bestaan van deze kracht was met zeker-
    heid aan te nemen, want bij de pogingen om tegen haar in,
    de onbewuste herinneringen in 't bewustzijn der zieken binnen
    te leiden, kon men waarnemen, welke inspanning 't kostte,
    die kracht te overwinnen. De kracht, die den ziekelijken toe-
    stand in stand houdt, wordt als weerstand van den patiënt
    waargenomen. Op dit idee van den weerstand nu heb ik mijn
    opvatting over de psychische processen bij de hysterie ge-
    baseerd. Het was voor de genezing noodzakelijk gebleken,
    deze weerstanden op te heffen. Van het mechanisme der ge-
    nezing uitgaande, kon men zich nu zeer bepaalde voorstellin-
     

  • S.

    Verdringing en weerstand.
     

    21
     

    gen vormen over den gang van zaken bij het ziek worden.
    De krachten, die heden als weerstand zich verzetten tegen het
    bewustmaken van het vergetene, moesten dezelfde zijn, die
    destijds dat vergeten bewerkt en de betreffende pathogene ge-
    beurtenissen uit het bewustzijn weggedrongen hadden. Ik noemde
    dit door mij veronderstelde proces verdringing en be-
    schouwde die als bewezen door het niet te loochenen bestaan
    van den weerstand.
     

    Maar nu moet men zich de vraag stellen, wat die krachten
    zijn en onder welke voorwaarden de verdringing, die wij nu
    als het pathogene mechanisme der hysterie beschouwen, op-
    treedt. Eenc vergelijkende studie der pathogene situaties, die
    men door de kathartische behandeling had leeren kennen,
    stelde in staat hierop het antwoord te geven. In al deze
    gevallen was het voorgekomen, dat er een wensch opdoemde,
    die eene scherpe tegenstelling vormde met de overige wen-
    schen van het individu, en onvereenigbaar was met de
    ethische en aesthetische eischen van zijne persoonlijkheid. Er
    was een kortdurend conflict geweest en het einde van dezen
    inwendigen strijd was de verdringing van de voorstelling, die
    als drager van dien onduldbaren wensch in 't bewustzijn was
    opgetreden, zoodat deze, met de erbij behoorende herinnerin-
    gen, uit het bewustzijn weggedrongen en vergeten werd. De
    onduldbaarheid van de betreffende voorstelling voor het Ik
    van den zieke, was dus het motief voor de verdringing; de
    ethische en andere eischen van het individu vormden de ver-
    dringende krachten. Het aanvaarden van de onduldbare wensch-
    opwelling of het voortduren van het conflict zouden zeer hooge
    graden van onlust veroorzaakt hebben. Deze onlust bespaarde
    het individu zich door de verdringing, die op deze wijze dus
    dienst doet als een der verdedigingsmiddelen van de psychische
    persoonlijkheid.
     

  • S.

    II. Voorbeeld van eene verdringing.
     

    22
     

    Ik zal U nu de geschiedenis van slechts één enkele mijner
    gevallen mededeelen: de omstandigheden, waaronder verdrin-
    ging optreedt en het nut daarvan blijken daarin duidelijk.
    Natuurlijk moet ik voor dit doel ook deze ziektegeschiedenis
    verkort weergeven en verschillende belangrijke theoretische be-
    schouwingen weglaten. Bij een jong meisje, dat kort geleden
    haren geliefden vader dien zij had helpen verplegen, verloren
    had, eene situatie analoog aan die bij BREUER'S patiënte -,
    ontwikkelde zich, toen hare oudere zuster trouwde, eene bij-
    zondere sympathie voor den nieuwen zwager, eene sympathie,
    die gemakkelijk voor gewone familiegenegenheid kon door-
    gaan. Die zuster werd spoedig ziek en stierf, terwijl de patiënte
    en hare moeder afwezig waren. Zij werden haastig terugge-
    roepen, zonder op de hoogte gebracht te worden van den ge-
    heelen omvang der treurige gebeurtenis. Toen het meisje bij het
    bed van de overleden zuster kwam, doemde voor een ondeel-
    baar oogenblik eene gedachte in haar op, die ongeveer aldus
    zou kunnen worden samengevat: Nu is hij vrij en kan hij
    met mij trouwen. Wij mogen zeker aannemen, dat deze
    gedachte, welke aan haar bewustzijn de haar zelve niet bewuste
    intensieve liefde voor den zwager verried, ten gevolge van de
    daardoor opgewekte hevige ontroering, 't volgende oogenblik
    reeds verdrongen werd. Het meisje kreeg zware hysterische
    symptomen en toen ik haar in behandeling had genomen, bleek
    het, dat zij die scène aan het bed van haar zuster en haar
    eigen leelijk-egoistische opwelling geheel had vergeten. Zij
    herinnerde zich beide gedurende de behandeling, reproduceerde
    het pathogene oogenblik met alle teekenen van de heftigste
    gemoedsbeweging en werd door deze behandeling weder gezond.
    Staat mij toe het proces der verdringing en het innige ver-
    band daarvan met den weerstand, door eene grove vergelijking,
    die ik aan onze momentane situatie ontleen, aanschouwelijk
     

  • S.

    Dynamische opvatting der psychische splijting.
     

    23
     

    voor te stellen. Gesteld, dat in deze zaal onder dit auditorium,
    dat uitmunt door een boven mijn lof verheven kalmte en op-
    lettendheid, zich eens een individu bevond, dat op storende
    wijze zich gedroeg en door ongemanierd lachen, praten, schuife-
    len met de voeten, mijne opmerkzaamheid van mijne taak
    afleidde. Ik verklaar, dat ik op deze wijze met mijne voor-
    dracht niet kan voortgaan en daarop rijzen eenige krachtige
    mannen op om na eene korte worsteling den rustverstoorder
    buiten de deur te zetten. Deze is dus nu verdrongen" en
    ik kan mijne voordracht voortzetten. Om te maken, dat de
    rustverstoring zich niet herhale, als de verwijderde persoon
    mocht trachten weer de zaal binnen te dringen, barricadeeren
    de heeren, die zooeven mijn wensch ten uitvoer brachten, de
    deur met hunne stoelen en stellen zich aldus op als „,weer-
    stand" om de,,verdringing" te handhaven. Als gij nu nog de
    beide lokaliteiten hier als het „bewuste" en het onbewuste",
    op het psychische overbrengt, dan hebt gij een tamelijk goede
    plastische voorstelling van het proces der verdringing. Gij ziet
    nu het verschil tusschen onze opvatting en die van JANET.
    Wij leiden de psychische splijting niet af van een aangeboren
    synthetisch onvermogen van het psychische apparaat, maar we
    verklaren haar dynamisch door het conflict van elkander tegen-
    werkende krachten in de ziel en vatten haar op als het resul-
    taat van eene actieve worsteling der beide psychische groe-
    peeringen met elkander. Uit deze theorie nu rijzen nieuwe
    vragen in grooten getale op. Situaties toch met psychische
    conflicten komen zeer veel voor en een streven van het Ik,
    om pijnlijke herinneringen van zich af te zetten, wordt regel-
    matig waargenomen, zonder dat het gevolg daarvan eene psy-
    chische splijting is. Men kan dus de gedachte niet op zij zetten,
    dat er nog andere voorwaarden vervuld moeten zijn, wil het
    conflict de dissociatie ten gevolge hebben. Ik geef U dan ook
     

  • S.

    II. Dynamische opvatting der psychische splijting.
    gaarne toe, dat wij met het aannemen der verdringing niet
    aan 't einde, maar pas aan den aanvang staan van eene psy-
    chologische theorie. Maar wij zijn niet in staat, anders dan
    stap voor stap verder te komen en een volledig inzicht moet
    wachten op verderen en dieper doordringenden arbeid. Nu
    moet gij niet trachten het geval van BREUER's patiënte onder
    het gezichtspunt der verdringing te brengen. Deze ziekte-
    geschiedenis is daarvoor ongeschikt, daar zij met behulp van
    hypnotischen invloed is verkregen. Want alleen wanneer er
    geen hypnose wordt aangewend, kunt gij de weerstanden en
    verdringingen waarnemen en U een juiste voorstelling vormen,
    van wat er in werkelijkheid bij het ontstaan van de patholo-
    gische afwijkingen geschiedt. De hypnose schakelt den weer-
    stand uit en opent den toegang tot een bepaald psychisch
    gebied; doch daartegenover hoopt zij den weerstand aan de
    grenzen van dit gebied op tot een muur, die wat daar achter
    ligt ontoegankelijk maakt.
     

    24
     

    Het belangrijkste van al wat de waarnemingen van BREUER
    ons brachten, is wel het licht, dat ze werpen op den samen-
    hang van de symptomen met de pathogene gebeurtenissen
    of psychische traumata en nu mogen we niet nalaten de
    waarde dezer inzichten, van het standpunt der verdringings-
    leer uit, te beoordeelen. Op het eerste gezicht lijkt het wer-
    kelijk onmogelijk, om van de verdringing uitgaande, de sym-
    ptoomvorming te begrijpen. In plaats van eene ingewikkelde
    theoretische uitlegging te geven, wil ik nu op de vroeger door
    ons gebruikte plastische voorstelling van de verdringing terug-
    komen. Het is duidelijk dat met de verwijdering van den
    lastigen gast en de plaatsing der wachters voor de deur, de
    geschiedenis nog niet uit behoeft te zijn. Immers het is best
    mogelijk, dat het uitgezette individu in zijne verbittering niets
    meer ontziet en 't ons verder lastig maakt. Hij is wel is waar
     

  • S.

    Symptoomvorming en mislukte verdringing.
     

    25
     

    niet meer in ons midden, wij zijn van zijne tegenwoordigheid,
    van zijn hoongelach, zijne halfluide opmerkingen bevrijd, maar
    in zeker opzicht heeft de verdringing toch niet geholpen, want
    hij maakt nu daar buiten een verschrikkelijk spektakel, hij
    schreeuwt en slaat met de vuisten op de deur en dat stoort
    mijn voordracht nog meer dan zijn ongepast optreden van
    vroeger. In deze omstandigheden zouden wij het met vreugde
    moeten begroeten, als b. v. onze geachte president Dr. STANLEY
    HALL de rol van bemiddelaar en vredestichter op zich wilde
    nemen. Hij zou dan met den ongemanierden vriend daar buiten
    spreken en daarna zich tot ons wenden met het voorstel hem
    weder binnen te laten, daar hij er voor instond, dat deze zich
    nu beter zou gedragen. Op autoriteit van Dr. HALL gaan wij
    er toe over, de verdringing op te heffen en nu worden rust en
    vrede hersteld. Dit is waarlijk geen onjuiste voorstelling van
    de taak, die de geneesheer bij de psychoanalytische behande-
    ling der neurosen te vervullen heeft.
     

    Ik wil het nog eens directer zeggen: door het onderzoek
    der hysterische patiënten en andere neuroselijders komen wij
    tot de overtuiging, dat de verdringing van de idee, waar
    de onduldbare wensch aan gekoppeld is, hun mislukte. Zij
    hebben die weliswaar uit hun bewustzijn en uit hunne her-
    innering verbannen en zich daardoor schijnbaar eene groote
    massa onlust bespaard, maar in het onbewuste blijft
    de verdrongen wensch bestaan, loert op iedere ge-
    legenheid om weer geactiveerd te worden en slaagt ten slotte
    er in, een vermomd en onkenbaar gemaakt substitutiepro-
    duct, een soort surrogaat, ter vervanging van het verdron-
    gene in het bewustzijn te brengen; en spoedig gaan zich daar-
    aan dezelfde gevoelens van onlust koppelen, waaraan men door
    de verdringing meende te zijn ontkomen.
     

    het sym-
     

    Op dit surrogaat voor de verdrongen gedachte
     

    3
     

  • S.

    IL Symptoomvorming en mislukte verdringing.
     

    26
     

    hebben verdere pogingen van het zich verwerende
    Ik, om zich er van te ontdoen, geen vat en in plaats van
    het korte conflict is een in afzienbare tijden niet eindigend
    lijden gekomen. Aan het symptoom is naast de teekenen van
    onkenbaarmaking, ook te constateeren het restant van de eene
    of andere, zij het ook verwijderde overeenkomst met de oor-
    spronkelijk verdrongen gedachte. De wegen langs welke deze
    surrogaatvorming plaats had, komen gedurende de psycho-
    analytische behandeling van den zieke aan 't licht en voor de
    genezing is het noodig, dat het symptoom langs deze zelfde
    wegen weder in de verdrongen voorstelling worde omgezet.
    Wanneer het verdrongene weder in de rij der bewuste geestes-
    processen is toegelaten, hetgeen het overwinnen van belang-
    rijke weerstanden veronderstelt dan kan het aldus ontstane
     

    ptoom
     

    psychische conflict, hetzelfde dat de zieke uit den weg wilde
    blijven, onder de leiding van den geneesheer op eene betere
    wijze worden opgelost, dan door de verdringing mogelijk was.
    Er zijn verschillende dergelijke doelmatige oplossingen, die
    aan conflict en neurose een goed einde maken en in bepaalde
    gevallen ook in combinatie met elkander het doel doen berei-
    ken. Zoo kan de persoonlijkheid van den zieke tot de over-
    tuiging gebracht worden, dat de pathogene wensch ten onrechte
    werd afgeweerd en daarin aanleiding vinden, dien wensch ge-
    heel of gedeeltelijk te aanvaarden, of wel deze wensch zelve
    wordt op een hooger en daarom in geen enkel opzicht laak-
    baar streven overgebracht, zooals we het noemen gesubli-
    meerd, of eindelijk, inziende dat de wensch terecht verworpen
    werd, vervangt men het automatische en daarom onvoldoende
    mechanisme der verdringing, door eene veroordeeling met be-
    hulp van het hoogste, dat de menschelijke geest kan volbren-
    gen: men slaagt er in bewust zich te beheerschen.
     

    lossing
     

    Vergeeft mij, wanneer het mij niet gelukte, U de hoofd-
     

  • S.

    Doel der psychoanalyse.
     

    27
     

    punten van de nu psychoanalyse genoemde behandelings-
    methode duidelijker begrijpelijk te maken. De moeilijkheden
    schuilen niet alleen in de nieuwheid van het onderwerp. Wat
    nu de aard van de onduldbare wenschen is, die ondanks de
    verdringing, toch uit het onbewuste zich weten te doen gelden,
    en welke subjectieve of constitutioneele voorwaarden bij een
    bepaalden persoon vervuld moeten zijn, wil een dergelijk mis-
    lukken der verdringing aanleiding geven tot het ontstaan van
    een surrogaat of een symptoom, daarover zal ik een volgende
    maal 't een en ander mededeelen.