S.
28
uit de droomgedachten, maar van een gansche reeks van
zulke elementen, die in de droomgedachten volstrekt niet
nauw verwant behoeven te zijn, maar tot de meest uiteen-
loopende gebieden van het gedachtenweefsel kunnen behooren.
Door het droomelement wordt al dit afzonderlijke materiaal
vertegenwoordigd in den droominhoud. De analyse
openbaart echter nog een andere zijde van de ingewikkelde
betrekking tusschen droominhoud en droomgedachten. Evenals
er van elk droomelement verbindingen naar verschillende
droomgedachten loopen, wordt ook in den regel een
droomgedachte door meer dan één droomelement
vertegenwoordigd; de associatieve verbindingen kon-
vergeeren niet eenvoudig van de droomgedachten tot aan
den droominhoud, maar zijn onderweg nog meermalen gekruist
en door elkaar geweven.Naast de omzetting van een gedachte in een situatie (de
„dramatiseering”) is de verdichting de belangrijkste en eigen-
aardigste eigenschap van den droomarbeid. Van een beweeg-
reden, die tot dit samenpersen van den inhoud zou dwingen,
is ons voorloopig echter nog niets gebleken.V.
Bij de samengestelde en verwarde droomen, die ons nu
bezighouden, zijn de verdichting en de dramatiseering niet
voldoende om te verklaren, dat de droominhoud en de
droomgedachten zulk een verschillenden indruk maken. Er
is nog een derde factor werkzaam, daarop wijzen verschil-
lende feiten, die waard zijn zorgvuldig verzameld te worden.
Wanneer ik door analyse tot de kennis der droomge-
dachten ben gekomen, bespeur ik in de eerste plaats datS.
29
de manifeste droominhoud een geheel andere stof behandelt
dan de latente.Dit is wel slechts een schijn, die bij nauwkeurig onder
zoek verdwijnt, want ten slotte vind ik den geheelen
droominhoud in de droomgedachten weer, bijna alle droom
gedachten door den droominhoud vertegenwoordigd, maar
wel blijft van het verschil toch iets bestaan. Wat in den
droom breed en duidelijk als de voornaamste inhoud werd
voorgesteld, dat moet zich volgens de analyse vergenoegen
met een zeer ondergeschikte rol in de droomgedachten,
en wat naar de uitspraak van mijn gevoelens recht heeft
op de grootste belangstelling onder de droomgedachten,
daarvan vindt men het voorstellingsmateriaal in den droom
inhoud òf in het geheel niet, òf het is vertegenwoordigd
door een flauwe toespeling in een onduidelijk deel van den
droom. Ik kan dit feit zóó beschrijven: „Tijdens den
droomarbeid gaat de psychische intensiteit
van de gedachten en voorstellingen, waar zij
rechtmatig bij behoort, op andere over, die naar
mijn oordeel geen aanspraak op zulk een nadruk
kunnen maken.“ Geen ander proces draagt zooveel er
toe bij, om de beteekenis van den droom te verbergen en
mij den samenhang van droominhoud en droomgedachten
onkenbaar te maken. Tijdens dit proces, dat ik de droom
verschuiving wil noemen, zie ik ook dat de meerdere
of mindere psychische intensiteit, belangrijkheid of ge
schiktheid om aandoeningen op te wekken, die de droom
gedachten bezaten, worden omgezet in meerdere of mindere
duidelijkheid der zintuigelijk waargenomen beelden. Het
duidelijkste van den droominhoud lijkt mij zonder meer het
belangrijkste, juist in een onduidelijk droom-
element kanS.
30
ik echter vaak de meest directe afstammeling van de voor-
naamste droomgedachte herkennen.Wat ik droomverschuiving heb genoemd, zou ik ook
kunnen betitelen als waarde-
verandering der psychische waarden. Ik heb echter het verschijnsel nog
niet uitvoerig genoeg behandeld, wanneer ik er niet bijvoeg
dat deze verschuivings- en waardeveranderingsarbeid in
verschillende droomen in zeer verschillende mate werkzaam
is. Er zijn droomen die bijna zonder eenige verschuiving
tot stand gekomen zijn. Dit zijn zeker de meest beteekenis-
volle en begrijpelijkste, zooals wij bijvoorbeeld de onver-
holen wenschdroomen hebben leeren kennen. In andere
droomen heeft geen enkel stuk der droomgedachten zijn
eigen psychische waarde behouden, of al het belangrijke
in de droomgedachten is door bijzaken vervangen en daar
tusschen vindt men een geheele reeks van overgangen.
Des te duisterder en verwarder een droom is, des te
groter aandeel aan zijn vorming mag men toeschrijven
aan de verschuiving.Het voorbeeld, dat wij voor de analyse kozen, toont ten-
minste zooveel van verschuiving, dat zijn inhoud een ander
middelpunt heeft dan de droomgedachten. Op den voor-
grond van den droominhoud komt hier een situatie, alsof
een vrouw mij advances zou maken; het voornaamste ge-
wicht in de droomgedachten wordt gelegd op den wensch,
ook eens onbaatzuchtige liefde, die niets kost, te genieten,
en deze gedachte is verborgen achter het gezegde van de
mooie oogen en de verwijderde toespeling „spinazie”.Wanneer wij door de analyse de droomverschuiving weer
ongedaan maken, komen wij tot de oplossing van twee
veelbesproken droomproblemen, namelijk de vraag, welkeS.
31
oorzaken den droom opwekken, en op welke wijze de
droom met het wakende leven samenhangt. Er zijn droomen
die hun aanknoopingspunten aan de gebeurtenissen van den
dag onmiddellijk verraden; in andere droomen is van zulk
een betrekking geen spoor te ontdekken. Neemt men dan
de analyse te hulp, dan kan men aantoonen dat elke droom,
zonder een enkele uitzondering, zich vastknoopt aan een
indruk van de laatste dagen – waarschijnlijk is het juister
te zeggen: van den laatsten dag voor den droom (den
droomdag). De indruk, die de rol van droom-opwekker 1)
krijgt, kan zoo belangrijk zijn, dat het ons niet verbaast,
dat wij ons overdag er mede bezighouden, en in die ge-
vallen zeggen wij met recht van den droom, dat hij de
belangen van het wakende leven voortzet. Gewoonlijk
echter, wanneer in den droominhoud een betrekking tot
een dagindruk voorkomt, is die laatste zoo gering, onbe-
teekenend en het vergeten waard, dat wij ons hem niet
zonder eenige moeite kunnen herinneren. De droominhoud
zelf schijnt zich dan, ook waar hij samenhangend en be-
grijpelijk is, bezig te houden met de onverschilligste bezeu-
lingen, die onze belangstelling niet waard zijn. Een groot
deel van het niet begrijpen van den droom ontstaat door-
dat het onbegrijpelijke en nietige van den droominhoud zoo
op den voorgrond treedt.De analyse vernietigt den schijn, waarop dit gering-
schattende oordeel was gegrond. Wanneer de droominhoud
een onverschilligen indruk als droomveroorzaker op den
voorgrond plaatst, dan wijst de analyse steeds op de1)Met dit woord („Traumerreger”) is niet zoozeer bedoeld de droom-
oorzaak, als wel de droom-aanleiding, zooals uit het volgende zal
blijken. [Vert.]S.
32
belangrijke, met recht opwindende gebeurtenis, welke ver-
vangen wordt door een onbelangrijke gebeurtenis, waarmede
zij door veel associatieve verbindingen was verbonden.
Wanneer de droominhoud onbelangrijk en oninteressant
voorstellingsmateriaal behandelt, dan komen door de analyse
de talrijke verbindingswegen te voorschijn, waardoor dit
waardelooze samenhangt met het meest waardevolle in de
psychische waardeering van het individu. Het zijn slechts
daden van verschuivingsarbeid, wanneer, in-
plaats van de met recht opwindende indrukken
de indifferente, en inplaats van het inderdaad
interessante materiaal het onverschillige in
den droominhoud wordt opgenomen. Beantwoordt
men de vragen naar de droomveroorzakers en naar den
samenhang van het droomen met wat ons overdag bezig
houdt, volgens de nieuwe inzichten waartoe men bij het
vervangen van den manifesten droominhoud door den
latenten is gekomen, dan moet men zeggen: „De droom
houdt zich nooit bezig met dingen, die niet ook
waard zijn dat wij er ons overdag mede bezig
houden, en kleinigheden die ons overdag niet
interesseeren, zijn ook niet bij machte ons in
den slaap te vervolgen.”Wat is in het voorbeeld, dat wij voor de analyse kozen,
de droom-opwekker? De werkelijk onbeteekenende ge-
beurtenis, dat een vriend mij een kosteloozen rit in
een rijtuig liet doen. De situatie van de table d’hôte in
den droom bevat een toespeling op deze indifferente aan-
leiding, want ik had in het gesprek den taxi vergeleken
met de table d’hôte. Ik kan echter ook vermelden welke
belangrijke gebeurtenis door deze nietige gebeurtenis wordtS.
33
vertegenwoordigd. Eenige dagen te voren had ik vrij veel
geld uitgegeven voor een dierbare bloedverwant. Geen
wonder, heet het in die droomgedachten, wanneer deze mij
daarvoor dankbaar is, maar die liefde was niet kosteloos.
Kostelooze liefde treedt echter onder de droomgedachten op
den voorgrond. Dat ik niet lang geleden verscheidene
ritten per rijtuig met de genoemde bloedverwant ge-
maakt heb, maakt het mogelijk, dat de eene rijtuigrit met
mijn vriend mij herinnert aan de betrekking met die andere.
De indifferente indruk, die door dergelijke aanknoopings-
punten de droomopwekker wordt, moet aan nog een andere
voorwaarde voldoen, die voor de werkelijke droomoorzaak
niet geldt; hij moet altijd recent zijn, afkomstig zijn van
den droomdag.Ik kan het onderwerp der droomverschuiving niet verlaten,
zonder nog te herinneren aan een merkwaardig proces bij
de droomvorming, waarbij verdichting en verschuiving samen-
werken. Wij hebben reeds bij de verdichting het geval leeren
kennen, dat twee voorstellingen in de droomgedachten, die
iets gemeenschappelijks en overeenkomstigs bezitten, in den
droominhoud worden vervangen door een mengvoorstelling,
waarin een duidelijke kern met het gemeenschappelijke
overeenkomt, terwijl de vage aanduidingen overeenkomen
met de bijzonderheden der beide voorstellingen. Voegt zich
bij deze verdichting nog een verschuiving, dan komt het
niet tot de vorming van een mengvoorstelling maar van een
gemiddeld gemeenschappelijke, dat in een zelfde
verhouding staat tot de enkele elementen als de resultante
in het parallelogram van krachten tot haar komponenten.
In den inhoud van een mijner droomen is bijvoorbeeld sprake
van een inspuiting met propyleen. Bij de analyse komS.
34
ik eerst slechts aan een indifferente gebeurtenis die als
droomopwekker werkt, en waarbij amyleen een rol
speelt. Voor de verwisseling van amyleen met propyleen
kan ik nog geen reden vinden. Tot de gedachtengang van
denzelfden droom behoort echter ook de herinnering aan
mijn eerste bezoek in München, waar de Propyläen mijn
aandacht trokken. De nadere omstandigheden van de analyse
brengen mij er toe aan te nemen dat de werking van deze
tweede voorstellings-reeks op de eerste de verschuiving van
amyleen op propyleen heeft veroorzaakt. Propyleen is
als het ware een middending tusschen amyleen en Pro-
pyläen, en is daarom bij wijze van Compromis door
gelijktijdige verdichting en verschuiving in den droominhoud
gekomen.Nog dringender dan bij de verdichting voelen wij hier bij
den verschuivingsarbeid de behoefte, een beweegreden te
vinden voor deze raadselachtige werking van den droomarbeid.VI.
Ligt het hoofdzakelijk aan den verschuivingsarbeid, dat
men de droomgedachten in den droominhoud niet terugvindt
of niet terugherkent – zonder dat men raden kan waarom
deze vermomming heeft plaats gehad, – een andere en
zachtere wijze van omzetting, welke met de droomgedachten
plaatsvindt, leidt tot de ontdekking van een nieuwe, maar
makkelijk te begrijpen werkwijze van den droomarbeid. De
eerste droomgedachten, die door de analyse te voorschijn
komen, trekken namelijk dikwijls onze aandacht door hun
ongewone inkleeding; zij schijnen niet vervat te zijn in de
alledaagsche spreekwijze, waarvan ons denken zich het
You are here
De droom als uiting van het onbewuste zieleleven1901-001/1917.nl