• S.

    I. INLEIDING

    De tegenstelling tusschen Individueele en Sociale
    of Massa-psychologie (psychologie der menigte),
    die op het eerste gezicht van groote beteekenis
    lijkt, verliest bij dieper gaande beschouwing veel
    van haar scherpte. De individueele psychologie
    richt zich weliswaar op den afzonderlijken mensch
    en gaat na langs welke wegen deze naar bevrediging
    zijner driften streeft, maar zij komt daarbij toch
    maar zelden, slechts in bepaalde uitzonderings-
    gevallen, in de gelegenheid, te kunnen afzien van
    de verhoudingen van den individu tot andere
    individuen. In het zieleleven van den enkeling
    speelt telkens weer „de andere” een rol als voor-
    beeld, als objekt, als helper of als tegenstander en
    daarom is de individueele psychologie van meet
    af aan tevens sociale psychologie in dezen ruimeren,
    maar volkomen gerechtvaardigden zin.

    De verhouding van den enkeling tot zijn ouders,
    zijn broers en zusters, het voorwerp zijner liefde
    en zijn arts, al die verhoudingen dus die thans bij
    voorkeur onderwerp van het psychoanalytisch
    onderzoek geworden zijn, kunnen aanspraak maken
    op erkenning als sociale verschijnselen en plaatsen
    zich dan tegenover bepaalde andere, door ons
    narcistisch1) genoemde processen, waarbij de
    bevrediging der drift zich aan den invloed van
    andere personen onttrekt of van dien invloed afziet.
    De tegenstelling tusschen sociale en narcistische –
    Bleuler zou misschien zeggen: autistische2) –
    zielsprocessen, valt dus zonder twijfel binnen het

    1) Narcistisch: als de mythische Narcissus in zelfbe-
    schouwing verzonken.

    2) Autistisch: op zichzelf gericht.

  • S.

    6

    bereik der individueele psychologie en geeft geen
    aanleiding deze van een sociale of massa-psychologie
    af te scheiden.
     

    In de bovengenoemde verhoudingen tot ouders,
    broers en zusters, geliefde, vriend en arts, onder-
    vindt de enkeling steeds slechts den invloed van
    één enkele of van een zeer gering aantal personen,
    die elk voor zich een groote beteekenis voor hem
    hebben verkregen. Men heeft zich nu aangewend
    om, wanneer men spreekt van een psychologie
    der menigte, van deze verhoudingen af te zien en
    een gelijktijdige beïnvloeding van den enkeling
    door een groot aantal personen, waarmede hij door
    het een of ander verbonden is, ofschoon zij hem
    overigens in vele opzichten vreemd kunnen zijn, als
    afzonderlijk voorwerp van onderzoek te beschouwen.
     

    De psychologie der menigte behandelt dus den af-
    zonderlijken mensch als lid van een stam, een volk,
    een kaste, een stand, een instelling, of als onderdeel
    van een groep menschen die zich op zeker oogenblik
    voor een bepaald doel organiseert. Na deze verbreking
    van den natuurlijken samenhang lag het voor de
    hand, de verschijnselen die zich onder deze bij-
    zondere voorwaarden vertoonen, te beschouwen als
    uitingen van een bijzondere, niet verder afleidbare
    „sociale” drift – (kudde-instinkt, group mind) –
    die in andere situaties niet tot uitdrukking zou komen.
     

    Wij mogen hier echter de tegenwerping maken,
    dat het ons moeilijk valt aan het aantal een zóó
    groote beteekenis toe te schrijven dat dit alleen
    reeds bij machte zou zijn, in het menschelijk
    zieleleven een nieuwe en in andere omstandigheden
    niet werkzame drift op te wekken. Onze verwachting
    wordt hierdoor op twee andere mogelijkheden
    gericht: dat n.l. de sociale drift misschien niet
    oorspronkelijk en ondeelbaar is en dat het begin
    van haar vorming in een nauweren kring, zooals
     

  • S.

    7

    b.v. in den kring van het gezin, zou kunnen worden
    gevonden.

    De massa-psychologie omvat, hoewel zij zich
    nog in haar beginstadium bevindt, een nog onover-
    zienbaar aantal van afzonderlijke problemen en
    plaatst den onderzoeker voor ongetelde, op het
    oogenblik nog niet eens behoorlijk gescheiden
    taken. Alleen reeds de groepeering der verschil-
    lende soorten van massa-vorming en de beschrijving
    der psychische verschijnselen waarin zij zich uiten,
    eischen omvangrijke waarneming en uiteenzetting
    en hebben reeds een rijke litteratuur doen ontstaan.
    Wie dit kleine boekje vergelijkt bij den omvang
    der massa-psychologie, zal reeds dadelijk ver-
    moeden dat hier slechts enkele punten der geheele
    stof worden behandeld. Het zijn dan ook inderdaad
    slechts enkele problemen op dit gebied, waarin
    het diepte-onderzoek der psychoanalyse in het
    bijzonder belang stelt.