S.
II. LE BON’S BESCHRIJVING VAN DE
ZIEL DER MASSADoelmatiger dan een definitie voorop te stellen,
lijkt het te beginnen met het geheele gebied der
verschijnselen aan te wijzen en daaruit dan enkele
bijzonder opvallende en kenmerkende feiten uit
te kiezen waarbij het onderzoek kan aanknoopen.
Wij bereiken beide door middel van een uittreksel
uit het terecht beroemd geworden boek van Le Bon:
La psychologie des Foules.Stellen wij ons de zaak nog eens duidelijk voor:
Wanneer de psychologie die den aanleg, de driften,
motieven, bedoelingen van den individueelen
mensch naspeurt tot aan zijn daden en met betrek-
king tot zijn naasten, haar taak vervuld en al deze
verhoudingen doorzichtig gemaakt heeft, dan zou
zij plotseling voor een nieuw probleem staan dat
onopgelost voor haar oprees. Zij zou het verras-
sende feit moeten verklaren dat deze,haar begrijpe-
lijk geworden individu, onder een bepaalde voor-
waarde geheel anders voelt, denkt en handelt als
van hem te verwachten viel, en deze voorwaarde
is zijn opneming in een menschenmenigte, die de
eigenschap van een „psychologische massa” heeft
verkregen. Wat is nu een „massa”, waardoor ver-
krijgt zij het vermogen om het zieleleven van den
enkeling zoo ingrijpend te beïnvloeden en waarin
bestaat de psychische verandering waartoe zij
den enkeling dwingt?Deze drie vragen te beantwoorden is de taak
van een theoretische massa-psychologie. Men vat
haar blijkbaar het best aan, wanneer men van de
derde vraag uitgaat. Het is de waarneming der
veranderde reaktie van den enkeling, die de stof
voor de psychologie der menigte levert; aan elkeS.
9
poging tot verklaren behoort de omschrijving van
het te verklaren feit vooraf te gaan.Ik geef nu het woord aan Le Bon. Hij zegt dan:
„Het meest treffende feit bij een psychologische
massa is dit: hoedanig ook de haar vormende
individuen mogen zijn, hoe gelijk of ongelijk hun
levenswijze, bezigheid, karakter of verstand ook
zijn, alleen reeds door het feit van hun vorming
tot massa bezitten zij een soort van collectieve
ziel, door middel van welke zij op geheel andere
wijze voelen, denken en handelen, als elk voor zich
voelen, denken en handelen zou. Er zijn ideeën
en gevoelens, die slechts bij tot een massa verbonden
individuen optreden of zich in handelingen omzet-
ten. De psychologische massa is een tijdelijk
nieuw wezen, bestaande uit heterogene elementen
die zich tijdelijk met elkaar hebben verbonden,
precies op dezelfde wijze als de cellen van het
levend organisme door hun vereeniging een nieuw
wezen vormen met geheel andere eigenschappen
als die der cellen afzonderlijk”1) (pg. 14).Waar wij ons veroorloven de uiteenzetting van
Le Bon door ons commentaar te onderbreken,
maken wij hier de volgende opmerking: Wanneer
de individuen eener massa tot een eenheid ver-
bonden zijn, moet er toch zeker iets bestaan dat
ze met elkaar verbindt, en juist dit bindmiddel
zou datgene kunnen zijn wat de massa als zoodanig
kenmerkt. Le Bon echter geeft op deze vraag geen
antwoord, hij bepaalt zich tot de verandering in den
individu die zich in een massa bevindt (massa-
individu) en beschrijft deze in termen die geheel
in overeenstemming zijn met de fundamenteele
veronderstellingen van onze dieptepsychologie.„Het is gemakkelijk de mate van verschil tus-
1) Ik geef Freud’s aanhalingen van Le Bon naar de
Fransche, 25ste editie, 1921 (de vertaler).S.
10
schen tot een massa behoorende en geïsoleerde
individuen vast te stellen, maar minder gemakke-
lijk is het de oorzaken van dit verschil te ontdekken.Om deze oorzaken althans eenigermate te vinden,
moet men zich allereerst het door de moderne
psychologie vastgestelde feit herinneren, dat niet
alleen in het organische leven, maar ook in de
intellektueele funkties onbewuste processen een
overwegende rol spelen. Het bewuste geestesleven
vormt, vergeleken bij het onbewuste, slechts een
zeer klein deel van het geheele leven der ziel.
De fijnste analyse, de scherpste waarneming ont-
dekken slechts een gering deel der onbewuste
motieven die de ziel richten. Onze bewuste hande-
lingen vinden hun oorsprong in een, voornamelijk
door overerving geschapen, onbewust substraat.
Dit substraat bevat de tallooze herinneringen aan
voorgeslachten waaruit de ziel van het ras is opge-
bouwd. Achter de erkende motieven van onze
handelingen staan de geheime beweegredenen die
wij niet kennen. Het meerendeel onzer dagelijksche
handelingen zijn slechts uitwerkingen van ver-
borgen, ons ontoegankelijke motieven” (pg 15-16).In de massa vervagen, volgens Le Bon, de indivi-
dueele verworven eigenschappen van de enkelingen,
waarmede tevens hun eigenaardigheid (hun per-
soonlijkheid) verdwijnt. De onbewuste ras-eigen-
schappen treden naar voren, het heterogene ver-
zinkt in het homogene. Men zou kunnen zeggen
dat de psychische bovenbouw, die zich bij de
enkelingen zoo verschillend heeft ontwikkeld,
wordt afgebroken en het bij allen gelijkvormige
onbewuste fundament wordt bloot gelegd.Op deze wijze zou een doorsneekarakter der
massaindividuen tot stand komen. Le Bon echter
vindt dat zij ook nieuwe eigenschappen vertoonen,
die zij voordien niet bezaten, en zoekt de redenS.
II
daarvoor in drie verschillende omstandigheden.
„De eerste dezer oorzaken bestaat daarin, dat
de massa-individu reeds door het feit van het
aantal zelf een gevoel van onoverwinnelijke macht
krijgt, dat hem veroorlooft driften bot te vieren die hij,
alleen gebleven, noodzakelijk zou hebben beteugeld.
Dit zal des te meer gelden, waar bij de anonymiteit
en bijgevolg onverantwoordelijkheid der massa,
het verantwoordelijkheidsgevoel, dat de individuen
steeds weerhoudt, geheel en al verdwijnt” (pg. 17).
Op ons standpunt1) behoefden wij niet zooveel
waarde aan het opduiken van nieuwe eigenschappen
te hechten. Wij konden volstaan met te zeggen dat
de individu in een menigte onder omstandigheden
komt, die het hem veroorloven de verdringing van
zijn onbewuste driften af te werpen. De schijnbaar
nieuwe eigenschappen die hij dan vertoont zijn
immers juist de uitingen van dit Onbewuste, dat
al het kwaad der menschenziel in kiem omsluit;
het verdwijnen van het geweten of van het verant-
woordelijkheidsgevoel onder deze omstandigheden
valt ons niet moeilijk te begrijpen. Wij hadden
reeds lang geleden verkondigd dat de kern van het
zoogenaamde geweten is de „sociale angst”.
1) Voor hen wien de moderne psychoanalyse geheel vreemd
is, zij hier opgemerkt dat volgens Prof. Freud ons zieleleven
uit een bewust en een (veel omvangrijker) onbewust of on-
derbewust gedeelte bestaat. Vele ervaringen uit ons bewuste
leven verhuizen allengs naar dit onbewuste gebied waaruit
zij later weer kunnen opduiken. Ook worden tal van zielsin-
houden die ons om een of andere reden niet aanstaan, naar
het onbewuste gebied verbannen. Freud noemt dit „verdrin-
ging”. De verdrongen gedachten en gevoelens blijven echter
zonder dat wij het weten in onze ziel werkzaam; zij vormen
daar z.g. „complexen” die onder bepaalde omstandigheden
allerlei afwijkingen of zielsziekten kunnen veroorzaken. De
Psychoanalyse stelt zich in hoofdzaak tot taak deze verdron-
gen driften weder op te diepen om aldus tot een juist begrip
der oorzaken van een of ander psychisch verschijnsel te
geraken. (De vertaler).
S.
12
Een zeker verschil tusschen de opvatting van Le Bon
en de onze berust daarop, dat zijn begrip van het Onbewuste
niet geheel samenvalt met het door de Psychoanalyse
gehuldigde. Het Onbewuste van Le Bon bevat bovenal
de diepste kenmerken der ras-ziel, die voor de Psychoanalyse
eigenlijk buiten beschouwing blijven. Wij ontkennen wel-
iswaar niet dat de kern van het Ik, waartoe de „archaïsche
erfenis” der menschenziel behoort, onbewust is, maar wij
onderscheiden bovendien het „onbewuste verdrongene”,
dat uit een gedeelte van deze erfenis is ontsproten. Het
begrip van het verdrongene ontbreekt bij Le Bon.„Een tweede oorzaak, de geestelijke infectie
(contagion mentale), draagt er eveneens toe bij in
de massa de uiting van bepaalde kenteekenen en
tevens hun richting tot stand te brengen. Deze
infectie is een gemakkelijk vast te stellen maar
nog niet verklaard verschijnsel dat men moet
rangschikken onder de verderop door ons te
behandelen verschijnselen van hypnotischen aard.
In de menigte is elk gevoel, elke handeling aan-
stekelijk, en wel in zoo hoogen graad, dat de individu
zeer gemakkelijk zijn persoonlijk belang aan het
algemeene belang opoffert. Dit is een eigenschap
die in volstrekte tegenspraak is met zijn natuur
en die den mensch uitsluitend als bestanddeel
eener massa toekomt” (pg. 17-18).Deze laatste zinsnede zal ons straks tot een belangrijke
hypothese leiden.„Een derde, en dat wel de belangrijkste oorzaak,
brengt bij de tot een massa vereenigde individuen
bijzondere eigenschappen teweeg, die geheel tegen-
gesteld zijn aan die van den geïsoleerden individu.
Ik bedoel hier de suggestibiliteit, waarvan de
reeds genoemde infectie overigens slechts een
gevolg is.Om dit verschijnsel te begrijpen moet men zich
S.
13
zekere nieuwe ontdekkingen der physiologie te
binnen brengen. Wij weten thans dat de mensch
door allerlei behandelingen in een zoodanigen
toestand kan worden gebracht, dat hij, na zijn
geheele bewuste persoonlijkheid verloren te hebben,
gehoorzaamt aan alle suggesties van dengene, die
hem van zijn zelfbewustzijn heeft beroofd en dat
hij dan handelingen pleegt, die in scherpste tegen-
stelling staan tot zijn karakter en gewoonten. Zeer
zorgvuldige waarnemingen nu schijnen te bewijzen
dat een individu dat een poos lang in een aktieve
massa verkeerd heeft, al spoedig door uitstra-
lingen die van haar uitgaan of door eenige andere
onbekende oorzaak in een bijzonderen toestand
geraakt, die zeer dicht nadert tot de fascinatie die
den gehypnotiseerde onder invloed van den hyp-
notiseur bevangt… De bewuste persoonlijkheid
is volkomen verdwenen, wil en onderscheidings-
vermogen ontbreken, alle gevoelens en gedachten
zijn georiënteerd in de door den hypnotiseur
aangegeven richting.Ongeveer in den zelfden toestand bevindt zich
de tot een psychologische massa behoorende
individu. Hij is zich niet meer van zijn handelingen
bewust. Evenals bij den gehypnotiseerde kunnen
bij hem, terwijl bepaalde vermogens zijn opgeheven,
terzelfder tijd andere tot den hoogsten graad worden
versterkt. Onder den invloed eener suggestie zal
hij met onweerstaanbaren aandrang bepaalde han-
delingen ten uitvoer brengen. En deze onstuimig-
heid is bij de massa nog onweerstaanbaarder dan
bij den gehypnotiseerde, omdat de voor alle indivi-
duen gelijke suggestie door wederkeerigheid toe-
neemt… De hoofdkenmerken van den in een massa
opgenomen individu zijn dus: het verdwijnen der
bewuste persoonlijkheid, het overheerschen der
onbewuste persoonlijkheid, oriënteering der ge-
S.
14
dachten en gevoelens in dezelfde richting tenge-
volge van suggestie en aansteking, neiging tot
onmiddellijke verwerkelijking van de gesugge-
reerde denkbeelden. De individu is niet langer
zichzelf, hij is een willooze automaat geworden”.
(pg. 18-19).Ik heb deze aanhaling zoo uitvoerig weergegeven
om duidelijk te doen zien dat Le Bon den toestand
van den individu in een massa werkelijk beschouwt
als hypnotisch en hem niet alleen maar bij hypnose
vergelijkt. Wij beoogen hier geen tegenspraak,
willen echter doen opmerken dat de beide laatste
oorzaken der verandering in den massa-individu,
de infectie en de grootere suggestibiliteit, blijkbaar
niet van denzelfden aard zijn, daar immers de
infectie zelf ook een uiting der suggestibiliteit
heet te zijn. Ook de uitwerkingen der beide factoren
lijken ons in Le Bon’s tekst niet scherp onder-
scheiden. Misschien begrijpen wij zijn opvatting
het best als wij onder infectie de werking der
afzonderlijke leden der massa op elkaar verstaan,
terwijl dan de met de verschijnselen der hypnose gelijk
gestelde suggesties bij een massa op een anderen
oorsprong wijzen. Welken oorsprong echter?
Het moet ons als een bedenkelijke leemte treffen
dat een van de hoofdfactoren der vergelijking,
namelijk de persoon, die bij de massa den hypnoti-
seur vervangt, in Le Bon’s voorstelling der zaak
niet wordt genoemd. Niettemin onderscheidt hij
dezen in het duister gelaten fascineerenden invloed
van de aanstekende werking die de enkelingen
op elkaar uitoefenen en waardoor de oorspronke-
lijke suggestie wordt versterkt.Een ander belangrijk gezichtspunt voor de be-
oordeeling van den massa-individu: „Door het
feit alleen dat hij tot een georganiseerde massa
behoort, daalt de mensch dus verscheidene sportenS.
15
op de ladder der beschaving. In zijn afzonder-
lijkheid was hij misschien een ontwikkeld individu,
in de massa is hij een barbaar, d.w.z. een wezen
dat zijn driften volgt. Hij bezit de spontaniëteit,
de heftigheid, de wildheid en ook het enthousiasme
en het heroisme van primitieve wezens” (pg. 19.)
Le Bon verwijlt dan nog in het bijzonder bij de
vermindering der intellektueele vermogens die de
enkeling door zijn opgaan in de massa ondergaat.Verlaten wij thans den enkeling en wenden wij
ons tot de beschrijving der massa-ziel, zooals Le
Bon die schetst. Er is daarin niets waarvan afleiding
of klassificeering den psychoanalyticus moeilijk-
heden baart. Le Bon wijst ons zelf den weg, doordat
hij wijst op de overeenkomst met het zieleleven
van primitieve menschen en van kinderen.De massa is impulsief, veranderlijk en prikkel-
baar. Zij wordt bijna uitsluitend door het onbewuste
geleid. De impulsen waaraan de massa gehoorzaamt
kunnen al naar omstandigheden edel of wreed,
heroiek of lafhartig zijn; in elk geval echter zijn zij
zoo gebiedend dat zich nergens het persoonlijke,
ja niet eens de zucht tot zelfbehoud doet gelden.
Niets is er van tevoren bedacht. Zoo zij al iets
hartstochtelijk begeert, nooit is het voor lang;
zij is niet in staat duurzaam te willen. Zij veelt
geen uitstel tusschen haar begeerte en de verwerke-
lijking ervan. Zij heeft het gevoel van almacht,
voor den massa-individu verdwijnt het begrip
der onmogelijkheid1).De massa is buitengemeen licht te beïnvloeden
en lichtgeloovig, zij heeft geen kritiek, iets onwaar-
schijnlijks bestaat er voor haar niet. Zij denkt
in beelden, die elkaar associatief opwekken, zooals
zij in den enkeling bij het vrije fantaseeren opdui-
ken.1) Verg. Freud: Totem und Tabu III. Animismus, Magie
und Allmacht der Gedanken.S.
16
ken, en die niet door het verstand getoetst worden
aan de werkelijkheid. De gevoelens der massa zijn
steeds zeer eenvoudig en buitensporig. De massa
kent daarom twijfel noch onzekerheid.Bij het verklaren van droomen, waaraan wij onze beste
kennis omtrent het onbewuste zieleleven te danken hebben,
volgen wij den technischen regel, dat men van twijfel en
onzekerheid in het droomverhaal moet afzien en elk ele-
ment van den manifesten droom als even zeker moet be-
handelen. Twijfel en onzekerheid schrijven wij toe aan
inwerking der censuur die over den droom-arbeid wordt
uitgeoefend en wij nemen aan dat de primaire droomge-
dachten twijfel en onzekerheid, als kritische funktie, niet
kennen. Als inhoud kunnen zij natuurlijk evenals alle
andere dingen, in den tot den droom aanleiding gevende
bezinksels van den dag (Tagesresten) voorkomen. (Zie
Traumdeutung 5de druk 1919 pg. 386).Zij vervalt dadelijk in uitersten, een uitgesproken
verdenking verandert bij haar onmiddellijk in
onomstootelijke zekerheid, een kiem van anti-
pathie wordt tot wilden haat.Dezelfde stijging van alle gevoelsaandoeningen tot het
uiterste en matelooze behoort ook tot het gemoedsleven
van het kind en vindt men terug in het droomleven, waar
b.v. dank zij de in het onbewuste overwegende geïsoleerd-
heid der afzonderlijke aandoeningen, een lichte ontstemming
van overdag tot uiting komt als het verlangen naar den
dood van de schuldige persoon, of waar een vleugje van
verzoeking de aanleiding wordt tot een in den droom vol-
voerde misdaad. Over dit feit heeft Dr. Hans Sachs de
treffende opmerking gemaakt: „Wat de droom ons als
werkelijkheid voorhield, wenschen wij ook in het bewustzijn
na te speuren en wij mogen ons niet verbazen wanneer wij
daarbij het monster, dat wij onder het vergrootglas der
analyse zagen, als een infusiediertje terug vinden”. (Traum-
deutung pg. 457).Zelf tot alle uitersten geneigd, wordt de massa
ook alleen door overmatige prikkels aangedaan.
Wie invloed op haar wil hebben, heeft geen logische
argumenten noodig, hij moet in krachtige beeldenS.
17
schilderen, overdrijven en telkens hetzelfde her-
halen.Daar de massa niet twijfelt omtrent waar of niet-
waar en daarbij het besef van haar groote kracht
heeft, is zij even onverdraagzaam als onderhevig
aan autoriteitsgeloof. Zij eerbiedigt kracht en komt
maar matig onder invloed van goedheid, welke
voor haar een soort van zwakheid beteekent.
Wat zij van haar helden verlangt is kracht, zelfs
gewelddadigheid. Zij wil beheerscht en onderdrukt
worden en haar meester vreezen. In wezen door
en door conservatief, heeft zij een diepen afkeer
van alle nieuwigheden en vooruitgang en een onbe-
grensden eerbied voor tradities.Om de zedelijkheid van massa’s goed te beoor-
deelen, moet men in aanmerking nemen dat voor
de leden eener massa alle individueele remmingen
wegvallen en alle wreede, dierlijke, verwoestende
instinkten, die als overblijfsels uit den oertijd
in den enkeling sluimeren, tot vrije bevrediging
der driften worden gewekt. Echter zijn massa’s,
onder den invloed der suggestie, òòk in staat tot
verheven openbaringen van ontzegging, onbaat-
zuchtigheid en toewijding aan een ideaal. Terwijl
bij den geïsoleerden individu het persoonlijke
voordeel vrijwel de eenige drijfveer is, overweegt
dit bij de massa slechts zelden. Men kan spreken
van een verzedelijking van den enkeling door de
massa. Terwijl de intellektueele vermogens der
massa steeds diep beneden die van den enkeling
staan, kan haar zedelijk gedrag even hoog boven het
peil van den enkeling stijgen als diep er onder dalen.Enkele andere trekken van Le Bon’s karakte-
ristiek werpen een helder licht op het recht om de
ziel der massa met die der primitieve menschen
te vereenzelvigen. Bij massa’s kunnen de meest
tegenstrijdige denkbeelden naast elkaar bestaanS.
18
zonder elkaar te hinderen, zonder dat hun logische
tegenstrijdigheid een conflikt veroorzaakt. Het
zelfde echter is het geval in het onbewuste ziele-
leven van den enkeling, van kinderen en van
neurotici, zooals de psychoanalyse sinds lang heeft
aangetoond.Bij het kleine kind b.v. bestaan ambivalente (twee-
waardige) gevoelshoudingen tegenover de hem het naast
staande menschen langen tijd naast elkaar, zonder dat de
eene de andere, tegenovergestelde, in haar uiting stoort.
Komt het dan eindelijk tot een conflikt, dan wordt dit vaak
daardoor opgelost, dat het kind van objekt verwisselt, d.w.z.
een van de beide ambivalente gevoelens op een plaats-
vervangend objekt overdraagt. Ook uit de ontwikkelings-
geschiedenis eener neurose bij volwassenen kan men
leeren, dat een onderdrukt gevoel vaak langen tijd voort
leeft in onbewuste of zelfs bewuste fantasieën wier inhoud
natuurlijk in onmiddellijke tegenspraak is met het over
heerschende streven, zonder dat echter een optreden van het
Ik tegen het door hem verworpene van deze tegenstrijdig-
heid het gevolg is. Zulk een fantasie wordt een poos geduld,
totdat op een goeden keer, meestal tengevolge eener toe-
name van het ermee gepaard gaande affekt, het conflikt
tusschen haar en het Ik met al zijn gevolgen uitbreekt.In den voortgang der ontwikkeling van kind tot gerijpten
volwassene treedt trouwens een steeds ingrijpender inte-
gratie der persoonlijkheid op, d.w.z. een samenvatting der
afzonderlijke, onafhankelijk van elkaar in haar gegroeide
driften en doel-strevingen. Het analoge proces op het
gebied van het sexueele leven is ons als samenvattingvan
alle sexueele driften tot de definitieve geslachtsdrift reeds
lang bekend (Drei Abhandlungen zur Sexualtheorie 1905).
Dat overigens deze integratie van het Ik dezelfde storingen
kan ondergaan als die der Libido, blijkt uit vele alom be-
kende voorbeelden, zooals van natuurkundigen die toch
aan de letter van den bijbel gelooven enz.Verder is de massa onderhevig aan een inder-
daad magische macht van het woord, dat in de
massa-ziel de hevigste stormen kan opwekken,
maar evengoed haar kan kalmeeren. „Tegen
bepaalde woorden en formules kan men niet metS.
19
rede en argumenten strijden. Men spreekt ze met
zekere wijding voor een menigte uit en dadelijk
drukt ieder gelaat eerbied uit en buigen zich
de hoofden. Velen beschouwen ze als natuur-
krachten of bovennatuurlijke machten” (pg. 85).
Men behoeft hier slechts te denken aan het taboe
der namen bij primitieve volken, aan de magische
krachten die voor hen aan namen en woorden
verbonden zijn.En tenslotte: Massa’s kennen nooit den dorst
naar waarheid. Zij eischen illusie, waarvan zij geen
afstand kunnen doen. Het onreëele verkiezen zij
steeds boven het reëele. Het onwerkelijke is in
hun oogen bijna even belangrijk als het werkelijke.
Zij neigen er blijkbaar toe tusschen beiden geen
onderscheid te maken (pg. 53).Wij hebben aangetoond dat dit overwegen van
het fantasie-leven en van op een onvervulden
wensch berustende illusie, kenmerkend is voor de
psychologie der neurose. Wij hebben gevonden
dat voor den neuroticus niet de gewone objectieve,
maar een psychische realiteit geldt. Een hysterisch
symptoom berust op fantasie inplaats van op een
herhaling van wat werkelijk gebeurd is; het schuld-
bewustzijn eener dwangneurose berust op het feit
van een slecht voornemen dat nooit tot uitvoering
kwam. Ja, evenals in den droom en in de hypnose,
wijkt in het zielsgebeuren der massa de toetsing
der werkelijkheid voor de kracht der met aandoe-
ningen geladen (affektiv besetzten) wenschen.Wat Le Bon zegt over de leiders der massa’s
is minder afdoende en laat niet zoo duidelijk een
gebondenheid aan bepaalde wetten doorschemeren.
Hij gelooft dat levende wezens, een kudde dieren
zoo goed als een menschen-menigte, zoodra zij maar
tot een zeker aantal vereenigd zijn, zich instinktief
onder het gezag van een opperhoofd plaatsenS.
20
(pg. 97). De massa is een volgzame kudde, die
nooit zonder heer kan leven. Zij heeft zulk een
drang om te gehoorzamen, dat zij instinktief
iedereen volgt die zich als haar meester opwerpt.Komt aldus de behoefte der massa den leider
te gemoet, deze moet op zijn beurt door persoon-
lijke eigenschappen aan die behoefte beantwoorden.
Hij moet zelf gefascineerd zijn door een sterk
geloof (aan een idee) om geloof in de massa te
kunnen opwekken; hij moet een sterken, impo-
neerenden wil bezitten, dien de massa van hem
aanvaardt. Le Bon bespreekt vervolgens de
verschillende soorten van leiders en de mid-
delen waardoor zij op de massa inwerken. Over
het algemeen laat hij de leiders hun beteekenis
krijgen door de ideeën die henzelf tot fanatici
maakten.Aan deze ideeën en aan de leiders schrijft hij
bovendien een geheimzinnige, onweerstaanbare
macht toe die hij „prestige” noemt. Prestige is een
soort van heerschappij die een individu, een werk
of een idee over ons uitoefent. Zij verlamt heel
ons vermogen tot kritiek en vervuld ons met ver-
bazing en eerbied. Zij brengt een gevoelstoestand
teweeg, vergelijkbaar met de fascineering der
hypnose (pg. 108).Hij onderscheidt verworven of kunstmatig en
persoonlijk prestige. Het eerste wordt bij personen
verleend door hun naam, rijkdom en aanzien;
bij denkbeelden, kunstwerken enz. door traditie.
Daar het in alle gevallen betrekking heeft op het
verleden, kan het tot goed begrip van dien raadsel-
achtigen invloed weinig bijdragen. Persoonlijk
prestige is het kenmerk van slechts weinigen, die
daardoor tot leiders worden; het maakt dat allen
hen als onder den ban van een magnetische be-
toovering gehoorzamen. Toch is elk prestige ookS.
You are here
Het Ik en de psychologie der Massa1921-001/1932.nl
1921-001/1932.nl/2