Over psychoanalyse1910-001/1912.nl
  • S.

    V.
     

    Dames en Heeren! Met de ontdekking der infantiele sexua-
    liteit en het terugbrengen der neurotische symptomen tot com-
    ponenten der erotische driften, zijn wij gekomen tot eenige
    gansch niet verwachte formuleeringen van het wezen en de
    strekking der neurotische ziekten. Wij zien dat de menschen
    ziek worden, wanneer tengevolge van uitwendige hindernissen
    of van onvoldoende inwendige aanpassing, de bevrediging van
    hun erotische behoeften in de realiteit hun is ontzegd. Wij
    zien, dat ze dan vluchten in de ziekte, om met behulp
    daarvan een surrogaat voor de hun ontzegde bevrediging te
    vinden. Wij zien in, dat de ziekelijke symptomen een stuk van
    de geslachtsdriftsuiting of wel het geheele sexueele leven van
    den patiënt bevatten en we vinden in het zich afkeeren van
    de realiteit de hoofdstrekking, maar ook het hoofdnadeel van
    het ziek zijn. Wij voelen vaag, dat de weerstand van onze
    zieken tegen hun herstel niet enkelvoudig is, doch uit verschil-
    lende motieven is samengesteld. Niet alleen het Ik van den
    zieke verzet zich er tegen de verdringingen te laten varen,
    waardoor het zich uit den oorspronkelijken aanleg tot den hui-
    digen toestand heeft opgewerkt, maar ook de verschillende
    componenten van de geslachtsdrift willen geen afstand doen
    van hunne surrogaatbevrediging, zoolang het onzeker is of de
    werkelijkheid hun iets beters zal bieden. De vlucht uit de
    onbevredigende werkelijkheid is datgene, wat wij wegens de
     

  • S.

    Regressie en phantasie.
     

    57
     

    er mede samengaande biologische nadeelen, ziekte noemen,
    ofschoon aan den anderen kant het nooit in gebreke blijft, voor
    den zieke de bevrediging van een of andere lust met zich te
    brengen die vlucht geschiedt langs den weg van de regres-
    sie, van de terugkeer tot vroegere phasen van het sexueele
    leven, gedurende welke indertijd wel bevrediging gevonden werd.
    Deze regressie is blijkbaar eene dubbele: eene chronolo-
    gische, in zooverre de libido, de erotische behoefte, zich weder
    vast hecht aan chronologisch vroegere ontwikkelingsstadiën, en
    eene formeele, daar tot uiting van deze behoefte de oor-
    spronkelijke en primitieve uitingswijzen der psyche worden aan-
    gewend. Beide soorten der regressie richten zich intusschen op
    de kindsheid en werken samen om een infantielen toestand van
    het sexueele leven te doen ontstaan.
     

    Hoe dieper gij in de pathogenese der zenuwstoornissen door-
    dringt, des te duidelijker zal zich voor U de samenhang ont-
    hullen der neurosen met andere en daaronder ook de hoogste
    en verhevenste producten van het menschelijke zieleleven. Gij
    zult gaan inzien, dat wij menschen met de hooge eischen onzer
    beschaving en onder den druk van onze innerlijke verdringin-
    gen, over het algemeen ontevreden zijn met de werkelijkheid
    en daarom er een phantasieleven op na houden, waarin wij, o
    zoo gaarne, door de productic van wenschvervullingen ons
    schadeloos stellen voor wat de realiteit ons doet ontberen.
    Deze phantasien bevatten zeer veel van het eigenlijke constitu-
    tioneele wezen der persoonlijkheid en ook van hare door ver-
    dringing uit de werkelijkheid verbannen opwellingen. De ener-
    gieke mensch, die in het leven slaagt is degeen, aan wien het
    gelukt door arbeid zijne wenschphantasien tot werkelijkheid te
    maken. Waar dit niet gelukt door de weerstanden der buiten-
    wereld en de zwakte van het individu, daar treedt een zich af-
    keeren van de realiteit op, het individu trekt zich terug in zijne
     

    5
     

  • S.

    V. Neurose en kunst.
     

    58
     

    phantasiewereld, waarin het meer bevrediging vindt, en welks
    inhoud het bij het optreden van ziekte in symptomen omzet.
    Onder bepaalde gunstige voorwaarden blijft het hem nog
    mogelijk, van deze phantasien uit, een anderen weg tot de
    realiteit te vinden, in plaats van zich door regressie in 't infan-
    tiele voor goed van de werkelijkheid te vervreemden. Wanneer
    de met de realiteit op vijandelijken voet staande persoon zich
    verheugen mag in 't bezit van het ons psychologisch nog
    raadselachtige kunstenaarstalent, dan kan hij zijne phantasien in
    plaats van in symptomen in artisticke scheppingen omzetten,
    op deze wijze aan de neurose ontsnappen en langs dezen om-
    weg het verband met de realiteit weder herstellen. 1) Waar het
    individu zich tegen de werkelijkheid in opstand bevindt en deze
    kostbare aanleg ontbreekt, of in onvoldoende mate aanwezig
    is, daar wordt 't wel onvermijdelijk, dat de libido, langs den
    weg der regressie de oorspronkelijke phantasie weder bereikt,
    aan de infantiele wenschen nieuw leven inblaast, en zoodoende
    de neurose doet ontstaan.
     

    De neurose neemt heden ten dage de plaats in van het
    klooster, waarin zich al die personen pleegden terug te trekken,
    die door het leven ontgoocheld waren, of die zich voor het
    leven te zwak gevoelden.
     

    Laat mij te dezer plaatse het hoofdresultaat vermelden, waar-
    toe wij door het psychoanalytisch onderzoek der nerveusen ge-
    raakt zijn de neurosen hebben niet een hen karakteriscerenden
    psychischen inhoud, die niet ook bij een gezond mensch zoude
    kunnen worden aangetroffen; C. G. JUNG drukt dit aldus uit,
    dat de complexen, waardoor de zenuwlijders ziek worden,
    dezelfde zijn waarmede ook wij gezonden te strijden hebben.
    Het hangt af van de quantitatieve verhoudingen der onderling
     

    1) O. RANK, Der Künstler, H. Heller, Wien 1907.
     

  • S.

    De overdraging.
     

    59
     

    met elkander worstelende krachten, of het resultaat van den
    strijd zal zijn gezondheid of neurose, dan wel eene compen-
    seerende overprestatie.
     

    Dames en Heeren! De belangrijkste ervaring, die onze opvat-
    ting betreffende sexueele driften als drijfkracht voor het ont-
    staan der neurose bevestigt, moet ik U nog mededeelen. Telken-
    male, wanneer wij een zenuwpatient psychoanalytisch behandelen,
    treedt bij hem het bevreemdende verschijnsel op van de zoo-
    genaamde overdraging, d. w. z. hij richt op den arts een
    overmaat van teedere, dikwijls genoeg met vijandigheid ver-
    mengde opwellingen, die niet door de verhouding tot hem,
    zooals die in werkelijkheid bestaat, gemotiveerd zijn; volgens alle
    bijzonderheden van hun optreden moeten zij worden afgeleid van
    de oude, onbewust geworden phantasiewenschen van den zicke.
    Juist dat stuk van zijn gevoelsleven, dat hij zich niet meer in
    de herinnering kan terugroepen, doorleeft de zieke aldus opnieuw
    in zijne verhouding tot den arts en eerst door zulk een in de
    ,,overdraging" opnieuw weder beleven, wordt hij overtuigd, zoowel
    van het bestaan, als van de macht van deze onbewuste sexueele
    opwellingen. De symptomen, die, om eene vergelijking uit de
    chemie te gebruiken, als 't ware de neerslagen zijn van de
    ondervindingen uit het vroegere liefdeleven (in den meest uit-
    gebreiden zin), kunnen ook slechts in de verhoogde temperatuur
    van de gedurende de overdraging doorleefde gevoelens tot oplos-
    sing gebracht en in andere psychische producten omgezet worden.
    De arts speelt bij deze reactie volgens eene voortreffelijke ver-
    gelijking van S. FERENCZI 1), de rol van een katalytisch
    ferment, dat de bij het proces vrij komende affecten tijde-
    lijk aan zich bindt. De studie van de overdraging kan U ook
     

    1) S. FERENCZI, Introjection und Uebertragung. Jahrb. f. psycho-anal. und psy-
    chopath. Forschungen, I, 2. 1909.
     

  • S.

    V. De overdraging.
     

    60
     

    den sleutel geven tot het begrijpen van de hypnotische sug-
    gestic, waarvan wij ons in den aanvang bediend hebben als
    technisch hulpmiddel tot onderzoek van het onbewuste bij onze
    zieken. De hypnose bleek toen voor de therapie een hulpmiddel,
    voor het verkrijgen van wetenschappelijk inzicht in den stand
    van zaken daarentegen een beletsel te zijn, daar zij de psychische
    weerstanden uit een bepaald gebied als 't ware wegveegde, waar-
    door deze aan de grenzen daarvan evenwel zich tot een onover-
    komelijke muur opstapelden. Overigens moet ge niet meenen
    dat het phaenomeen der overdraging, dat ik tot mijn leedwezen
    hier veel te kort moet behandelen, aan den invloed der psycho-
    analytische behandeling zijn ontstaan te danken heeft. De over-
    draging treedt in alle verhoudingen tusschen menschen onder-
    ling en zoo ook bij den omgang tusschen den zieke en den
    arts, spontaan op: zij is overal de eigenlijke draagster van
    den therapeutischen invloed en zij werkt des te sterker, naar-
    mate men minder op haar voorhanden zijn verdacht is. De
    psychoanalyse schept dus niet de overdraging, doch onthult
    alleen maar haar bestaan aan het bewustzijn en maakt zich er
    meester van, om de psychische processen in de gewenschte
    richting te sturen. Ik kan evenwel het thema der overdraging
    niet verlaten, zonder er den nadruk op te leggen, dat dit ver-
    schijnsel niet alleen voor het overtuigen van den zieke, maar
    ook voor het overtuigen van den geneesheer van beslissende
    beteekenis is. Ik weet, dat al mijne aanhangers pas door hunne
    ervaringen met de overdraging, van de juistheid van mijnc be-
    weringen over de pathogenese der neurosen overtuigd zijn ge-
    worden en ik kan zeer goed begrijpen, dat men zulk een
    vaste overtuiging niet verkrijgen kan, zoolang men niet zelf
    psychoanalyses gemaakt heeft en dus niet zelf de uitwerkingen
    der overdraging waarneemt.
     

    Dames en Heeren! Naar mijne meening zijn er van den
     

  • S.

    De angst voor de bevrijding van het verdrongene. 61
     

    kant van het intellect vooral twee bezwaren tegen het aan-
    vaarden van de psychoanalytische denkwijze: ten eerste, de
    ongewoonte rekening te houden met de strenge en zonder uit-
    zondering geldende determineering in het zieleleven; en ten
    tweede, de onbekendheid met de eigenaardigheden, waardoor
    onbewuste psychische processen zich onderscheiden van de be-
    wuste, waarmede wij allen vertrouwd zijn. Een van de meest
    verbreide weerstanden tegen de psychoanalytische werkwijze
    zoowel bij zieken als bij gezonden berust op het laatst
    genoemde moment. Men is bevreesd door de psychoanalyse
    schade te berokkenen, men heeft angst de verdrongen sexueele
    driften in het bewustzijn van den zieke te brengen, alsof daar-
    aan het gevaar verbonden ware, dat zij dan het hoogere ethi-
    sche streven bij hem zouden overweldigen en hem van zijne
    met zooveel moeite verworven beschavingsattributen zouden
    kunnen berooven. Men wordt wel gewaar, dat de zieke wonde
    plekken in zijn zieleleven heeft, maar men huivert er voor,
    deze aan te raken, uit vrees zijn lijden nog te vermeerderen.
    Laten wij deze analogic verder uitwerken. Het is natuurlijk
    beter een zieke plek niet aan te raken, wanneer men daarmede
    slechts pijn kan doen. Maar zooals bekend, laat de chirurg
    zich niet terughouden van onderzoek en manipulaties aan een
    ziek lichaamsdeel, wanneer hij van plan is eene ingrijpende
    behandeling in te stellen, waarvan blijvende genezing wordt
    verwacht. Niemand denkt er meet aan hem de onvermijde-
    lijke bezwaren van het onderzoek, of de reactieverschijnselen
    ten gevolge van de operatie te verwijten, wanneer slechts het
    doel bereikt wordt en de zieke, zij het met tijdelijke vererge-
    ring van zijn toestand, eene blijvende verbetering daarvan
    verkrijgt.
     

    De psychoanalyse nu verkeert in cen dergelijk geval; zij
    mag dezelfde aanspraken doen gelden als de chirurgie; de toe-
     

  • S.

    V. Eindresultaten
     

    62
     

    neming der bezwaren, die de zicke gedurende de behandeling
    ondervindt, is bij goede technick veel geringer dan hetgeen de
    chirurg hem oplegt, en kan bovendien tegenover den drukken-
    den last van het oorspronkelijk lijden zeer zeker verwaarloosd
    worden. De vrees echter, dat het eindresultaat eene vernietiging
    van het onder den invloed der beschaving ontstane karakter
    door de uit de verdringing verloste driften zou zijn, is geheel
    ongegrond; deze angst houdt geen rekening met wat onze waar-
    nemingen ons met zekerheid geleerd hebben, n.1. dat de macht
    op ziel en lichaam uitgeoefend door eene wenschopwelling, waar-
    van de verdringing nu eenmaal mislukte, oneindig sterker is,
    wanneer deze onbewust, dan wanneer zij bewust is, zoodat door
    het bewustmaken deze macht alleen maar verzwakt kan wor-
    den. De onbewuste wensch staat niet onder onzen invloed en
    geen enkel streven in tegengestelde richting heeft er vat op,
    terwijl de bewuste wensch beteugeld wordt door al wat in
    het bewustzijn hem weerstreeft. De psychoanalyse kan dus
    als eene werkwijze van hoogere orde de plaats van de falende
    verdringing innemen en juist rechtstreeks in dienst zich stellen
    van de hoogste en schoonste doeleinden, die de beschaving
    nastreeft.
     

    Wat is nu het lot van de door de psychoanalyse vrijgemaakte
    onbewuste wenschen en langs welke wegen weten wij ze voor
    het leven van het individu onschadelijk te maken? Er zijn
    verschillende wegen. Meestal is het resultaat, dat die wenschen
    reeds gedurende de behandeling, door de correcte psychische
    werkzaamheid der hun tegenovergestelde betere opwellingen
    worden opgeheven. De verdringing wordt vervangen door
    eene op de beste gronden berustende veroordeeling. Dit
    is mogelijk, daar wij voor het grootste deel slechts de gevolg-
    toestanden van vroegere ontwikkelingsstadien van het
    Ik hebben op te ruimen. Het individu bracht destijds den
     

  • S.

    63
     

    van den psychoanalytischen arbeid.
     

    onbruikbaren drift alleen daarom in verdringing, omdat het toen
    zelf nog onvolkomen georganiseerd en zwak was; in zijn huidige
    rijpheid en kracht is het wellicht in staat, om den inwendigen
    vijand volkomen te beheerschen. Een tweede resultaat van den
    psychoanalytischen arbeid is dit, dat de te voorschijn ge-
    brachte, onbewuste driften gebruikt kunnen worden voor de
    nuttige doeleinden, in wier dienst zij bij ongestoorde ontwik-
    keling reeds vroeger hadden moeten treden, want 't ideaal voor
    de ontwikkeling is volstrekt niet 't uitroeien van de infan-
    tiele wenschen. Door zijne verdringingen toch, moet de neu-
    roselijder vele bronnen van psychische energie missen, waar-
    uit hem voor zijn karaktervorming en voor zijne productiviteit
    in 't leven, zeer veel kostbare kracht had kunnen tocvloeien.
    Wij kennen n.1. een ontwikkelingsgang, die veel doelmatiger
    is, de zoogenaamde sublimeering, waardoor de energie,
    die van de infantiele wenschen uitgaat, niet wordt opgesloten
    maar waarbij er partij van wordt getrokken, daar voor de
    verschillende neigingen, in plaats van het onbruikbare doel
    dat ze najagen, een hooger, eventueel niet meer sexueel doel-
    einde wordt gevonden. En juist de componenten van de ge-
    slachtsdrift zijn gekenmerkt door zulk eene bijzondere geschikt-
    heid tot sublimeering, tot vervanging van hun sexucel doeleinde,
    door cen ander meer verwijderd en voor de gemeenschap
    nuttiger streven. Aan de op deze wijze voor onze psychische
    prestaties verkregen bijdragen aan energie, hebben wij waar-
    schijnlijk de hoogste aanwinsten voor de beschaving te danken.
    Een vroegtijdig plaats gehad hebbende verdringing sluit de
    sublimeering van de verdrongen drift uit: na opheffing der ver-
    dringing is de weg tot de sublimcering weer vrij.
     

    Wij mogen niet nalaten ook de derde mogelijkheid onder
    het oog te zien, welke als resultaat kan optreden van den
    psychoanalytischen arbeid. Een zeker gedeelte van de ver-
     

  • S.

    V. De nadeelen van overmatige
     

    64
     

    drongen libidineuse opwellingen heeft recht op directe bevre-
    diging en behoort die in 't leven te vinden. De eischen der
    beschaving maken voor de meeste menschen het leven te zwaar
    en bevorderen daardoor het zich afkeeren van de werkelijkheid
    en het ontstaan der neurosen, zonder door deze overmatige
    verdringing der sexualiteit eene daarmede evenredige winst voor
    de beschaving te verkrijgen. Wij moeten ons niet op zoo'n
    hoog voetstuk plaatsen, dat wij het oorspronkelijk animale van
    onze natuur geheel verwaarloozen en mogen ook niet ver-
    geten, dat de bevrediging van de individueele behoefte aan
    geluk toch nooit van de lijst der doeleinden onzer beschaving
    kan worden geschrapt. De plasticiteit der componenten van
    onze sexualiteit, die blijkt uit hunne geschiktheid tot subli-
    meering, brengt ons zeer zeker in groote verzocking om door
    steeds verder ze te sublimeeren, het peil der beschaving ook
    voortdurend te verhoogen. Maar evenmin als wij er op rekenen
    bij onze machines, meer dan een zekere fractie der toegevoerde
    warmte in nuttigen mechanischen arbeid om te zetten, even-
    min moeten wij er naar streven, de energie der geslachtsdrift
    in haar vollen omvang aan hare oorspronkelijke doeleinden te
    onttrekken. Dit kan niet gelukken en wanneer de beperking
    van de sexualiteit te ver zou worden gedreven, dan moet dat
    alle nadeelen van eenen roofbouw met zich brengen.
     

    Ik weet niet, of niet gij Uwerzijds deze waarschuwing, waar-
    mee ik eindig, aanmatigend zult vinden. Ik waag het daarom
    slechts op indirecte wijze U mijne overtuiging kenbaar te
    maken, door U een oud sprookje te vertellen, waaruit gij zelve
    maar de moraal moet trekken. De Duitsche literatuur kent het
    stadje Schilda, van welks inwoners alle mogelijke slimme
    streken worden verteld. De Schildburgers, luidt het verhaal,
    bezaten ook een paard, waarover zij, wat werkkracht betreft,
    zeer tevreden waren. en waarop zij slechts één aanmerking
     

  • S.

    verdringing der sexualiteit.
     

    65
     

    hadden, n.l. dat het zooveel dure haver verslond. Zij besloten
    het dier deze hebbelijkheid langzaam en voorzichtig af te leeren
    door het rantsoen elken dag met eenige halmen te verminderen,
    tot zij het eindelijk aan algeheele onthouding gewend zouden
    hebben. Het ging eenigen tijd voortreffelijk, het paard ge-
    bruikte nog slechts één halm per dag, en den volgenden dag
    zou het eindelijk havervrij werken. Juist dien morgen vonden
    zij het nukkige dier dood in den stal, en de Schildburgers kon-
    den maar niet begrijpen, waaraan het gestorven was.
     

    Wij zouden geneigd zijn te gelooven, dat het paard verhon-
    gerd was, en dat zonder een zeker rantsoen haver, in 't geheel
    geen arbeid van een dier kan worden verwacht.
     

    Ik dank U voor de uitnoodiging hier te komen spreken en
    voor de aandacht die gij mij hebt willen schenken.